Strafrecht overig

Namens verdachte is verzocht tot opheffing c.q. schorsing van de voorlopige hechtenis. Bij arrest van dit…

Zaakgegevens

Op 22 maart 2018 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
22 maart 2018
Datum publicatie
4 mei 2018
Zaaknummer
20-000940-16
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2018:1975
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Namens verdachte is verzocht tot opheffing c.q. schorsing van de voorlopige hechtenis. Bij arrest van dit gerechtshof van 24 maart 2017 is de ISD-maatregel opgelegd, tegen welk arrest namens verdachte cassatie is ingesteld. Aangezien de behandeling (nog) niet is aangevangen en het voorarrest niet wordt afgetrokken van de tenuitvoerlegging van de maatregel, is het hof van oordeel dat de situatie als bedoeld in artikel 67a lid 3 van het Wetboek van Strafvordering, noch in situatie analoog aan artikel 67a lid 3 Wetboek van Strafvordering zich voordoet.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 24 maart 2017

    ECLI:NL:GHSHE:2017:6048
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 27 juli 2017

    ECLI:NL:GHSHE:2017:3649
  3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 22 maart 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:GHSHE:2018:1975

  4. Conclusie A-G · 27 november 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:1307
  5. Hoge Raad · 8 januari 2019

    ECLI:NL:HR:2019:19

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

Inhoudsopgave

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling strafrecht

Hofnummer: 20-000940-16

Parketnummer 1e aanleg: 01-846018-15

Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gezien het verzoekschrift d.d. [datum] ingediend namens:

naam

[verdachte]

voornamen

[verdachte]

geboren

[geboortedatum] te [geboorteplaats]

wonende te

[adres]

adres

[adres]

thans verblijvende in

thans gedetineerd te Huis van Bewaring Grave (Unit A + B) te Grave

strekkende tot opheffing c.q. schorsing van de voorlopige hechtenis;

Het hof heeft gehoord in raadkamer van dit hof de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door zijn raadsman.

Het hof heeft kennisgenomen van het dossier waarbij namens verdachte is verzocht tot opheffing c.q. schorsing van de voorlopige hechtenis. In de kern wordt namens verdachte betoogd dat de voorlopige hechtenis meer dan 2 jaar beloopt en dat zich thans de situatie van artikel 67a lid 3 van het Wetboek van Strafvordering voordoet. Het hof overweegt als volgt. Aan verdachte is bij arrest van dit gerechtshof van 24 maart 2017 de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders opgelegd, tegen welk arrest namens verdachte beroep in cassatie is ingesteld. De ISD-maatregel is bedoeld om, mede met behulp van de daarop gerichte behandeling, het gedrags- en levenspatroon van de stelselmatige dader te doorbreken en recidive tegen te gaan. Aangezien de behandeling (nog) niet is aangevangen en het voorarrest niet wordt afgetrokken van de tenuitvoerlegging van de maatregel, is het hof van oordeel dat de situatie als bedoeld in artikel 67a lid 3 van het Wetboek van Strafvordering, noch in situatie analoog aan artikel 67a lid 3 Wetboek van Strafvordering zich voordoet.

Met betrekking tot de schorsing is het hof van oordeel dat het thans niet mogelijk is, zodanige voorwaarden op te leggen dat daarmee de kans op herhaling tot op een voor de samenleving aanvaardbaar niveau kan worden teruggebracht.

Het hof wijst het verzoek tot opheffing c.q. schorsing af.

BESCHIKKENDE

Wijst af het ingediende verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis;

Wijst af het ingediende verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis;

Aldus gedaan op 22 maart 2018 door mr. E.N. van der Spoel, voorzitter, mr. R.A.T.M. Dekkers en mr. G.P.M.F. Mols, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. I.H.M. Fluitsma, griffier.

Fiat betekening en tenuitvoerlegging:

's-Hertogenbosch,

De advocaat-generaal,

Gezien d.d.

De directeur van