Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Uitleg art. 48 CAO voor Besloten Busvervoer. Is inzet van vrijwilligers in strijd met CAO?…
Hoge Raad, 9 april 2021
ECLI:NL:HR:2021:526 · Hoge Raad · 9 april 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2021-526
Zaakgegevens
Op 9 april 2021 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 april 2021
- Datum publicatie
- 8 april 2021
- Zaaknummer
- 19/03827
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- F.I van Dorsser, M.B.A. Alkema
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2021:526
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Uitleg art. 48 CAO voor Besloten Busvervoer. Is inzet van vrijwilligers in strijd met CAO? Is sprake van schijnconstructie en van verdringing van beroepschauffeurs?
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 14 mei 2019
ECLI:NL:GHSHE:2019:1809Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 13 november 2020
ECLI:NL:PHR:2020:1096Hoge Raad · 9 april 2021deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2021:526
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/03827
Datum 9 april 2021
ARREST
In de zaak van
STICHTING FONDS SCHOLING EN ORDENING VOOR HET BESLOTEN BUSVERVOER,
gevestigd te Den Haag,
EISERES tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: FSO,
advocaat: F.I. van Dorsser,
tegen
STICHTING ROLERISUIT,
gevestigd te Breda,
VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep,
hierna: Rolerisuit,
advocaat: M.B.A. Alkema.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
-
de vonnissen in de zaak 4728367 CV EXPL 16-11 van de kantonrechter te Breda van 23 maart 2016 en 12 april 2017;
-
de arresten in de zaak 200.219.280/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 juli 2018 en 14 mei 2019.
FSO heeft tegen het arrest van het hof van 14 mei 2019 beroep in cassatie ingesteld.
Rolerisuit heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep.
De advocaat van FSO heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het principale beroep;
-
veroordeelt FSO in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Rolerisuit begroot op € 882,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien FSO deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock en A.E.B. ter Heide, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.J. Kroeze op 9 april 2021.