Internationaal privaatrecht
Art. 81 lid 1 RO. Internationaal privaatrecht; bevoegdheid; Staking levering auto-onderdelen door Duitse…
Hoge Raad, 4 april 2025
ECLI:NL:HR:2025:509 · Hoge Raad · 4 april 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/internationaal-privaatrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2025-509
Zaakgegevens
Op 4 april 2025 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over internationaal privaatrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 april 2025
- Datum publicatie
- 3 april 2025
- Zaaknummer
- 24/00937
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Internationaal privaatrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- Advocaat
- R.L.M.M. Tan
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:509
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Internationaal privaatrecht; bevoegdheid; Staking levering auto-onderdelen door Duitse dochtervennootschappen. Art. 7 sub 2 Brussel I-bis; causaal verband bij negatieve verklaring voor recht. Geldigheid vaststellingsovereenkomst. Ziet art. 7 sub 1 Brussel I-bis ook op geldigheid overeenkomst?
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 19 december 2023
ECLI:NL:GHAMS:2023:3461Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 17 januari 2025
ECLI:NL:PHR:2025:69Hoge Raad · 4 april 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:509
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/00937
Datum 4 april 2025
ARREST
In de zaak van
EASTERN HORIZON GROUP NETHERLANDS B.V.,
gevestigd te Den Haag,
EISERES tot cassatie,
hierna: EHG-NL,
advocaat: R.L.M.M. Tan,
tegen
VOLKSWAGEN AKTIENGESELLSCHAFT,
gevestigd te Wolfsburg, Duitsland,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Volkswagen,
advocaten: A. Knigge en B.T.M. van der Wiel.
1 Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/13/686205 / HA ZA 20-674 van de rechtbank Amsterdam van 24 maart 2021;
b. het arrest in de zaak 200.296.543/01 van het gerechtshof Amsterdam van 19 december 2023.
EHG-NL heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Volkswagen heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor Volkswagen mede door C.J.D. Warren en R. van Dijken.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F. Ibili strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van Volkswagen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt EHG-NL in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Volkswagen begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien EHG-NL deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 4 april 2025.