Strafrecht overig

Profijtontneming, waarbij de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan w.v.v. uit hennepteelt en diefstal van…

Zaakgegevens

Op 16 mei 2023 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
16 mei 2023
Datum publicatie
10 maart 2026
Zaaknummer
22-001678-21
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2023:3023
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Profijtontneming, waarbij de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan w.v.v. uit hennepteelt en diefstal van elektriciteit.

Gepubliceerd naar aanleiding arrest van de Hoge Raad

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 16 mei 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:GHDHA:2023:3023

  2. Conclusie A-G · 9 december 2025

    ECLI:NL:PHR:2025:1348
  3. Hoge Raad · 3 maart 2026

    ECLI:NL:HR:2026:331

Uitspraak

Inhoudsopgave

Rolnummer: 22-001678-21 PO

Parketnummer: 10-049002-21

Datum uitspraak: 16 mei 2023

TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 27 mei 2021 in de ontnemingszaak tegen de betrokkene:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,

adres: [woonadres] , [woonplaats] .

Procesgang

Bij arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van dit gerechtshof van 16 mei 2023 is de betrokkene, voor zover hier van belang, ter zake van het in haar strafzaak onder 1 bewezenverklaarde, gekwalificeerd als:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod,

en

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod,

veroordeeld tot een straf.

De politierechter in de rechtbank Rotterdam heeft bij vonnis van 27 mei 2021 het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vastgesteld op € 36.025,90 en ter ontneming van dat wederrechtelijk verkregen voordeel aan de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag.

Namens de betrokkene is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Deze beslissing is genomen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de betrokkene naar voren is gebracht.

Vordering van het Openbaar Ministerie

De oorspronkelijke vordering van het Openbaar Ministerie houdt in dat het bedrag, waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat, zal worden vastgesteld op € 36.025,90 en dat aan de betrokkene de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag.

Ter terechtzitting in eerste aanleg heeft de officier van justitie gepersisteerd bij deze vordering.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.

Beoordeling van het vonnis

Het hof is van oordeel, dat de eerste rechter op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist, zodat het vonnis waarvan beroep met overneming van gronden behoort te worden bevestigd, met dien verstande dat het hof de overweging ‘Vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel’ aanvult met het volgende:

Het hof overweegt dat de verdediging geen bewijs heeft overgelegd dat de kosten aan [bedrijf] daadwerkelijk zijn betaald, zodat die kosten niet op het wederrechtelijk verkregen voordeel in mindering kunnen worden gebracht.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep met aanvulling van gronden.

Dit arrest is gewezen door mr. V.M. de Winkel,

mr. A. de Lange en mr. T.J. Sleeswijk Visser, in bijzijn van de griffier mr. L. Knoop.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 16 mei 2023.