Strafrecht overig
Profijtontneming, w.v.v. uit medeplegen gewoontewitwassen (diamantroof op Schiphol in 2005). 1. Motivering…
ECLI:NL:HR:2025:1253 · Hoge Raad · 30 september 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2025-1253
Zaakgegevens
Op 30 september 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 30 september 2025
- Datum publicatie
- 9 september 2025
- Zaaknummer
- 24/01487
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2025:1253
Samenvatting
Profijtontneming, w.v.v. uit medeplegen gewoontewitwassen (diamantroof op Schiphol in 2005). 1. Motivering schatting w.v.v. Kon hof de jaarinkomsten uit het door betrokkene geëxploiteerde cafetariabedrijf en waardevermeerdering van dat bedrijf aanmerken als w.v.v.? 2. Motivering schatting w.v.v. Kon hof een bedrag van € 25.000 volgend uit financiering van leaseauto betrekken bij vaststelling van w.v.v.? 3. Motivering schatting w.v.v. Kon hof een bedrag van € 35.000 aan rekeningen niet in mindering brengen op vastgesteld w.v.v.? 4. Matiging betalingsverplichting o.b.v. persoonlijke omstandigheden. 5. Had hof in hoofdzaak ex art. 33a.1.f jo. 33a.1.b Sr verbeurdverklaarde vorderingen op vennootschap onder firma in mindering moeten brengen op betalingsverplichting? 6. Redelijke termijn in feitelijke aanleg. Kon hof volstaan met matiging van betalingsverplichting met € 5.000 a.g.v. overschrijding van redelijke termijn?
HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/01444 P en 24/01550 P en met 24/01454 P (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, betrokkene n-o). Vervolg op HR:2023:1445 (strafzaak).
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 12 april 2024
ECLI:NL:GHAMS:2024:921Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 17 juni 2025
ECLI:NL:PHR:2025:689Hoge Raad · 30 september 2025deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2025:1253
Uitspraak
Inhoudsopgave
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/01487 P
Datum 30 september 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 12 april 2024, nummer 23-001392-23, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,
hierna: de betrokkene.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft de advocaat R. Zilver bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 september 2025.