Strafrecht overig
Verdachte wordt verweten zich schuldig te hebben gemaakt aan diefstal en vervalsing. Het hof achter echter…
ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ1157 · Gerechtshof 's-Gravenhage · 27 januari 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-gravenhage/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghsgr-2011-bq1157
Zaakgegevens
Op 27 januari 2011 heeft het Gerechtshof 's-Gravenhage in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-GravenhageGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 27 januari 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 22-002572-10
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ1157
Samenvatting
Verdachte wordt verweten zich schuldig te hebben gemaakt aan diefstal en vervalsing. Het hof achter echter het tenlastegelegde niet bewezen en spreekt de verdachte vrij.
Uitspraak
Rolnummer: 22-002572-10
Parketnummer: 10-711012-10
Datum uitspraak: 27 januari 2011
TEGENSPRAAK
Gerechtshof te 's-Gravenhage
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van
19 april 2010 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 13 januari 2011.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met aftrek van voorarrest, met beslissing omtrent de vordering van de benadeelde partij als in het vonnis nader omschreven.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1. hij, op of omstreeks 30 januari 2010 te Dirksland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een bedrijfspand gelegen aan de [a-straat (nummer)] heeft weggenomen een koffer met 17 horloges en/of geld (200 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf A], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, te weten door:
- een of meer deuren en/of kasten en/of de kassalade in dat pand open te breken en/of
- een gat/opening te maken in een (buiten)muur van voornoemd pand en/of (vervolgens) door dat gat/die opening te klimmen;
2. hij, op of omstreeks 30 januari 2010 te Dirksland, opzettelijk heeft afgeleverd en/of voorhanden gehad een vals(e) of vervalst(e) OV-studentenkaart - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit geschrift bestemd was voor gebruik als ware het echt en onvervalst, immers was de naam vermeld op voornoemde OV-studentenkaart (te weten: [houder OV-studentenkaart]) niet de persoon op de pasfoto (zijnde een pasfoto van verdachte, althans niet een pasfoto van die [houder OV-studentenkaart]).
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Vrijspraak
Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Met betrekking tot het onder 2 tenlastegelegde overweegt het hof het volgende. De verdachte is op 30 januari 2010 aangehouden terwijl hij in het bezit was van een OV-studentenkaart op naam van zijn zus [houder OV-studentenkaart] met daarop een pasfoto van de verdachte, welke kaart geldig was in de periode juni tot en met december 2009. Gelet hierop was de OV-studentenkaart op het moment van aanhouding van de verdachte reeds verlopen en derhalve niet meer geldig om tot bewijs van enig feit te dienen. Nu het essentiële element van hetgeen aan de verdachte onder 2 is tenlastegelegd, niet wettig en overtuigend kan worden bewezen, zal de verdachte daarvan worden vrijgesproken.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door mr. A.S.M. Horstink, mr. M.J.J. van den Honert en dr. G.J. Fleers, in bijzijn van de griffier mr. C.J.A. Sabatier.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 27 januari 2011.
dr. G.J. Fleers is buiten staat dit arrest te ondertekenen.