Strafrecht overig
Bevestiging. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zware mishandeling. Gepubliceerd naar aanleiding van…
ECLI:NL:GHDHA:2024:1138 · Gerechtshof Den Haag · 8 maart 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-den-haag/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghdha-2024-1138
Zaakgegevens
Op 8 maart 2024 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Den HaagGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 8 maart 2024
- Datum publicatie
- 2 juli 2024
- Zaaknummer
- 22-001841-22
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2024:1138
Samenvatting
Bevestiging. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zware mishandeling. Gepubliceerd naar aanleiding van publicatie arrest Hoge Raad.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 8 maart 2024deze uitspraak
ECLI:NL:GHDHA:2024:1138
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 4 november 2025
ECLI:NL:PHR:2025:1169Hoge Raad · 13 januari 2026
ECLI:NL:HR:2026:51
Uitspraak
Inhoudsopgave
Rolnummer: 22-001841-22
Parketnummer: 10-330088-21
Datum uitspraak: 8 maart 2024
TEGENSPRAAK
Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 9 juni 2022 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,
adres: [woonadres], [woonplaats].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het aan hem tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
Primair:
hij op of omstreeks 10 november 2021 te Rotterdam aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken neus, heeft toegebracht door die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, in/op het gezicht, althans tegen/op het hoofd, te slaan/stompen en/of die [slachtoffer] een kopstoot te geven;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 10 november 2021 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, in/op het gezicht, althans tegen/op het hoofd, heeft geslagen/gestompt en/of die [slachtoffer] een kopstoot heeft gegeven, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 10 november 2021 te Rotterdam
[slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, in/op het gezicht, althans tegen/op het hoofd, te slaan/stompen en/of die [slachtoffer] een kopstoot te geven.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het subsidiair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken.
Het vonnis waarvan beroep
De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van de eerste rechter.
Het vonnis waarvan beroep dient derhalve te worden bevestigd.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. O.E.M. Leinarts,
mr. H.M.D. de Jong en mr. M. Pheijffer, in bijzijn van de griffier mr. M.T. Huynh.
mr. M. Pheijffer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 8 maart 2024.