Internationaal privaatrecht
Art. 81 lid 1 RO. Internationaal privaatrecht. Bevoegdheid. Art. 17 lid 1 sub c Verordening Brussel I-bis…
Hoge Raad, 21 februari 2025
ECLI:NL:HR:2025:313 · Hoge Raad · 21 februari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/internationaal-privaatrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-313
Zaakgegevens
Op 21 februari 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over internationaal privaatrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 februari 2025
- Datum publicatie
- 20 februari 2025
- Zaaknummer
- 24/00119
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Internationaal privaatrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- K Aantjes, P.A. Fruytier
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:313
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Internationaal privaatrecht. Bevoegdheid. Art. 17 lid 1 sub c Verordening Brussel I-bis. Dodelijk skiongeval in Oostenrijk. Is Nederlandse rechter bevoegd kennis te nemen van vordering tot schadevergoeding tegen exploitant van skigebied?
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 17 oktober 2023
ECLI:NL:GHARL:2023:8700Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 22 november 2024
ECLI:NL:PHR:2024:1238Hoge Raad · 21 februari 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:313
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/00119
Datum 21 februari 2025
ARREST
In de zaak van
1. [eiseres 1],
wonende te [plaats],
2. [eiser 2],
wonende te [plaats],
3. [eiser 3],
wonende te [plaats],
EISERS tot cassatie,
hierna gezamenlijk: [eisers],
advocaat: K. Aantjes,
tegen
ALPBACHER BERGBAHN GESELLSCHAFT m.b.H. & Co. KG,
gevestigd te Alpbach, Oostenrijk,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Alpbacher Bergbahn,
advocaat: P.A. Fruytier.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/05/397703 / HA ZA 21-633 van de rechtbank Gelderland van 18 mei 2022;
b. het arrest in de zaak 200.315.282 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 oktober 2023.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Alpbacher Bergbahn heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor Alpbacher Bergbahn toegelicht door haar advocaat en mede door J.P. Jas.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Alpbacher Bergbahn begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 21 februari 2025.