Strafrecht overig
Het hof heeft de verdachte veroordeeld ter zake van het wederrechtelijk binnendringen in de woning van een…
ECLI:NL:GHSHE:2026:1912 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 17 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2026-1912
Zaakgegevens
Op 17 juli 2026 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Maastricht
- Datum uitspraak
- 17 juli 2026
- Datum publicatie
- 21 juli 2026
- Zaaknummer
- 20-001175-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2026:1912
Samenvatting
Het hof heeft de verdachte veroordeeld ter zake van het wederrechtelijk binnendringen in de woning van een ander. Anders dan door de raadsman bepleit is er geen sprake van een ontruiming in de zin van artikel 551A van het Wetboek van Strafvordering.
Uitspraak
Inhoudsopgave
Parketnummer : 20-001175-25
Uitspraak : 17 juli 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
’s-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 29 april 2025, in de strafzaak met parketnummer
03-010153-25 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1981,
postadres [adres 1] .
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep heeft de politierechter de verdachte vrijgesproken van het onder feit 1 tenlastegelegde en het onder feit 2 primair tenlastegelegde bewezenverklaard als ‘in de woning bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen’ en de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 dagen met aftrek van voorarrest en een taakstraf voor de duur van 30 uren subsidiair 15 dagen hechtenis.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, bewezen zal verklaren hetgeen is tenlastegelegd onder feit 2 primair en de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 dagen met aftrek van voorarrest en een voorwaardelijke taakstraf voor duur van 40 uren subsidiair 20 dagen hechtenis, met een proeftijd van 2 jaren en met daarbij als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering en het verblijven in een begeleid wonen traject of maatschappelijke opvang.
Namens de verdachte is bepleit om toepassing te geven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
De verdachte is in het vonnis waarvan beroep vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 1 is tenlastegelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat in hoger beroep de tenlastelegging – en aldus de grondslag van het onderzoek – is gewijzigd.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in hoger beroep – tenlastegelegd dat:
2.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 december 2024 tot en met 9 januari 2025 te Maastricht, althans in Nederland, in de woning, gelegen aan [adres 2] bij een ander, te weten bij [bedrijf] , althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 december 2024 tot en met 9 januari 2025 te Maastricht, althans in Nederland, in een woning aan [adres 2] , waarvan het gebruik door de rechthebbende was beëindigd wederrechtelijk is binnengedrongen.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij:
2.
in de periode van 27 december 2024 tot en met 9 januari 2025 te Maastricht, in de woning, gelegen aan [adres 2] bij een ander, te weten bij [bedrijf] , in gebruik, wederrechtelijk is binnengedrongen.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Indien tegen dit verkorte arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.
Bewijsoverwegingen
De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de
feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.
Door de verdediging is bepleit dat er sprake is geweest van een onrechtmatige ontruiming zodat niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 551a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) dat een machtiging van de rechter-commissaris voorschrijft.
Het hof overweegt hiertoe als volgt.
Uit het dossier volgt dat op 9 januari 2025 in de woning aan [adres 2] met machtiging van de hulpofficier van justitie is binnengetreden ter aanhouding van de verdachte. Van een ontruiming in de zin van artikel 551a Sv was derhalve geen sprake.
Het verweer faalt.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder 2 bewezenverklaarde wordt als volgt gekwalificeerd:
in de woning bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Het feit is strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen sanctie
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
De raadsman heeft bepleit om toepassing te geven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
Het hof neemt bij het bepalen van de straf in het bijzonder het navolgende in aanmerking.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het wederrechtelijk binnendringen in de woning van een ander. Kraken is een hinderlijk strafbaar feit, waarbij inbreuk wordt gemaakt op het eigendomsrecht van anderen en waardoor doorgaans veel nadeel wordt veroorzaakt voor de eigenaren.
Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft het hof acht geslagen op de inhoud van het hem betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 9 maart 2026, waaruit blijkt dat de verdachte reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld voor eenzelfde feit.
Verder heeft het hof acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals deze ter terechtzitting in hoger beroep naar voren zijn gebracht. De verdachte heeft verklaard dat hij al 20 jaar geen vaste woon- of verblijfplaats heeft. Voor de verdachte is het belangrijk dat hij zijn huisvesting op orde heeft voordat hij andere persoonlijke problemen wil aanpakken. De verdachte is niet bereid om met de reclassering (samen) te werken indien dit ook inhoudt het accepteren van begeleid wonen.
Alles afwegende zal het hof een gevangenisstraf opleggen waarvan de duur van het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de tijd die de verdachte in verzekering heeft doorgebracht, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 2 dagen.
Het hof ziet geen reden om te komen tot toepassing van artikel 9a Sr.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op artikel 138 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.
BESLISSING
Het hof:
verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1 tenlastegelegde:
vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het onder 2 primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) dagen;
beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Aldus gewezen door:
mr. A.J.M. van Gink, voorzitter,
mr. H.A.T.G. Koning en mr. W.P.A. Korver, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. R.M. Gloudemans, griffier,
en op 17 juli 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. Koning en mr. Korver zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.