Internationaal privaatrecht
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Vennootschapsrecht. Faillissementsrecht. IPR. Heeft buitenlandse…
Hoge Raad, 28 juni 2019
ECLI:NL:HR:2019:1041 · Hoge Raad · 28 juni 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/internationaal-privaatrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-1041
Zaakgegevens
Op 28 juni 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over internationaal privaatrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 juni 2019
- Datum publicatie
- 27 juni 2019
- Zaaknummer
- 18/00648
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Internationaal privaatrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. W.H. van Hemel
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:1041
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Vennootschapsrecht. Faillissementsrecht. IPR. Heeft buitenlandse moedervennootschap (Centrale Bank van vreemde Staat) van een Nederlandse, later gefailleerde bank een garantie voor nakoming van verplichtingen van de dochter afgegeven? Toepasselijk recht. Immuniteit van executie? Peeters/Gatzen-vordering.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 14 november 2017
ECLI:NL:GHAMS:2017:4683Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 april 2019
ECLI:NL:PHR:2019:432Hoge Raad · 28 juni 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:1041
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 18/00648
Datum 28 juni 2019
ARREST
In de zaak van
1. Mr. Catharina Maria HARMSEN,
kantoorhoudende te Amsterdam,
2. Mr. Antonie VAN HEES,
kantoorhoudende te Amsterdam,
beiden in hun hoedanigheid van curatoren in het faillissement van N.V.
[A],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: de curatoren,
advocaat: mr. W.H. van Hemel,
tegen
BANK INDONESIA,
gevestigd te Jakarta, Indonesië,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: BI,
advocaten: mr. J.P. Heering en mr. G.R. den Dekker.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 449889/HA ZA 10-380 van de rechtbank Amsterdam van 12 mei 2010, 24 augustus 2011 en 27 augustus 2014;
b. het arrest in de zaak 200.169.606/01 van het gerechtshof Amsterdam van 14 november 2017.
De curatoren hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld. BI heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor de curatoren mede door mr. G.A.J. Boekraad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
-
verwerpt het beroep;
-
veroordeelt de curatoren in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van BI begroot op € 6.662,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, M.V. Polak en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 28 juni 2019.