Strafrecht overig

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 19/04881 en 19/04915.

Hoge Raad, 8 december 2020

Zaakgegevens

Op 8 december 2020 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 december 2020
Datum publicatie
7 december 2020
Zaaknummer
19/04974
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1966
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Geen middelen ingediend, verdachte n-o. Samenhang met 19/04881 en 19/04915.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 17 november 2015

    ECLI:NL:GHARL:2015:8846
  2. Conclusie A-G · 25 oktober 2016

    ECLI:NL:PHR:2016:1213
  3. Hoge Raad · 6 december 2016

    ECLI:NL:HR:2016:2777

    Conclusie gevolgd · (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen

  4. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 18 oktober 2019

    ECLI:NL:GHSHE:2019:3958
  5. Conclusie A-G · 27 oktober 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:1172
  6. Hoge Raad · 8 december 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:1966

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/04974

Datum 8 december 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 18 oktober 2019, nummer 20-000088-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het cassatieberoep.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 december 2020.