Strafrecht overig

gepubliceerd in verband met het ingesteld cassatieberoep

Zaakgegevens

Op 4 mei 2021 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
4 mei 2021
Datum publicatie
1 november 2021
Zaaknummer
20-000015-21
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2021:3275
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

gepubliceerd in verband met het ingesteld cassatieberoep

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 4 mei 2021deze uitspraak

    ECLI:NL:GHSHE:2021:3275

  2. Conclusie A-G · 1 februari 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:95
  3. Hoge Raad · 22 maart 2022

    ECLI:NL:HR:2022:410

Uitspraak

Inhoudsopgave

Parketnummer: 20-000015-21

Uitspraak : 4 mei 2021

TEGENSPRAAK

Arrest van de enkelvoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof, gewezen op het beroep, ingesteld tegen het vonnis van de Politierechter in de rechtbank Limburg, van 21 augustus 2020, in de strafzaak onder parketnummer 03-032262-20 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1977,

wonende te [adres] .

Kwalificatie

Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Toegepaste wetsartikelen

De beslissing is gegrond op de artikelen 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 7, 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.

gepleegd
feit 1: op 17 augustus 2019 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen;
feit 2: op 17 augustus 2019 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) weken.

Dit arrest is mondeling gewezen door mr. A.J.A.M. Nieuwenhuizen.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 4 mei 2021.