Arbeidsrecht
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. WWZ. Ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Verzoek werknemer tot…
Hoge Raad, 8 november 2019
ECLI:NL:HR:2019:1720 · Hoge Raad · 8 november 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/arbeidsrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-1720
Zaakgegevens
Op 8 november 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 november 2019
- Datum publicatie
- 7 november 2019
- Zaaknummer
- 18/03950
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Arbeidsrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.J van Basten Batenburg, mr. H.J.W. Alt
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:1720
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. WWZ. Ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Verzoek werknemer tot toekenning billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen werkgever gedurende re-integratietraject; art 7:682 lid 1, onder c, BW. Maatstaf. Bewijsaanbod.
Procesgang
Rechtbank Limburg · 30 november 2017
ECLI:NL:RBLIM:2017:11914Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 12 juli 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:3054Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 juli 2019
ECLI:NL:PHR:2019:772Hoge Raad · 8 november 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:1720
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 18/03950
Datum 8 november 2019
BESCHIKKING
In de zaak van
[Werkneemster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
hierna: [Werkneemster],
advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg,
tegen
STICHTING CICERO ZORGGROEP,
gevestigd te Brunssum,
VERWEERSTER in cassatie, verzoekster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,
hierna: Cicero,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak 6270701 AZ VERZ 17-118 van de rechtbank Limburg van 30 november 2017;
b. de beschikking in de zaak 200.234.449 van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van 12 juli 2018.
[Werkneemster] heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Cicero heeft een verweerschrift tot verwerping, tevens voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingediend. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het principale cassatieberoep.
De advocaat van [Werkneemster] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het principale beroep;
-
veroordeelt [Werkneemster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Cicero begroot op € 2.704,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren, M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock , en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 8 november 2019.