Strafrecht overig
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op twee honden n.a.v. verdenking van het onthouden van de nodige verzorging…
ECLI:NL:HR:2019:259 · Hoge Raad · 19 februari 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2019-259
Zaakgegevens
Op 19 februari 2019 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 februari 2019
- Datum publicatie
- 19 februari 2019
- Zaaknummer
- 17/03663
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:259
Samenvatting
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op twee honden n.a.v. verdenking van het onthouden van de nodige verzorging (art. 2.2.8 Wet Dieren) met het oog op evt. vatbaarheid voor onttrekking aan het verkeer. Heeft Rb bij beoordeling klaagschrift juiste maatstaf toegepast door te overwegen dat klager zijn verantwoordelijkheid voor honden had moeten nemen maar dat niet heeft gedaan? HR: Op gronden vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. CAG: Bij beoordelen beklag ex art. 94 Sv dient rechter (i) te beoordelen of belang strafvordering voortduren beslag vordert en, zo neen, (ii) teruggave inbeslaggenomen voorwerp te gelasten aan beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende moet worden beschouwd. Uit overwegingen Rb blijkt niet dat juiste toetsingsmaatstaf is aangelegd. Rb heeft immers niet overwogen dat en waarom het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 januari 2019
ECLI:NL:PHR:2019:157Hoge Raad · 19 februari 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:259
Uitspraak
Inhoudsopgave
19 februari 2019
Strafkamer
nr. S 17/03663 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Alkmaar, van 24 juli 2017, nummer RK 17-004761, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klager] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft H.K. ter Brake, advocaat te Hoorn, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot zodanige beslissing met betrekking tot verwijzen of terugwijzen als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.
2 Beoordeling van het middel
Het middel klaagt dat de Rechtbank bij de beoordeling van het klaagschrift een onjuiste maatstaf heeft toegepast.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 5.1 tot en met 5.4 is het middel terecht voorgesteld.
3 Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden beschikking;
wijst de zaak terug naar de Rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Alkmaar, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 februari 2019.