Strafrecht overig

WhatsApp-fraude. Witwassen, meermalen gepleegd, door in zeer kort tijdsbestek meerdere grote geldbedragen te…

Hoge Raad, 3 november 2026

Zaakgegevens

Op 3 november 2026 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
3 november 2026
Datum publicatie
29 oktober 2026
Zaaknummer
24/02348
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:1765
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

WhatsApp-fraude. Witwassen, meermalen gepleegd, door in zeer kort tijdsbestek meerdere grote geldbedragen te pinnen met bankpasje op naam van ander, art. 420bis1.b. Sr. 1. Verweer dat dagvaarding nietig is omdat niet wordt voldaan aan eisen van art. 261 Sv (ontoereikende specificatie). 2. Bewijsklacht. Kan uit bewijsmiddelen worden afgeleid dat verdachte niet alleen bij bank maar ook bij casino gebruik heeft gemaakt van pinpas? 3. Afwijzing van ttz. in hoger beroep herhaald (eerder toegewezen) verzoek tot horen van getuige, op de grond dat het niet te verwachten is dat getuige binnen aanvaardbare termijn zal kunnen worden gehoord, art. 288.1.a Sv.

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 6 oktober 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:971
  2. Hoge Raad · 3 november 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:1765

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 24/02348

Datum 3 november 2026

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 juni 2024, nummer 21-003227-22, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt, M.J. van Berlo en B.P.L. de Vries bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde gevangenisstraf van twee weken volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 november 2026.

ECLI:NL:HR:2026:1765 – WhatsApp-fraude. Witwassen, meermalen gepleegd, door in… | Uitspraken.nl