Internationaal privaatrecht
Art. 81 lid 1 RO. Internationaal privaatrecht; internationale bevoegdheid; bestuurdersaansprakelijkheid.
Hoge Raad, 24 januari 2025
ECLI:NL:HR:2025:122 · Hoge Raad · 24 januari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/internationaal-privaatrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-122
Zaakgegevens
Op 24 januari 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over internationaal privaatrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 januari 2025
- Datum publicatie
- 23 januari 2025
- Zaaknummer
- 23/04897
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Internationaal privaatrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- K Aantjes, H.J.W. Alt
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:122
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Internationaal privaatrecht; internationale bevoegdheid; bestuurdersaansprakelijkheid.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 26 september 2023
ECLI:NL:GHDHA:2023:2477Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 15 november 2024
ECLI:NL:PHR:2024:1220Hoge Raad · 24 januari 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:122
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 23/04897
Datum 24 januari 2025
ARREST
In de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaat: K. Aantjes,
tegen
1. [verweerder 1],
wonende te [verweerder 3], België,
2. [verweerster],
wonende te [verweerder 3], België,
3. De gezamenlijke erfgenamen van [erflater],
wonende te [verweerder 3], België,
4. [verweerder 3],
wonende te [verweerder 3], België,
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweerders],
advocaat: H.J.W. Alt.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/09/610105 / HA ZA 21-337 van de rechtbank Den Haag van 22 september 2021;
b. het arrest in de zaak 200.306.616/01 van het gerechtshof Den Haag van 26 september 2023.
[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Verweerders in cassatie onder 1, 2 en 4 hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend. Verweerders in cassatie onder 3 hebben afzonderlijk een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor [verweerders] toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 355,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, F.J.P. Lock en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 24 januari 2025.