Strafrecht overig

Poging tot doodslag (art. 287 Sr) en openlijke geweldpleging (art. 141.1 Sr) door in 2021 in Rotterdam met…

Zaakgegevens

Op 27 mei 2025 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27 mei 2025
Datum publicatie
23 mei 2025
Zaaknummer
23/05030
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2025:822
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Poging tot doodslag (art. 287 Sr) en openlijke geweldpleging (art. 141.1 Sr) door in 2021 in Rotterdam met breekijzer tegen hoofd van ander te slaan.

HR: art. 80a RO, zonder schriftelijk standpunt AG.

Uitspraak

Inhoudsopgave

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/05030

Datum 27 mei 2025

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 20 december 2023, nummer 22-001604-23, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] (Bulgarije) op [geboortedatum] 1997,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat S.W.M. Stevens een schriftuur ingediend.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 mei 2025.