Strafrecht overig
Beschikking verschoningsrecht. Klaagschrift van beslagene, niet verschoningsgerechtigde. Geheimhouderstukken…
ECLI:NL:HR:2017:1031 · Hoge Raad · 6 juni 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2017-1031
Zaakgegevens
Op 6 juni 2017 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 6 juni 2017
- Datum publicatie
- 7 juni 2017
- Zaaknummer
- 16/05397
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:1031
Samenvatting
Beschikking verschoningsrecht. Klaagschrift van beslagene, niet verschoningsgerechtigde. Geheimhouderstukken. Art. 98 en art. 218 Sv. Vervolg op HR 13 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3076 en HR 28 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1343. In beklagzaak van beslagene, die niet verschoningsgerechtigde is, dient onherroepelijk oordeel in beklagprocedure van verschoningsgerechtigde tot uitgangspunt te worden genomen. Indien het beroep van verschoningsgerechtigde op zijn verschoningsrecht ongegrond wordt verklaard, moet beslagene n-o worden verklaard in zijn klaagschrift v.zv. het klachten m.b.t. het verschoningsrecht betreft. De HR heeft bij beschikking van heden in de samenhangende zaak met nummer 16/05396 Bv (ECLI:NL:HR:2017:1018) het cassatieberoep van de verschoningsgerechtigde verworpen, waardoor in die zaak onherroepelijk is beslist. Daardoor is klager n-o in zijn beroep.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 18 april 2017
ECLI:NL:PHR:2017:400Hoge Raad · 6 juni 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:1031
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
6 juni 2017
Strafkamer
nr. S 16/05397 Bv
SA/JHO
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 28 oktober 2016, nummer RK 16/1200, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klager] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft Th.J. Kelder, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in zijn cassatieberoep.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De middelen komen met rechts- en motiveringsklachten op tegen de beslissing van de Rechtbank op het namens de klager ingediende klaagschrift.
Namens de klager is bij de Rechtbank een klaagschrift ingediend dat strekt tot - kort gezegd - opheffing van het beslag op onder hem inbeslaggenomen stukken op de grond dat deze stukken object zijn van het (afgeleide) verschoningsrecht van [medeklaagster] (verder: [medeklaagster]). Ook namens [medeklaagster] is een daartoe strekkend klaagschrift bij de Rechtbank ingediend. Dit klaagschrift is ongegrond verklaard voor zover dit betrekking heeft op - kort gezegd - twee brieven en een aantal declaraties.
Zoals is beslist in het arrest van de Hoge Raad van 13 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3076, NJ 2016/8, dient in de beklagzaak van de beslagene die niet de verschoningsgerechtigde is, het oordeel in de beklagprocedure van de verschoningsgerechtigde, als dat onherroepelijk is geworden, tot uitgangspunt te worden genomen. Indien in die laatste procedure onherroepelijk is beslist dat inbeslagneming van de desbetreffende brieven of andere stukken in strijd is met het verschoningsrecht, is het klaagschrift van de beslagene in zoverre gegrond en is kennisneming van die bescheiden niet toegestaan. In het geval dat het beroep van de verschoningsgerechtigde op zijn verschoningsrecht ongegrond wordt verklaard, moet de beslagene niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn klaagschrift voor zover het de klachten met betrekking tot het verschoningsrecht betreft (vgl. HR 28 juni 2016, ECLI:NL: HR:2016:1343, NJ 2016/377).
De Hoge Raad heeft bij zijn beschikking van heden ECLI:NL:HR:2017:1018 in de zaak van [medeklaagster] (nummer 16/05396) het cassatieberoep verworpen, waardoor in die zaak onherroepelijk is beslist. Gelet op hetgeen is overwogen in 2.3 is klager niet-ontvankelijk in het door hem ingestelde beroep.
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart de klager niet-ontvankelijk in het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 juni 2017.