Strafrecht overig
Gekwalificeerde diefstal, vordering b.p. Gevorderde vergoeding van iPad en Acer tablet die niet in de…
ECLI:NL:HR:2017:2637 · Hoge Raad · 17 oktober 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2017-2637
Zaakgegevens
Op 17 oktober 2017 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 oktober 2017
- Datum publicatie
- 17 oktober 2017
- Zaaknummer
- 15/03871
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:2637
Samenvatting
Gekwalificeerde diefstal, vordering b.p. Gevorderde vergoeding van iPad en Acer tablet die niet in de bewezenverklaring zijn vermeld. Causaal verband. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2017:175 m.b.t. het kunnen vorderen van schade en het opleggen van een svm indien voldoende verband bestaat tussen het bewezenverklaarde handelen van verdachte en de schade. ’s Hofs oordeel dat de schade m.b.t. de iPad en Acer tablet als rechtstreekse schade van het bewezenverklaarde handelen van verdachte kan worden aangemerkt, geeft niet blijk van miskenning van voornoemde vooropstelling en is evenmin onbegrijpelijk. Dat deze voorwerpen niet in de bewezenverklaring zijn vermeld, maakt dat niet anders. HR neemt mede in aanmerking dat het Hof in zijn nadere bewijsoverwegingen heeft vastgesteld dat bij de bewezenverklaarde inbraak "onder meer" horloges en andere sieraden zijn weggenomen, alsmede de omstandigheid dat door of namens verdachte de gevorderde schadevergoeding niet is betwist.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 september 2017
ECLI:NL:PHR:2017:1064Hoge Raad · 17 oktober 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:2637
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
17 oktober 2017
Strafkamer
nr. S 15/03871
DAZ/KD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 30 juli 2015, nummer 20/003866-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft L.E.G. van der Hut, advocaat te ?s-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het eerste middel
Het middel klaagt over de toewijzing door het Hof van de vordering van de benadeelde partij en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor zover deze zien op de schade met betrekking tot een iPad 4 Cellular en Acer tablet.
Ten laste van de verdachte is onder 1 bewezenverklaard dat hij:
"op 02 juli 2013 te Helmond met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [a-straat]) heeft weggenomen horloges en sieraden, toebehorende aan [betrokkene 1], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak en inklimming."
Het Hof heeft ten aanzien van de bewezenverklaring onder meer het volgende overwogen:
"Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs ten aanzien van feit 1
(...)
Door [betrokkene 1] werd aangifte gedaan van de omstandigheid dat op 2 juli 2013 tussen 14.00 uur en 18.00 uur was ingebroken in zijn woning aan de [a-straat] te Helmond. Daarbij waren onder meer twee horloges van het merk Ebel en andere sieraden weggenomen."
Bij de aan de Hoge Raad gezonden stukken bevindt zich een "Voegingsformulier benadeelde partij in het strafproces" van de benadeelde partij [betrokkene 1], met bijlage. Die bijlage houdt, voor zover hier van belang, het volgende in:
"Gegevens beschadigde e/o vermiste voorwerpen
(...)
I PAD 4 Cellular (...)
acer tablet (...)"
Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 16 juli 2015 heeft de raadsman van de verdachte aldaar onder meer het volgende aangevoerd:
"Met betrekking tot de vorderingen van de benadeelde partijen heb ik geen opmerkingen. Ik refereer mij in zoverre aan het oordeel van het hof."
Het Hof heeft het vonnis van de Rechtbank ter zake van de vordering van de benadeelde partij [betrokkene 1] en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel bevestigd. Dat vonnis houdt, voor zover hier van belang, het volgende in:
"Door de benadeelde partij [betrokkene 1] is een voegingsformulier ingediend met een vordering voor (...) schade van € 4.362,- ten gevolge van het aan verdachte onder 1 tenlastegelegde en bewezenverklaarde strafbare feit.
De rechtbank acht de vordering geheel toewijsbaar.
(...)
De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert."
Een benadeelde partij kan in het strafproces vergoeding vorderen van de schade die zij door een strafbaar feit heeft geleden indien voldoende verband bestaat tussen het bewezenverklaarde handelen van de verdachte en de schade om te kunnen aannemen dat de benadeelde door dit handelen rechtstreeks schade heeft geleden. Ook voor het opleggen van de in art. 36f Sr bedoelde schadevergoedingsmaatregel is zodanig causaal verband vereist. (Vgl. HR 7 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:175.)
In de bestreden uitspraak ligt als oordeel van het Hof besloten dat de schade met betrekking tot de iPad en Acer tablet als rechtstreekse schade van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte kan worden aangemerkt. Dat oordeel geeft niet blijk van miskenning van hetgeen onder 2.4 is vooropgesteld en het is evenmin onbegrijpelijk. Dat deze voorwerpen niet in de bewezenverklaring zijn vermeld, maakt dat niet anders. Daarbij neemt de Hoge Raad mede in aanmerking dat het Hof blijkens hetgeen onder 2.2.2 is weergegeven heeft vastgesteld dat bij de bewezenverklaarde inbraak "onder meer" horloges en andere sieraden zijn weggenomen, alsmede de omstandigheid dat blijkens hetgeen onder 2.3.2 is weergegeven door of namens de verdachte de gevorderde schadevergoeding niet is betwist.
Het middel is tevergeefs voorgesteld.
3 Beoordeling van het tweede middel
Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
Het middel is gegrond. Voorts doet de Hoge Raad uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van zeven maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 oktober 2017.