Strafrecht overig
Artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht. Het hof acht bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft…
ECLI:NL:GHSHE:2026:2193 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 4 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2026-2193
Zaakgegevens
Op 4 augustus 2026 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 4 augustus 2026
- Datum publicatie
- 6 augustus 2026
- Zaaknummer
- 20-002166-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2026:2193
Samenvatting
Artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht. Het hof acht bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mensensmokkel, door een vreemdeling vanuit België over de Nederlandse grens te vervoeren. Het hof veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met aftrek van voorarrest en een proeftijd van twee jaren.
Uitspraak
Inhoudsopgave
Parketnummer : 20-002166-25
Uitspraak : 4 augustus 2026
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
’s-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 15 augustus 2025, in de strafzaak met parketnummer 01-136891-25 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986,
wonende te [adres] .
Hoger beroep
Bij het vonnis waarvan beroep is de verdachte partieel vrijgesproken van het tenlastegelegde voor zover dat betrekking heeft op Happy Singh.
De politierechter heeft het overige tenlastegelegde bewezenverklaard, dat gekwalificeerd als ‘mensensmokkel’, de verdachte daarvoor strafbaar verklaard en hem veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
Namens de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, met uitzondering van de opgelegde straf, en in zoverre opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met aftrek van voorarrest en een proeftijd van twee jaren.
De verdediging heeft primair bepleit dat het hof de verdachte integraal vrijspreekt. Subsidiair heeft de verdediging een strafmaatverweer gevoerd.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
De verdachte is door de politierechter partieel vrijgesproken van het tenlastegelegde voor zover dat betrekking heeft op [naam]
Het hoger beroep is onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen deze partiële vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat tegen deze beschermde vrijspraak is gericht.
Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist, heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het bestreden vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het bestreden vonnis, met aanvulling van de gronden waarop het berust en met uitzondering van de opgelegde straf. In zoverre zal het vonnis waarvan beroep worden vernietigd. Bijgevolg komen de overwegingen van de politierechter ten aanzien van de opgelegde straf te vervallen en zullen deze worden vervangen door hetgeen hierna zal worden overwogen.
Als gevolg daarvan vervangt het hof tevens de toepasselijke wettelijke voorschriften waarop de beslissingen van de politierechter zijn gegrond door de hierna opgenomen artikelen.
Indien tegen dit arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, zal het hof de inhoud van de door de politierechter opgesomde bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring uitwerken in een aanvulling op dit verkorte arrest. Deze aanvulling wordt dan aan dit arrest gehecht.
Op te leggen straf
De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep een strafmaatverweer gevoerd en heeft het hof verzocht – gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte – een voorwaardelijke (gevangenis)straf op te leggen.
Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
Het hof heeft bij het bepalen van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan mensensmokkel, door een vreemdeling vanuit België over de Nederlandse grens te vervoeren. Met zijn handelen heeft de verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de Nederlandse en de internationale rechtsorde. Mensensmokkel doorkruist immers het beleid aangaande de bestrijding van wederrechtelijk doorreis en verblijf in Nederland en andere Europese landen en draagt bij aan het in stand houden van een illegaal circuit dat allerlei maatschappelijke ongewenste effecten met zich brengt, waaronder verschillende vormen van uitbuiting en misbruik van kwetsbare personen. Het hof vindt het belangrijk dat de verdachte beseft dat hij hierin een eigen verantwoordelijkheid heeft en rekent het hem aan dat hij die niet heeft genomen.
Het hof heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 21 mei 2026, betrekking hebbende op het justitiële verleden van de verdachte in Nederland, waaruit blijkt dat de verdachte in Nederland niet eerder onherroepelijk voor een strafbaar feit is veroordeeld.
Daarnaast heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. Ten overstaan van het hof heeft de verdachte verklaard dat hij een dochter heeft, dat hij alimentatie betaalt en dat hij een vaste baan als internationale vrachtwagenchauffeur heeft.
Alles afwegend acht het hof oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met aftrek van voorarrest en een proeftijd van twee jaren passend en geboden. Met oplegging van deze voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof vervangt de door de politierechter aangehaalde artikelen door de artikelen 14a, 14b, 14c en 197a van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.
BESLISSING
Het hof:
vernietigt het vonnis waarvan beroep, doch uitsluitend ten aanzien van de opgelegde straf en doet in zoverre opnieuw recht:
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden;
bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het vorenoverwogene.
Aldus gewezen door:
mr. M.C.C. van de Schepop, voorzitter,
mr. J.J. Peters en mr. P.J.D.J. Muijen, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. B.J.M. van de Luijtgaarden, griffier,
en op 4 augustus 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. P.J.D.J. Muijen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.