Strafrecht overig
De verdachte is, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering…
ECLI:NL:GHDHA:2024:2952 · Gerechtshof Den Haag · 16 januari 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-den-haag/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghdha-2024-2952
Zaakgegevens
Op 16 januari 2024 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof Den HaagGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 16 januari 2024
- Datum publicatie
- 16 juli 2026
- Zaaknummer
- 22-003344-22
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHDHA:2024:2952
Samenvatting
De verdachte is, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal, niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
Gepubliceerd naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 16 januari 2024deze uitspraak
ECLI:NL:GHDHA:2024:2952
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 26 mei 2026
ECLI:NL:PHR:2026:521Hoge Raad · 7 juli 2026
ECLI:NL:HR:2026:1213
Uitspraak
Inhoudsopgave
Rolnummer: 22-003344-22
Parketnummer: 10-106782-22
Datum uitspraak: 16 januari 2024
VERSTEK
Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 24 november 2022 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren te district [district] (Suriname) op [geboortedatum] 1948,
adres: [adres] , [woonplaats] .
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Ten aanzien van het onder 2 en 3 tenlastegelegde
De verdachte is in eerste aanleg vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 2 en 3 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en daarom mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissingen tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissingen evenwel geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraken.
In zoverre is het vonnis van de politierechter dan ook niet aan het oordeel van het hof onderworpen.
Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde
De verdachte heeft na het instellen van het hoger beroep het standaard grievenformulier ingevuld. Dit formulier bevat evenwel slechts de mededeling dat de verdachte een nieuwe behandeling van zijn strafzaak wenst maar bevat geen inhoudelijke grieven tegen het vonnis. De verdachte heeft evenmin ter terechtzitting in hoger beroep mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Het hof ziet ook ambtshalve geen redenen voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep. Daarom zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal, niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. M.S. Lamboo,
mr. W.J. van Boven en mr. J.A. van Dorp, in bijzijn van de griffier mr. M. Bazuin.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 16 januari 2024.
De griffier is buiten staat dit arrest te ondertekenen.