Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Arbeidsrecht. Heeft beëindigingsovereenkomst met finale…

Hoge Raad, 22 maart 2019

Zaakgegevens

Op 22 maart 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 maart 2019
Datum publicatie
20 maart 2019
Zaaknummer
18/00499
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. K Teuben, mr. B.I. Kraaipoel
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:399
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Arbeidsrecht. Heeft beëindigingsovereenkomst met finale kwijting alleen betrekking op arbeidsovereenkomst of tevens op aansprakelijkheid op grond van art. 2:9 BW? Beroep op dwaling.

Procesgang

  1. Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 9 oktober 2013

    ECLI:NL:RBZWB:2013:7329
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 21 april 2015

    ECLI:NL:GHSHE:2015:1461
  3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 21 april 2015

    ECLI:NL:GHSHE:2015:2285
  4. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 23 april 2015

    ECLI:NL:GHSHE:2015:1511
  5. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 21 juni 2016

    ECLI:NL:GHSHE:2016:2477
  6. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 7 november 2017

    ECLI:NL:GHSHE:2017:4751
  7. Conclusie A-G · 1 februari 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:180
  8. Hoge Raad · 22 maart 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:399

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

22 maart 2019

Eerste Kamer

18/00499

TT/IF

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

STICHTING WSG,
gevestigd te Geertruidenberg,

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. K. Teuben,

t e g e n

[verweerder] ,
wonende te [woonplaats] ,

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. B.I. Kraaipoel.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als WSG en [verweerder] .

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. de vonnissen in de zaak 690927/CV EXPL 11-9898 van de kantonrechter te Tilburg van 14 maart 2012 en 19 december 2012 en het vonnis in de zaak 02/257827/HA ZA 13-5 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 9 oktober 2013;

b. de arresten in de zaak 200.154.123/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 21 april 2015, verbeterd bij arrest van 23 juni 2015, 21 juni 2016 en 7 november 2017.

Het arrest van het hof van 7 november 2017 is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 7 november 2017 heeft WSG beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [verweerder] mede door mr. T.V.J. Bil.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van WSG heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt WSG in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 400,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 22 maart 2019.