Strafrecht overig

(art. 416 lid 2 Sv.) Niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Verdachte is niet verschenen, geen…

Zaakgegevens

Op 8 november 2024 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
8 november 2024
Datum publicatie
23 september 2026
Zaaknummer
22-002967-23
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2024:2961
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

(art. 416 lid 2 Sv.) Niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Verdachte is niet verschenen, geen grieven en raadsvrouw is niet uitdrukkelijk gemachtigd om de verdediging te voeren.

Gepubliceerd naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 8 november 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:GHDHA:2024:2961

  2. Conclusie A-G · 23 juni 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:902
  3. Hoge Raad · 22 september 2026

    ECLI:NL:HR:2026:1497

Uitspraak

Inhoudsopgave

Rolnummer: 22-002967-23

Parketnummers: 09-243223-23 en 10-146885-23 (TUL)

Datum uitspraak: 8 november 2024

VERSTEK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 25 september 2023 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedatum] 1980,

thans zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het hem tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 dagen, met aftrek van voorarrest. Voorts is er een beslissing genomen omtrent de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde straf, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 8 november 2024 gevorderd dat de niet ter terechtzitting in hoger beroep verschenen verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte heeft niet een schriftuur met grieven tegen het vonnis ingediend. Evenmin heeft hij ter terechtzitting in hoger beroep mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. De raadsvrouw van de verdachte heeft op de terechtzitting in hoger beroep medegedeeld dat zij door de verdachte niet uitdrukkelijk is gemachtigd om de verdediging te voeren.

Het hof ziet ambtshalve geen redenen voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep. Daarom zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door mr. B. Vogel,
mr. H.M.D. de Jong en mr. J.C. van den Bos, in bijzijn van de griffier mr. M.V. Lievers-Roza.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 8 november 2024.

mr. J.C. van den Bos is buiten staat dit arrest te ondertekenen.