Strafrecht overig

Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. De verdachte heeft niet een schriftuur met…

Zaakgegevens

Op 12 april 2024 heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
12 april 2024
Datum publicatie
30 april 2024
Zaaknummer
22-002538-22
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2024:705
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.

De verdachte heeft niet een schriftuur met grieven tegen het vonnis ingediend. Evenmin zijn door of namens hem ter terechtzitting in hoger beroep mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven.

Gepubliceerd naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 12 april 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:GHDHA:2024:705

  2. Conclusie A-G · 3 februari 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:142
  3. Hoge Raad · 14 april 2026

    ECLI:NL:HR:2026:635

Uitspraak

Inhoudsopgave

Rolnummer: 22-002538-22

Parketnummer: 10-155172-14

Datum uitspraak: 12 april 2024

VERSTEK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 2 september 2022 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,

adres: [woonadres] , [woonplaats] ( [land] ).

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep van 12 april 2024 gevorderd dat de niet ter terechtzitting in hoger beroep verschenen verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 uren met aftrek van het voorarrest, subsidiair 28 dagen vervangende hechtenis.

Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte heeft niet een schriftuur met grieven tegen het vonnis ingediend. Evenmin zijn door of namens hem ter terechtzitting in hoger beroep mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven.

Het hof ziet ambtshalve geen redenen voor een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep. Daarom zal de verdachte, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Dit arrest is gewezen door mr. A.E. Mos-Verstraten,

mr. M.C. Bruining en mr. M. van der Horst, in bijzijn van de griffier R.E. Jonkhoff, LLM.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 12 april 2024.