Strafrecht overig
Het hof veroordeelt de verdachte ter zake van ‘opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B…
ECLI:NL:GHSHE:2026:2483 · Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 4 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/gerechtshof-s-hertogenbosch/strafrecht/strafrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-ghshe-2026-2483
Zaakgegevens
Op 4 september 2026 heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Gerechtshof 's-HertogenboschGerechtshofDe rechter in hoger beroep in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Nederland heeft vier gerechtshoven.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Breda
- Datum uitspraak
- 4 september 2026
- Datum publicatie
- 15 september 2026
- Zaaknummer
- 20-000653-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:GHSHE:2026:2483
Samenvatting
Het hof veroordeelt de verdachte ter zake van ‘opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel’, ‘opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen en beschadigen, meermalen gepleegd’, ‘diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking’ en ‘diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking’ tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van voorarrest.
Uitspraak
Inhoudsopgave
Parketnummer : 20-000653-25
Uitspraak : 4 september 2026
TEGENSPRAAK (ex artikel 279 Sv)
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 17 februari 2025, in de strafzaak met parketnummer 02-094505-24 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,
Zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake van ‘tezamen en in vereniging opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod’ (feit 1 primair), ‘tezamen en in vereniging opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen en beschadigen, meermalen gepleegd’ (feit 2 primair) en ‘diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking’ (feit 3 primair en feit 4 primair) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van voorarrest. De politierechter heeft de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] gedeeltelijk toegewezen, te weten tot een bedrag van € 21.125,77 aan materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij is in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk verklaard. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] is geheel toegewezen, te weten tot een bedrag van € 11.312,08 aan materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
Namens de verdachte is primair vrijspraak bepleit ten aanzien van alle tenlastegelegde feiten. Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van het hof ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde. Ten aanzien van feit 2 subsidiair is eveneens vrijspraak bepleit. Met betrekking tot feiten 3 en 4 heeft de raadsman zich ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde gerefereerd aan het oordeel van het hof. Voorts heeft de raadsman een standpunt ingenomen met betrekking tot de vorderingen van de benadeelde partijen. Ten slotte is een straftoemetingsverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1. primair
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2023 tot en met 1 december 2023 te Breda, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres 1] ), ongeveer (in totaal) 942 hennepplanten (in twee kweekruimten), althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;
1. subsidiair
een of meer onbekend gebleven personen op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2023 tot en met 1 december 2023 te Breda, althans in Nederland, (telkens) opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan [adres 1] ) ongeveer (in totaal) 942 hennepplanten (in twee kweekruimten), althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks de periode van 1 oktober 2023 tot en met 1 december 2023 te Breda, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door voor die onbekend gebleven persoon/personen (een deel van) dat pand te huren en/of/althans een huurcontract af te sluiten met de verhuurder en/of de hennepkwekerij in de gaten te houden (met een mobiele telefoon) en/of die hennepkwekerij te bezoeken/inspecteren en/of aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen;
2. primair
hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2023 tot en met 1 december 2023 te Breda, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een of meer deuren en/of een of meer muren in het pand aan [adres 1] en/of het pand [adres 1] , in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
2. subsidiair
een of meer onbekend gebleven personen op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2023 tot en met 1 december 2023 te Breda, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een of meer deuren en/of een of meer muren in het pand aan [adres 1] en/of het pand [adres 1] , in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft/hebben vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks de periode van 1 oktober 2023 tot en met 1 december 2023 te Breda, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door voor die onbekend gebleven persoon/personen (een deel van) dat pand te huren en/of/althans een huurcontract af te sluiten met de verhuurder en/of (een deel van) dat pand aan die onbekend gebleven persoon/personen ter beschikking te stellen voor het inrichten/in stand houden van een hennepkwekerij;
3. primair
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2023 tot en met 1 december 2023 te Breda, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen elektriciteit onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
3. subsidiair
een of meer onbekend gebleven personen op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2023 tot en met 1 december 2023 te Breda, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander dan aan die onbekend gebleven persoon/personen en/of zijn/hun mededader(s), toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl die onbekend gebleven persoon/personen en/of zijn/hun mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 1 oktober 2023 tot en met 1 december 2023 te Breda, althans in Nederland, (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door voor die onbekend gebleven persoon/personen (een deel van) het pand aan [adres 1] te huren en/of/althans een huurcontract af te sluiten met de verhuurder en/of door (een deel van) het pand aan [adres 1] aan die onbekend gebleven persoon/personen ter beschikking te stellen voor het inrichten/in stand houden van een hennepkwekerij;
4. primair
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2023 tot en met 1 december 2023 te Breda, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid (drink)water, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen (drink)water onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
4. subsidiair
een of meer onbekend gebleven personen op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2023 tot en met 1 december 2023 te Breda, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid (drink)water, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 3] , in elk geval aan een ander dan aan die onbekend gebleven persoon/personen en/of zijn/hun mededader(s), toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl die onbekend gebleven persoon/personen en/of zijn/hun mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 1 oktober 2023 tot en met 1 december 2023 te Breda, althans in Nederland, (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door voor die onbekend gebleven persoon/personen (een deel van) het pand aan [adres 1] te huren en/of/althans een huurcontract af te sluiten met de verhuurder en/of door (een deel van) het pand aan [adres 1] aan die onbekend gebleven persoon/personen ter beschikking te stellen voor het inrichten/in stand houden van een hennepkwekerij.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en 4 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:
1. primair
hij in de periode van 1 oktober 2023 tot en met 1 december 2023 te Breda, opzettelijk heeft geteeld, in een pand aan [adres 1] , 942 hennepplanten (in twee kweekruimten), in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;
2. primair
hij in de periode van 1 oktober 2023 tot en met 1 december 2023 te Breda, opzettelijk en wederrechtelijk een of meer deuren en een of meer muren in het pand aan [adres 1] en/of het pand [adres 1] , die aan [benadeelde 1] toebehoorden, heeft vernield en beschadigd;
3. primair
hij in de periode van 1 oktober 2023 tot en met 1 december 2023 te Breda, een hoeveelheid elektriciteit, die aan [benadeelde 2] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte die weg te nemen elektriciteit onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;
4. primair
hij in de periode van 1 oktober 2023 tot en met 1 december 2023 te Breda, een hoeveelheid (drink)water, dat aan [benadeelde 3] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen (drink)water onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
Bewijsmiddelen
Hierna wordt – tenzij anders vermeld – steeds verwezen naar het eindproces-verbaal opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , hoofdagent van politie Eenheid Zeeland-West-Brabant, registratienummer PL2000-2023306159, gesloten d.d. 7 februari 2024, bevattende een verzameling op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal van politie alsmede overige geschriften, met doorgenummerde dossierpagina’s 1 tot en met 216. Alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.
1. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 december 2023 (pg. 15 t/m 20), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 2] :
Op vrijdag 1 december 2023, om 10:30 uur, werd ter opsporing en inbeslagneming op grond van artikel 9, lid 1, onder b Opiumwet en artikel 96 Wetboek van Strafvordering, binnengetreden op het adres [adres 1] .
Melder had een melding gemaakt bij de politie dat er mogelijk in zijn pand, dat hij verhuurt, een hennepkwekerij zat. Dit betreft een bedrijfspand met meerdere afzonderlijke ruimtes voorzien van een eigen rol- en voordeur. Er was een paar weken geleden wateroverlast waarbij melder niet naar boven mocht in de hal. Daar zocht hij toen niks achter. Nu kreeg hij een bericht van omliggende bedrijven dat er een sterke hennepgeur afkomstig was uit zijn pand. Hierop besloot melder de politie in te schakelen om samen met hen daar te gaan kijken.
Het bleek dat op genoemd adres een hennepkwekerij met planten aanwezig was. Het perceel betreft een bedrijfspand, namelijk een bedrijfsverzamelgebouw met meerdere bedrijven. De hennepkwekerij zat in pand [adres 1] .
Melder betreft eigenaar van twee bedrijfsruimtes [adres 2] en [adres 1] . Melder heeft een getekend contract van de huurder [verdachte] met daarbij een kopie van zijn identiteitsbewijs.
Na het binnentreden zag ik het volgende:
Wateroverlast van een tijd geleden en aangrenzende bedrijven die klaagden over een hennepgeur. Bij het uitboren van de cilinder werd door de politie ook een sterke hennepgeur waargenomen.
Kweekruimte 1
Ruimte stond vol met hennepplanten.
In totaal stonden er 672 hennepplanten. Per m2 stonden er 16 planten.
Kweekruimte 2
Ruimte stond vol met hennepplanten.
In totaal stonden er 270 hennepplanten. Per m2 stonden er 11 planten.
Ik constateerde, gezien de waargenomen uiterlijke kenmerken, kleur en vorm, en daarnaast de herkenbare geur, dat de aangetroffen planten hennepplanten waren.
De elektriciteitsvoorziening van de hennepkwekerij is onderzocht door Leon, fraude-
inspecteur bij de netbeheerder [benadeelde 2] , in mijn aanwezigheid. Hierbij werd geconstateerd dat de elektriciteitsvoorziening ten behoeve van de hennepkwekerij illegaal werd afgenomen.
Het bleek dat onder de hoofdzekering een illegale aftap werd gemaakt met een andere stroomkabel. Die stroomkabel ging direct naar de hennepkwekerij toe. Uit het rapport van de vermelde fraude-inspecteur bleek dat de aangelegde installatie gevaar opleverde voor personen en/of goederen.
De watervoorziening van de hennepkwekerij is onderzocht door, abusievelijk heb ik de naam niet genoteerd, een medewerker bij het waterleidingbedrijf [benadeelde 3] in mijn aanwezigheid. Hierbij werd geconstateerd dat de watervoorziening ten behoeve van de hennepkwekerij illegaal werd afgenomen. Het bleek dat water illegaal voor de watermeter werd afgetapt door middel van zwarte slangen. De zwarte slangen gingen direct naar de hennepkwekerij. Uit het rapport van de vermelde medewerker bleek, dat de aangelegde installatie gevaar opleverde voor personen en/of goederen.
Verdachte 2 : [verdachte]
Reden voor de verdenking is : [verdachte] en [medeverdachte] waren samen aanwezig in de hennepkwekerij. [verdachte] staat ook op het huurcontract.
Achternaam: [verdachte]
Voornamen: [verdachte]
Geboren: [geboortedag] 1982
Geboorteplaats: [geboorteplaats] in Albanie
2. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 1 december 2023 (pg. 43 t/m 45), voor zover inhoudende als verklaring van aangever van [benadeelde 1] :
Plaats delict: [adres 1]
Pleegdatum: Tussen 1 oktober 2023 en 1 december 2023
Ik doe aangifte van vernieling van in ieder geval een deur en een muur in het bedrijfspand welke mijn eigendom is en die ik normaal verhuur.
3. Het proces-verbaal van verhoor d.d. 1 december 2023 (pg. 46 t/m 49), voor zover inhoudende als weergave van het verhoor van getuige [benadeelde 1] :
Ik ben eigenaar van twee bedrijfsunits gevestigd aan [adres 1] en ik verhuur deze aan bedrijven. Op 1 oktober 2023 heeft [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1982 in [geboorteplaats] , het huurcontract getekend bij de makelaar waar ik mee werk. Dat contract is ingegaan op 1 oktober 2023. Op 28 oktober 2023 ben ik door de eigenaar van [adres 3] gebeld. Hij vertelde mij dat er water onder mijn roldeur van [adres 1] kwam. Ik heb geconstateerd dat er water onder de roldeur doorliep en ben toen gaan kijken bij [adres 2] en bij [adres 3] en zag toen dat bij beide units de muren grenzend aan [adres 1] vochtig waren, op de vloer op de benedenverdieping stond een plasje water. Ik heb toen [verdachte] gebeld dat er waterschade was, en vroeg hem waar hij was. Hij zei toen dat hij er een paar minuten later was. Hij belde 15 minuten later dat ik naar de Hornbach moest komen. Hij zei toen dat er wateroverlast was en ik hoefde niet te kijken. Ik heb met [verdachte] afgesproken dat ik twee weken later in de unit wilde kijken en dat hij tot die tijd had om het te herstellen. Toen ik hem twee weken later belde, dit was 14 november 2023, was hij in Roemenië. Ik wilde met hem afspreken op 16 november 2023. Ik heb toen met hem afgesproken dat hij zou laten weten als hij weer in Nederland was. Hij nam geen contact op. Op 22 november 2023 heb ik hem een bericht gestuurd. Hij appte mij dat hij vrijdag 1 december 2023 kon afspreken.
Op 1 december 2023, had ik die afspraak met de huurder staan en omdat ik niet precies wist wat ik moest doen heb ik uiteindelijk de politie gebeld. Op 1 december 2023 omstreeks 10:15 uur was ik bij het pand. Toen was het pand rondom slotvast afgesloten. De roldeur was helemaal dicht. De voordeur zat op slot en ik heb daar geen sleutel van. Toen de politie binnen was zijn er twee personen in het pand aangetroffen. De politie trof toen op de bovenverdieping van het pand een in werking zijnde hennepkwekerij aan.
Ik heb gezien dat er een muur, een deur, een meter van [benadeelde 3] en de meterkast zijn vernield. Ook de keuken en toilet op de eerste verdieping zijn beschadigd, maar omdat de kwekerij nog niet geruimd is kan ik die schade nog niet inschatten. Ook zal ik het pand leeg moeten ruimen en schoon moeten maken voordat ik het weer kan verhuren. Die kosten wil ik ook graag op de huurder verhalen.
4. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 22 december 2023 (pg. 50 t/m 51), voor zover inhoudende als verklaring van aangever van [aangever 1] namens het bedrijf [benadeelde 3] :
Incident: Diefstal drinkwater na verwijderen watermeter; plaatsen van een T-stuk, waardoor er geen registratie van het correcte waterverbruik kan plaatsvinden.
Ik, [aangever 1] ben in mijn hoedanigheid van Groepsleider Klant Support bij drinkwaterbedrijf [benadeelde 3] gerechtigd tot het doen van aangifte van strafbare feiten die worden gepleegd ten nadele van genoemd bedrijf.
Op 1 december 2023 is tijdens de binnentreding van pand [adres 1] een hennepkwekerij aangetroffen. Uit onze administratie blijkt dat [verdachte] in elk geval op het moment van binnentreden de contractant is van genoemd perceel.
Bij controle van de watermeter van [benadeelde 3] en de drinkwaterinstallatie van het genoemde pand heeft de monteur gezien dat de watermeter niet meer op de juiste manier was aangesloten. Deze was verwijderd.
5. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 7 december 2023 (pg. 60 t/m 62), voor zover inhoudende als verklaring van aangever van [aangever 2] namens het bedrijf [benadeelde 2] :
Ik, [aangever 2] , ben in mijn hoedanigheid als Lid van de Raad van Bestuur/COO [benadeelde 2] , gerechtigd tot het doen van aangifte van strafbare feiten die worden gepleegd ten nadele van genoemd bedrijf. [benadeelde 2] transporteert en distribueert energie naar particulieren en bedrijven, waaronder naar de contractant van pand [adres 1] .
Op 01 december 2023 werd een hennepkwekerij met diefstal energie aangetroffen in het pand op het adres [adres 1] . Uit onze administratie blijkt dat [verdachte] in elk geval op het moment van binnentreden op 1 december 2023 contractant was op genoemd perceel.
Diefstal Elektriciteit:
Illegale aftakking voor de hoofdveiligheid.
Uit onderzoek bleek dat er een illegale aansluiting voor de hoofdbeveiliging was gemaakt op de aansluitleiding in de hoofdaansluitkast. Er was een illegale elektriciteitskabel aangelegd die buiten de elektriciteitsmeter om liep en de elektrische installatie in het betreffende pand voorzag van elektriciteit. De illegale kabel is buiten de hoofdveiligheid in de aansluitkast van [benadeelde 2] om aangesloten. Door buiten de hoofdbeveiliging om aan te sluiten is er meer vermogen beschikbaar dan contractueel is overeengekomen met de contractant.
Om deze aftakking te realiseren is het noodzakelijk geweest de verzegeling van de aansluitkast te verbreken en de kast te openen. De originele zegels zijn verwijderd, vervangen en of gemanipuleerd. Hiervoor heeft [benadeelde 2] geen toestemming verleend.
6. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 januari 2024 (pg. 110 t/m 112), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :
Op woensdag 31 januari 2024, bekeek ik de data die was veiliggesteld van drie inbeslaggenomen Samsung telefoons.
Samsung met goednummer 2665082
Deze telefoon is inbeslaggenomen onder verdachte [verdachte] . Op foto's van de telefoon zie ik verschillende foto's van [verdachte] staan. Wat opvalt is dat ik ook tientallen foto’s zie van hennepkwekerijen. Ik zie wel dat het steeds dezelfde kwekerij is. Een aantal foto's heb ik geëxporteerd naar een document en zal worden toegevoegd aan dit proces verbaal van bevindingen. Het lijkt of de tientallen foto's met een beveiligingscamera zijn gemaakt aangezien ze constant van dezelfde locatie/positie zijn gemaakt. Dit mogelijk om de kwekerij in de gaten te kunnen houden.
Samsung met goednummer 2665099
Dit is denk ik de privé telefoon van [verdachte] . Ik zie veel familiefoto's en foto's van [verdachte] zelf. Ik zie geen hennep gerelateerde foto's. Ik voeg een schermafdruk toe van de politie altlas. Hierop heb ik de locatie data van deze telefoon geladen. Hierop is te zien dat deze telefoon op de volgende data op de locatie van de hennepkwekerij is geweest:
17-11-2023
19-11-2023
24-11-2023
28-11-2023
12-01-2023 (dag van aantreffen en aanhouding [verdachte] ) (het hof begrijpt in samenhang met de overige bewijsmiddelen: 01-12-2023)
7. Een geschrift inhoudende een proces-verbaal van oplevering (pg. 177-181) behorende bij de huurovereenkomst die verdachte handelend onder de naam [bedrijf 1] heeft gesloten met de verhuurder van 25 september 2023.
Uit dit geschrift blijkt zowel uit de foto’s als uit de beschrijving dat het pand in goede staat aan verdachte is opgeleverd.
8. Een geschrift inhoudende een bericht van registratie – KvK (pg. 215), voor zover inhoudende:
Op 1-10-2023 is de onderneming voortgezet door [verdachte]
Gegevens eenmanszaak
Naam [verdachte]
Geboortedatum [geboortedag] 1962
Gegevens onderneming
Betreft inschrijving van [bedrijf 1] , KvK-nummer [KvK-nummer]
Gegevens vestiging
Bezoekadres [adres 1]
Handelsnaam [bedrijf 1]
Bewijsoverwegingen
Rechtmatigheid binnentreden pand
De raadsman van de verdachte heeft primair vrijspraak bepleit van alle tenlastegelegde feiten. Hiertoe is – kort gezegd – aangevoerd dat de politie niet rechtmatig is binnengetreden in het pand omdat de hennepgeur pas door de politie werd geroken nadat het cilinderslot werd opengebroken. De enkele mededeling dat het pand “vochtig en muf” zou ruiken is onvoldoende om een redelijk vermoeden van een misdrijf aan te kunnen nemen. Het recht op een eerlijk proces van de verdachte is door deze onrechtmatige binnentreding geschonden en daardoor dienen de bevindingen na de binnentreding in het pand van het bewijs te worden uitgesloten.
Het hof overweegt als volgt.
Op grond van artikel 9 van de Opiumwet hebben opsporingsambtenaren toegang tot de plaatsen, waar een overtreding van de Opiumwet gepleegd wordt of waar redelijkerwijze vermoed kan worden, dat zodanige overtreding gepleegd wordt. Verbalisant [verbalisant 2] heeft gerelateerd dat aangever [benadeelde 1] aan de politie had gemeld dat hij bericht had gehad van omliggende bedrijven dat er een sterke hennepgeur afkomstig was uit zijn pand. Dat was de informatie op basis waarvan bij de politie een vermoeden is ontstaan dat er een hennepkwekerij in het pand aanwezig was. Een hennepkwekerij is een overtreding van de Opiumwet en daarom beschikte de politie over een redelijk vermoeden van een misdrijf dat het binnentreden rechtvaardigde. Naar het oordeel van het hof was het binnentreden dus rechtmatig en daarmee wordt het verweer van de raadsman verworpen.
Feit 1
De raadsman heeft ook vrijspraak bepleit van hetgeen onder feit 1 primair ten laste is gelegd omdat de verdachte enkel als katvanger het pand voor anderen heeft gehuurd. De verdachte ontving contant geld om de huur te betalen en moest dit overmaken naar de verhuurder. Hij zou slechts kort voor de vochtschade in het pand zijn geweest volgens de telefoongegevens. Dit komt omdat hij de schade moest repareren. Nergens blijkt uit dat hij eerder in het pand is geweest of dat hij de hennepplantage heeft opgebouwd of onderhouden. Hierdoor kan de verdachte hooguit worden aangemerkt als medeplichtige.
Het hof overweegt als volgt.
Uit het dossier blijken de volgende feiten en omstandigheden. De huurovereenkomst van het pand waarin de hennepkwekerij is aangetroffen, stond op naam van de verdachte handelend onder de naam [bedrijf 1] . Uit de gegevens van de Kamer van Koophandel blijkt dat deze eenmanszaak van de verdachte was gevestigd in dit gehuurde pand. De verdachte heeft ook meermaals contact gehad met de verhuurder, waaronder over de waterschade. Op initiatief van de verdachte vond dit gesprek over de waterschade bij de Hornbach plaats en niet bij het pand. Volgens de verdachte hoefde de verhuurder niet zelf te komen kijken en die dag heeft de verhuurder het pand dus ook niet van binnen gezien. Op de telefoon van de verdachte staan foto’s van een hennepkwekerij. Ook blijkt uit de gegevens op de telefoon van de verdachte dat de telefoon op meerdere momenten vanaf 17 november 2023 op de locatie van het pand is geweest.
De verdachte heeft verklaard dat hij het pand huurde voor twee andere personen die hij ontmoette in een horecagelegenheid in Heerlen. Hij kreeg het geld voor de huur contant in deze horecagelegenheid en maakte daar ter plekke de volgende afspraak met hen. Op het moment dat de verdachte was aangehouden, verklaarde hij dat er geen nieuwe afspraak meer was gemaakt. Naar het oordeel van het hof is echter niet aannemelijk geworden dat andere mensen betrokken zijn geweest bij de hennepkwekerij. Hier bevat het dossier namelijk geen enkel aanknopingspunt voor. De verdachte heeft niet nader kunnen of willen onderbouwen wie de onbekende opdrachtgevers zouden zijn. Zo heeft hij geen namen of andere contactgegevens van deze mensen gegeven en het contact met hen ook niet nader kunnen of willen onderbouwen. Ten tijde van de aanhouding van de verdachte in de hennepkwekerij was er wel een andere persoon bij de verdachte, maar de verdachte heeft zelf uitdrukkelijk verklaard dat deze persoon geen rol had bij de hennepkwekerij. Verder blijkt nergens uit dat iemand anders bij de hennepkwekerij betrokken is geweest. Daarentegen was de verdachte zelf de huurder van het pand, degene met wie de verhuurder contact had en is hij in de hennepkwekerij aangehouden. Daarnaast is de telefoon van de verdachte vanaf 17 november 2023 meerdere keren op de locatie van het pand geweest. Het hof gaat er dan ook vanuit dat de verdachte alleen verantwoordelijk is geweest voor de hennepkwekerij. Het hof acht de verklaring van de verdachte over de onbekend gebleven opdrachtgevers daarom niet aannemelijk geworden.
Nu het hof vaststelt dat er geen andere mensen betrokken zijn geweest bij de hennepkwekerij, kan het niet anders zijn dan dat de verdachte degene is geweest die de hennepplanten opzettelijk heeft geteeld. Het hof acht het onder feit 1 primair tenlastegelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen.
Feit 2, 3 en 4
De raadsman heeft eveneens vrijspraak bepleit van het tenlastegelegde onder feiten 2, 3 en 4 op de grond dat – kort gezegd – niet uit het dossier blijkt dat de verdachte eerder in het pand is geweest en dat hij de vernielingen heeft aangericht dan wel de diefstal van de elektriciteit en het water heeft gepleegd. Het is mogelijk dat de verdachte – toen hij voor het eerst het pand betrad – de illegale aansluitingen niet heeft opgemerkt.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof heeft hiervoor vastgesteld dat er geen andere mensen betrokken zijn geweest bij de hennepkwekerij. De verdachte was hier alleen verantwoordelijk voor. Daarnaast blijkt uit de bewijsmiddelen dat verdachte het gehuurde in goede staat opgeleverd heeft gekregen zonder illegale aftakkingen ten behoeve van stroom- en waterdiefstal. Op grond hiervan kan het naar het oordeel van het hof niet anders dan dat de verdachte de deuren en muren heeft vernield en beschadigd en dat hij de elektriciteit en het water illegaal heeft afgenomen ten behoeve van zijn hennepkwekerij. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.
Conclusie
Resumerend acht het hof, op grond van het vorenoverwogene en de gebezigde bewijsmiddelen – in onderling verband en samenhang bezien – wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder 1 bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als:
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel.
Het onder 2 bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen en beschadigen,
meermalen gepleegd.
Het onder 3 bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als:
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.
Het onder 4 bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als:
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Op te leggen sanctie
De raadsman heeft het hof verzocht om aan de verdachte een taakstraf op te leggen voor meer dan 60 uren, zodat de tenuitvoerlegging van deze taakstraf kan worden overgedragen aan Italië. Indien het hof de oplegging van een taakstraf niet passend vindt, heeft de raadsman verzocht om een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het telen van 942 hennepplanten, de diefstal van stroom en water ten behoeve daarvan en het vernielen van deuren en muren in het gehuurde pand waarin de hennepkwekerij zich bevond. Het bewezenverklaarde telen staat in relatie met de handel in softdrugs, dat allerlei maatschappelijk onwenselijke effecten tot gevolg heeft. Hennep kan niet alleen gevaar opleveren voor de gezondheid van de gebruikers ervan maar ook, gelet op het brandgevaar, voor het pand waarin de hennep wordt gekweekt. Voorts gaat de handel in onder andere hennep steeds vaker gepaard met andere (ook zware) vormen van criminaliteit. Door zijn handelwijze heeft de verdachte daaraan bijgedragen. De verdachte heeft voor die gevolgen kennelijk geen dan wel onvoldoende oog gehad, maar heeft zich slechts dan wel voornamelijk laten leiden door zijn eigen financiële gewin. Daar komt bij dat hij ten behoeve van de hennepkwekerij vernielingen aan het pand van een ander heeft aangebracht en water en elektriciteit heeft gestolen. Dit zijn allemaal vervelende feiten die laten zien dat de verdachte geen respect heeft voor andermans eigendom. Het hof rekent het de verdachte dan ook aan dat hij heeft gehandeld zoals bewezen is verklaard.
Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft het hof acht geslagen op de inhoud van het hem betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 11 juni 2026, waaruit blijkt dat de verdachte in Nederland niet eerder ter zake van strafbare feiten is veroordeeld.
Voorts heeft het hof gelet op de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan is gebleken.
Gelet op de ernst van de verschillende bewezenverklaarde feiten en de schade die door de feiten is toegebracht, kan naar het oordeel van het hof niet worden volstaan met een taakstraf zoals door de raadsman is verzocht en dient naar het oordeel van het hof een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt te worden opgelegd.
Alles afwegende acht het hof, met de politierechter, een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van voorarrest, passend en geboden.
Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]
De benadeelde partij [benadeelde 1] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 23.738,77, te vermeerderen met de wettelijke rente. De vordering valt uiteen in de volgende onderdelen:
- Materiële schadevergoeding € 23.738,77, bestaande uit:
o Huur vuilcontainers € 1.242,00;
o Elektravoorziening aanleggen € 120,17;
o [bedrijf 2] € 959,60;
o Herstelkosten pand [adres 2] en [adres 1] € 18.755,00;
o Herstelkosten pand [adres 3] € 2.662,00.
Bij het vonnis waarvan beroep is de vordering gedeeltelijk toegewezen tot een totaalbedrag van € 21.125,77, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening. De benadeelde partij is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering voor zover deze ziet op de [verbalisant 2] “Herstelkosten pand [adres 3] ”.
De benadeelde partij heeft ter terechtzitting in hoger beroep te kennen gegeven de [verbalisant 2] “Herstelkosten pand [adres 3] ” niet langer te handhaven. De rest van de vordering wordt in hoger beroep wel gehandhaafd.
De raadsman heeft de vordering ter terechtzitting in hoger beroep betwist. De raadsman heeft bepleit dat de vordering voor zover die ziet op de kostenposten “ [bedrijf 2] ” en “Herstelkosten pand [adres 2] en [adres 1] ” niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, nu het rechtstreekse verband tussen het bewezenverklaarde en de schade ontbreekt en de beoordeling van deze posten daardoor een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.
Het hof overweegt als volgt.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde 1] als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks materiële schade heeft geleden tot een bedrag van € 21.125,77. Het hof acht het aannemelijk dat de benadeelde partij vuilcontainers heeft moeten huren om de panden te kunnen opruimen nadat de verdachte daarin een hennepkwekerij had opgebouwd. Daarnaast is het ook voldoende onderbouwd dat de elektravoorziening opnieuw moest worden aangelegd na het bewezenverklaarde handelen van de verdachte. Het hof acht daarnaast voldoende onderbouwd dat de benadeelde partij zijn panden [adres 2] en [adres 1] heeft moeten herstellen na de vernielingen in verband met de aangelegde hennepkwekerij en dat hij hier kosten voor heeft moeten maken. De vordering is daarom geheel toewijsbaar. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.
Wettelijke rente
Het toe te wijzen bedrag zal, zoals gevorderd, worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 april 2024, zijnde het moment waarop de vordering tot schadevergoeding is ingediend, tot aan de dag der algehele voldoening.
Proceskosten
Het hof zal de verdachte, die als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij kan worden aangemerkt, tevens veroordelen in de kosten en de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil.
Schadevergoedingsmaatregel
Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer [benadeelde 1] is toegebracht tot een bedrag van € 21.125,77. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk.
Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op te leggen tot een bedrag van € 21.125,77, te vermeerderen met de wettelijke rente op de wijze zoals hiervoor is vermeld, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 128 (honderdachtentwintig) dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
De benadeelde partij [benadeelde 2] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding van een bedrag van € 11.312,08 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. De vordering valt uiteen in de volgende onderdelen:
-
illegaal afgenomen elektriciteit: € 10.269,32;
-
administratiekosten: € 456,29;
-
uurtarief fraude-inspecteur: € 240,00;
-
capaciteitstarief: € 346,47.
Bij vonnis waarvan beroep is de vordering geheel toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
De benadeelde partij heeft te kennen gegeven de gehele vordering in hoger beroep te handhaven.
De raadsman van de verdachte heeft zich ten aanzien van deze vordering gerefereerd aan het oordeel van het hof.
Het hof oordeelt als volgt.
Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde 2] als gevolg van het onder feit 3 primair bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks materiële schade heeft geleden tot een bedrag van
€ 11.312,08. De vordering is in zoverre voldoende onderbouwd en door de raadsman van de verdachte niet inhoudelijk betwist. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is.
Wettelijke rente
Het toe te wijzen bedrag zal, zoals gevorderd, worden vermeerderd met de wettelijke rente. De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf de laatste dag van de bewezenverklaarde periode, zijnde 1 december 2023.
Proceskosten
Het hof zal de verdachte, die als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij kan worden aangemerkt, tevens veroordelen in de kosten en de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil.
Schadevergoedingsmaatregel
Op grond van het onderzoek ter terechtzitting heeft het hof in rechte vastgesteld dat door het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade aan het slachtoffer [benadeelde 2] is toegebracht tot een bedrag van € 11.312,08. De verdachte is daarvoor jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk.
Het hof ziet aanleiding om aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op te leggen tot een bedrag van € 11.312,08, te vermeerderen met de wettelijke rente op de wijze zoals hiervoor is vermeld, nu het hof het wenselijk acht dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het hof zal daarbij bepalen dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 81 (eenentachtig) dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid niet opheft.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
De beslissing is gegrond op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en 4 primair tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en 4 primair bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 2 (twee) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] ter zake van het onder 2 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 21.125,77 (eenentwintigduizend honderdvijfentwintig euro en zevenenzeventig cent) als vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 april 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de kosten en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1] , ter zake van het onder 2 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 21.125,77 (eenentwintigduizend honderdvijfentwintig euro en zevenenzeventig cent) als vergoeding voor materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 april 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 128 (honderdachtentwintig) dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid van de schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 2] ter zake van het onder 3 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 11.312,08 (elfduizend driehonderdtwaalf euro en acht cent) als vergoeding van materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de kosten en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 2] , ter zake van het onder 3 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 11.312,08 (elfduizend driehonderdtwaalf euro en acht cent) als vergoeding voor materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 december 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, en bepaalt dat gijzeling voor de duur van ten hoogste 81 (eenentachtig) dagen kan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verschuldigdheid van de schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Aldus gewezen door:
mr. J.C. Gillesse, voorzitter,
mr. A.C. Bosch en mr. H.A.T.G. Koning, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. I.A.M.H. Hermans, griffier,
en op 4 september 2026 ter openbare terechtzitting uitgesproken.