Strafrecht overig
Het hof is van oordeel dat het adres in Dubai als woon- of verblijfplaats van betrokkene als bedoeld in…
ECLI:NL:GHSHE:2026:1523 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 12 juni 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2026-1523
Zaakgegevens
Op 12 juni 2026 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 12 juni 2026
- Datum publicatie
- 10 juni 2026
- Zaaknummer
- 20-002838-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2026:1523
Samenvatting
Het hof is van oordeel dat het adres in Dubai als woon- of verblijfplaats van betrokkene als bedoeld in artikel 36e, derde lid, Sv heeft te gelden en dat de oproeping in hoger beroep aan het adres in Dubai (VAE) had moeten worden toegezonden. Het hof verklaart de betekening van de oproeping in hoger beroep nietig.
Uitspraak
Inhoudsopgave
Parketnummer : 20-002838-25
Uitspraak : 12 juni 2026
TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv)
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 13 november 2025, in de ontnemingszaak met parketnummer 71-288834-24 (ontneming) tegen:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1979,
ingeschreven in de Basisregistratie personen als niet-ingezetene onder vermelding van het adres: [adres 1] ,
volgens opgave van de raadsman verblijvende op het adres: [adres 2] Dubai (VAE) .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de oproeping van de verdachte nietig verklaard.
De officier van justitie bij het Landelijk Parket heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van het standpunt van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de betrokkene naar voren is gebracht.
Geldigheid van de oproeping in hoger beroep
Ter terechtzitting in hoger beroep is door de raadsman van de betrokkene naar voren gebracht dat het Openbaar Ministerie heeft nagelaten de oproeping in hoger beroep overeenkomstig de wettelijke betekeningsvoorschriften te doen uitreiken op het bij het Openbaar Ministerie bekende adres van de betrokkene, te weten het adres [adres 2] Dubai (VAE) . De betekening van de oproeping in hoger beroep is daarom niet rechtsgeldig. De verdediging heeft het hof verzocht de oproeping in hoger beroep nietig te verklaren.
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is van een rechtsgeldige betekening.
Het hof overweegt als volgt.
Voor wat betreft de betekening van de oproeping in hoger beroep volgt uit het dossier dat van de betrokkene geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is.
Overeenkomstig artikel 36e, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) geschiedt de uitreiking aan de geadresseerde van wie de woon- of verblijfplaats in het buitenland bekend is, door toezending van de gerechtelijke mededeling, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van de bevoegde buitenlandse autoriteit of instantie en, voor zover een verdrag van toepassing is, met inachtneming van dat verdrag.
In het dossier bevindt zich een oproeping voor de zitting in hoger beroep die is gericht aan een adres dat sinds 5 augustus 2020 in de Basisregistratie personen als betrokkenes adres wordt vermeld, te weten: [adres 1] (Spanje) .
Uit het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting d.d. 6 en 13 november 2025, volgt dat in eerste aanleg alle procespartijen er echter van uitgingen dat het feitelijke woonadres van de betrokkene het adres [adres 2] Dubai (VAE) betrof. Ook in de beslissing van de rechtbank van 13 november 2025 is dit adres, zij het met een kennelijke verschrijving ( [adres 3] in plaats van [adres 2] ), aangemerkt als het actuele woonadres van de betrokkene. Naar dat adres is geen oproeping voor de zitting in hoger beroep toegezonden.
De vraag is of de oproeping in hoger beroep op voormeld adres in Dubai had moeten worden betekend.
Het Openbaar Ministerie heeft zich in hoger beroep op het standpunt gesteld dat het adres in Dubai is achterhaald omdat de huurovereenkomst die betrekking heeft op dat adres en is ingegaan op 14 oktober 2024, geëindigd zou zijn op 14 oktober 2025 en er geen enkel aanknopingspunt is dat de betrokkene daar nog verblijft.
De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep te kennen gegeven dat de betrokkene nog steeds op het adres in Dubai verblijft en dat ook niet is gebleken van enig onderzoek door het Openbaar Ministerie waaruit volgt dat dat adres zou zijn achterhaald.
Het hof stelt vast dat, ook gelet op de tekst van de aanzeggingen van het hoger beroep in de strafzaak van 13 en 17 november 2025 (met wederom een verschrijving, namelijk [adres 3] in plaats van het op het huurcontract genoemde [adres 2] ), het Openbaar Ministerie ook na afloop van de huurtermijn per 14 oktober 2025 kennelijk is uitgegaan van het adres in Dubai als feitelijke woon- of verblijfplaats van betrokkene. Van feiten en omstandigheden die maken dat het adres niet meer als zodanig kan worden aangemerkt, is het hof niet gebleken.
Tegen de achtergrond van het voorgaande is het hof van oordeel dat het adres in Dubai als woon- of verblijfplaats van betrokkene als bedoeld in artikel 36e, derde lid, Sv heeft te gelden en dat de oproeping in hoger beroep aan het adres [adres 2] Dubai (VAE) had moeten worden toegezonden.
Nu dat niet is gebeurd, is het hof van oordeel dat de betekening van de oproeping in hoger beroep nietig is.
Ten overvloede overweegt het hof dat niet is gebleken dat in de ontnemingszaak een aanzegging van het hoger beroep als bedoeld in artikel 409 Sv is betekend.
BESLISSING
Het hof:
verklaart de betekening van de oproeping in hoger beroep nietig.
Aldus gewezen door:
mr. R.G.A. Beaujean, voorzitter,
mr. S.C. van Duijn en mr. A.C. Bosch, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. L.C.J.M. Hillebrandt, griffier,
en op 12 juni 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. Bosch is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.