Arbeidsrecht
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Art. 3:35 en 3:37 BW. Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die ingevolge…
Hoge Raad, 25 september 2020
ECLI:NL:HR:2020:1525 · Hoge Raad · 25 september 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/arbeidsrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2020-1525
Zaakgegevens
Op 25 september 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 september 2020
- Datum publicatie
- 25 september 2020
- Zaaknummer
- 19/04035
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Arbeidsrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- J. de Jong van Lier
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:1525
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Arbeidsrecht. Art. 3:35 en 3:37 BW. Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die ingevolge art. 7:668a lid 1 BW als voor onbepaalde tijd aangegaan gold. Na veronderstelde einddatum is aan de arbeidsovereenkomst geen uitvoering meer gegeven. Heeft werknemer de arbeidsovereenkomst opgezegd of heeft werkgever dat gedaan (en dan zonder toestemming UWV)? Komt betekenis toe aan de rechtsdwaling?
Procesgang
Uitspraak · 2019
ECLI:NL:GHARL:2019:4704Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 juni 2020
ECLI:NL:PHR:2020:557Hoge Raad · 25 september 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:1525
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/04035
Datum 25 september 2020
BESCHIKKING
In de zaak van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: [verzoeker] ,
advocaat: J. de Jong van Lier,
tegen
[verweerder] , handelend onder de naam [A] ,
wonende te [woonplaats] ,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: [verweerder] ,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de beschikking in de zaak 6986660 HA VERZ 18-36 van de kantonrechter te Zutphen van 23 augustus 2018;
-
de beschikking in de zaak 200.250.078 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 mei 2019.
[verzoeker] heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. [verweerder] heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Reinders begroot op nihil.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 25 september 2020.