Internationaal privaatrecht

Art. 81 lid 1 RO. Internationaal privaatrecht. Bevoegdheid o.g.v. art. 15 lid 1 sub c EVEX II? Ski-ongeval.

Hoge Raad, 28 januari 2022

Zaakgegevens

Op 28 januari 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over internationaal privaatrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28 januari 2022
Datum publicatie
27 januari 2022
Zaaknummer
20/02031
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
J.H.M van Swaaij, R.D. Boesveld
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:91
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Internationaal privaatrecht. Bevoegdheid o.g.v. art. 15 lid 1 sub c EVEX II? Ski-ongeval.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 7 april 2020

    ECLI:NL:GHAMS:2020:1105
  2. Conclusie A-G · 11 juni 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:593
  3. Hoge Raad · 28 januari 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:91

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/02031

Datum 28 januari 2022

ARREST

In de zaak van

[eiser],
wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

hierna: [eiser],

advocaat: J.H.M. van Swaaij,

tegen

WENGERNALPBAHN AG,
gevestigd te Interlaken, Zwitserland,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: Wengernalpbahn,

advocaat: R.D. Boesveld.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

  1. de vonnissen in de zaak C/13/603095 / HA ZA 16-208 van de rechtbank Amsterdam van 14 september 2016, 28 september 2016 en 27 september 2017;

  2. de arresten in de zaak 200.230.182/01 van het gerechtshof Amsterdam van 16 juli 2019 en 7 april 2020.

[eiser] heeft tegen de arresten van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Wengernalpbahn heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Wengernalpbahn mede door C.C. Horrevorts.

De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

  • verwerpt het beroep;

  • veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Wengernalpbahn begroot op € 902,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, S.J. Schaafsma en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer H.M. Wattendorff op 28 januari 2022.