Strafrecht overig

Gepubliceerd in verband met een ingesteld beroep tot cassatie.

Zaakgegevens

Op 25 juli 2024 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
25 juli 2024
Datum publicatie
20 augustus 2024
Zaaknummer
20-001303-23
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2024:2643
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Gepubliceerd in verband met een ingesteld beroep tot cassatie.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 25 juli 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:GHSHE:2024:2643

  2. Conclusie A-G · 2 juni 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:634
  3. Hoge Raad · 23 juni 2026

    ECLI:NL:HR:2026:954

Uitspraak

Inhoudsopgave

Parketnummer : 20-001303-23

Uitspraak : 25 juli 2024

VERSTEK (dnip)

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof

’s-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, van 28 april 2023, in de strafzaak met parketnummer

02-248980-22 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980,

wonende te [adres] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte vrijgesproken van het onder feit 5 tenlastegelegde. De rechtbank heeft het onder feit 1 tot en met feit 4 tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als:

- ‘ ‘Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie,

terwijl het feit is begaan met betrekking tot meer dan één vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd’ (feit 1),

- ‘ ‘Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie,

terwijl het feit is begaan met betrekking tot een wapen van categorie II’ (feit 2),

- ‘ ‘Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie,

meermalen gepleegd’ (feit 3) en

- ‘ ‘Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet

gegeven verbod, meermalen gepleegd’(feit 4),

de verdachte deswege strafbaar verklaard en hem te dien aanzien veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van voorarrest. Aan het voorwaardelijke strafdeel heeft de rechtbank bijzondere voorwaarden verbonden, te weten – samengevat weergegeven – een meldplicht bij de reclassering, gedragsinterventie gericht op verslaving en middelengebruik en het meewerken aan de controle op de beheersing van het middelengebruik. Ten slotte heeft de rechtbank van de inbeslaggenomen voorwerpen de onttrekking aan het verkeer gelast.

Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep integraal zal bevestigen.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

De verdachte is door de rechtbank vrijgesproken van het onder feit 5 tenlastegelegde. Tegen het vonnis is bij akte van 8 mei 2023 namens de verdachte onbeperkt hoger beroep ingesteld.

Ingevolge het bepaalde in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte geen hoger beroep open tegen het vonnis voor zover hij van het tenlastegelegde is vrijgesproken.

Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in diens hoger beroep voor zover dat is gericht tegen de vrijspraakbeslissing van de rechtbank van het onder feit 5 tenlastegelegde.

Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, met dien verstande dat het hof de tenlastelegging en de bewezenverklaring ter zake van feit 3 verbeterd leest.

Onder feit 3 is aan de verdachte tenlastegelegd en door de rechtbank bewezenverklaard dat de verdachte 16 kogelpatronen van het merk Teuro metallwerke (cursivering telkens hof) voorhanden heeft gehad. Gelet op het procesdossier is sprake van een kennelijke verschrijving nu het kogelpatronen betrof van het merk Teuto metallwerke.

Het hof leest de tenlastelegging en de bewezenverklaring verbeterd, in die zin dat deze – voor zover relevant – komen te luiden: “16 kogelpatronen van het merk Teuto metallwerke”. Bezien tegen de achtergrond van het dossier, de tenlastelegging, de bewezenverklaring en de bewijsmiddelen wordt de verdachte hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

BESLISSING

Het hof:

verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de vrijspraakbeslissing van de rechtbank ter zake van het onder feit 5 tenlastegelegde;

bevestigt het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, met inachtneming van het vorenoverwogene.

Aldus gewezen door:

mr. drs. M.C.C. van de Schepop, voorzitter,

mr. S. Riemens en mr. C.A. van Roosmalen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. T.S. Vos, griffier,

en op 25 juli 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Mr. van Roosmalen voornoemd is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.