Strafrecht overig
Medeplichtigheid aan poging tot moord door in 2023 in Rotterdam bij schietincident op te treden als…
Hoge Raad, 3 november 2026
ECLI:NL:HR:2026:1810 · Hoge Raad · 3 november 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2026-1810
Zaakgegevens
Op 3 november 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 november 2026
- Datum publicatie
- 3 november 2026
- Zaaknummer
- 25/04456
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2026:1810
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Medeplichtigheid aan poging tot moord door in 2023 in Rotterdam bij schietincident op te treden als bestuurder van vluchtauto voor onbekend gebleven schutter, art. 289 Sr.
Geen middelen ingediend, verdachte n-o.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 24 november 2025
ECLI:NL:GHDHA:2025:2434Hoge Raad · 3 november 2026deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2026:1810
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 25/04456
Datum 3 november 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 24 november 2025, nummer 22-002039-24, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.
2 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de verdachte een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de verdachte niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering).
3 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 november 2026.