Strafrecht overig
Medeplegen poging afpersing, meermalen gepleegd (art. 317.1 Sr), (medeplegen) telen hennep, meermalen…
Hoge Raad, 11 december 2018
ECLI:NL:HR:2018:2295 · Hoge Raad · 11 december 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2018-2295
Zaakgegevens
Op 11 december 2018 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 december 2018
- Datum publicatie
- 11 december 2018
- Zaaknummer
- 17/03178
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:2295
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Medeplegen poging afpersing, meermalen gepleegd (art. 317.1 Sr), (medeplegen) telen hennep, meermalen gepleegd (art. 3.B Opiumwet) en voorhanden hebben vuurwapen (art. 26.1 WWM). Wettelijk niet toegestane combinatie van taakstraf en deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf, art. 9.4 Sr. Hof heeft verdachte veroordeeld tot (i) gevangenisstraf van 11 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met proeftijd van 2 jaren, en (ii) taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis. Oplegging van taakstraf naast veroordeling tot gevangenisstraf waarvan onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen deel acht maanden bedraagt, heeft gelet op art. 9.4 Sr geen wettelijke grondslag. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 17/02957 P, 17/05748 en 17/05752 P.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 30 oktober 2018
ECLI:NL:PHR:2018:1185Hoge Raad · 11 december 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:2295
Uitspraak
11 december 2018
Strafkamer
nr. S 17/03178
DAZ/CB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 6 juni 2017, nummer 21/005610-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G.J.P.M. Mooren, advocaat te Goirle, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2 Beoordeling van het eerste middel
Het middel klaagt dat het Hof een wettelijk niet toegestane combinatie van straffen heeft opgelegd.
Het Hof heeft de verdachte veroordeeld tot:
(i) een gevangenisstraf van 11 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, en
(ii) een taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis.
Het middel klaagt terecht dat de oplegging door het Hof van een taakstraf naast een veroordeling tot een gevangenisstraf waarvan het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen deel acht maanden bedraagt, geen wettelijke grondslag heeft. Art. 9, vierde lid, Sr bepaalt immers:
"In geval van veroordeling tot gevangenisstraf of tot hechtenis, vervangende hechtenis daaronder niet begrepen, waarvan het onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen deel ten hoogste zes maanden bedraagt, kan de rechter tevens een taakstraf opleggen."
3 Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat het tweede middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 december 2018.