Bestuursrecht overig

Bij beslissing van 15 april 2026 is aan [appellante] het rangnummer 682 toegekend in de selectie voor de…

Raad van State, 4 november 2026

Zaakgegevens

Op 4 november 2026 heeft de Raad van State in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
4 november 2026
Datum publicatie
4 november 2026
Zaaknummer
202602532/1/A2
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:6491
E-mail

Samenvatting

Bij beslissing van 15 april 2026 is aan [appellante] het rangnummer 682 toegekend in de selectie voor de bacheloropleiding Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht. [appellante] heeft deelgenomen aan de selectieprocedure voor de bacheloropleiding Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht, voor het studiejaar 2026/2027. [appellante] heeft het rangnummer 682 gekregen, waarmee zij niet is toegelaten tot de opleiding. De selectie is voor een deel gebaseerd op de resultaten van de zogenoemde ‘Situational Judgement Test’ (SJT) van de kandidaten. [appellante] heeft in bezwaar aangevoerd dat zij verkeerd is voorgelicht over de SJT. Op de website van de Universiteit Utrecht (de website) stond hierover destijds: "[…] Je kunt en hoeft je niet voor te bereiden op deze toets. […]" Na afloop van de selectie heeft [appellante] van andere kandidaten vernomen dat zij, ter voorbereiding op de SJT, trainingen hebben gevolgd en oefenmateriaal hebben gebruikt.

Uitspraak

202602532/1/A2.

Datum uitspraak: 4 november 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante], wonend in [woonplaats],

appellante,

en

het college van bestuur van de Universiteit Utrecht,

verweerder.

Procesverloop

Bij beslissing van 15 april 2026 is aan [appellante] het rangnummer 682 toegekend in de selectie voor de bacheloropleiding Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht.

Bij beslissing van 10 augustus 2026 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen deze beslissing heeft [appellante] beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

[appellante] heeft een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 13 oktober 2026, waar [appellante] en het college, vertegenwoordigd door dr. J. IJzer, vergezeld door mr. I. Pieters-ter Steeg, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.       [appellante] heeft deelgenomen aan de selectieprocedure voor de bacheloropleiding Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht, voor het studiejaar 2026/2027. [appellante] heeft het rangnummer 682 gekregen, waarmee zij niet is toegelaten tot de opleiding. De selectie is voor een deel gebaseerd op de resultaten van de zogenoemde ‘Situational Judgement Test’ (SJT) van de kandidaten.

2.       [appellante] heeft in bezwaar aangevoerd dat zij verkeerd is voorgelicht over de SJT. Op de website van de Universiteit Utrecht (de website) stond hierover destijds: "[…] Je kunt en hoeft je niet voor te bereiden op deze toets. […]" Na afloop van de selectie heeft [appellante] van andere kandidaten vernomen dat zij, ter voorbereiding op de SJT, trainingen hebben gevolgd en oefenmateriaal hebben gebruikt. [appellante] was niet op de hoogte van deze mogelijkheden. Zij heeft daarom gevraagd om haar selectiepoging niet mee te laten tellen. Dit was de derde keer dat zij meedeed aan een selectieprocedure voor de bacheloropleiding Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht en kandidaten mogen zich hiervoor maximaal drie keer aanmelden.

3.       De geschillenadviescommissie heeft het college geadviseerd om het bezwaar gegrond te verklaren en de selectiepoging te schrappen. De formulering ‘je kunt je niet voorbereiden’ is te absoluut. Uit de onderzoeken die naar voren zijn gebracht blijkt dat het mogelijk is dat coaching tot een (beperkt) resultaat zou kunnen leiden bij de SJT. Hoewel het college niet gehouden was om informatie te geven over de trainingsmogelijkheden, had de informatie die vrijwillig is gegeven wel juist moeten zijn. Het risico dat twijfel ontstaat aan de verstrekte informatie, dan wel dat een kandidaat ten onrechte op die informatie heeft vertrouwd, moet volgens de geschillenadviescommissie voor rekening van het college komen.

Beslissing college

4.       In navolging van het advies van de geschillenadviescommissie heeft het college zich op het standpunt gesteld dat de tekst op de website te absoluut was geformuleerd. Maar dat betekent volgens het college niet dat de vaststelling van het rangnummer onzorgvuldig tot stand is gekomen. Alle kandidaten hebben vooraf dezelfde informatie ontvangen. Er is geen verplichting om de kandidaten vooraf te informeren over de mogelijkheden om zich via commerciële bureaus voor te bereiden. Vanuit het oogpunt van een zorgvuldige en eerlijke selectieprocedure is het juist onwenselijk om actief te communiceren over commerciële trainingsbureaus, omdat dat afbreuk zou kunnen doen aan het gelijke speelveld voor kandidaten. Bovendien heeft het college geen invloed op het bestaan of de werkwijze van dergelijke partijen. De inhoud van de SJT wordt strikt geheimgehouden, zodat commerciële trainingsbureaus geen toegang hebben tot de testinhoud.

5.       Verder kan uit de tekst van de website niet worden afgeleid dat voorbereiding op de SJT niet was toegestaan of dat geen nader onderzoek naar de beschikbare voorbereidingsmogelijkheden verricht hoefde te worden. Op [appellante] rustte een eigen verantwoordelijkheid om zich te informeren naar deze mogelijkheden, voor zover zij daar behoefte aan had. Daarbij is van belang dat op de website ook informatie was opgenomen over het bestaan van commerciële trainingsbureaus, dat dit de derde keer was dat [appellante] aan de selectieprocedure deelnam en dat commerciële trainingsbureaus gevonden konden worden via een eenvoudige zoekopdracht.

6.       Daarbij is er geen causaal verband tussen de informatie op de website en het rangnummer dat aan [appellante] is toegekend. [appellante] heeft niet aannemelijk gemaakt dat, als zij gebruik zou hebben gemaakt van een trainingsmogelijkheid voor de SJT, zij wel voor plaatsing in aanmerking zou zijn gekomen. Hierbij heeft het college erop gewezen dat er 1.116 kandidaten hebben meegedaan aan de selectieprocedure, terwijl slechts 225 kandidaten (met de rangnummers 1 tot en met 225) konden worden geplaatst.

Beroep

7.       Volgens [appellante] had het bezwaar moeten leiden tot schrapping van haar selectiepoging. Zij voert onder verwijzing naar artikel 7.15 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (de WHW) aan dat het college heeft erkend dat de informatie op de website te absoluut was geformuleerd en dat het onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het desondanks het advies van de geschillenadviescommissie niet heeft opgevolgd. De omstandigheid dat aan alle kandidaten dezelfde informatie is verstrekt, betekent niet dat de inhoud daarvan juist is of voldoende zorgvuldig verstrekt en betekent evenmin dat alle kandidaten op die informatie hebben vertrouwd. Daarnaast heeft het college ten onrechte aan [appellante] tegengeworpen dat zij met een eenvoudige zoekopdracht commerciële trainingsbureaus had kunnen vinden. Gelet op de informatie op de website, bestond voor haar geen aanleiding om nader onderzoek te verrichten. Verder heeft het college ten onrechte van haar verlangd dat zij aannemelijk maakt dat voorbereiding op de SJT geleid zou hebben tot toelating tot de opleiding. Zij vraagt niet om een opleidingsplaats, maar om het schrappen van de selectiepoging. De schrapping is voor [appellante] van groot belang, terwijl die verder slechts een beperkt (rechts)gevolg heeft, omdat de uitslag van de selectie voor het studiejaar 2026/2027 daarmee ongewijzigd blijft.

Beoordeling

8.       In artikel 7.15, eerste lid, van de WHW is bepaald dat het instellingsbestuur zodanige informatie verstrekt aan aspirant-studenten over onder meer de selectie van studenten, dat die in staat zijn zich goed voor te bereiden op de gestelde eisen.

9.       Op de website stond destijds het volgende over de SJT vermeld: ‘Op de selectiedag leg je een digitale toets af, de situational judgement test. De toets is in het Nederlands. Je kunt en hoeft je niet voor te bereiden op deze toets. Bij een SJT worden situaties uit het dagelijks leven aan je voorgelegd en je wordt gevraagd hoe je zou reageren en/of handelen. Er wordt geen oefenmateriaal beschikbaar gesteld.’ en ‘Wij zijn op de hoogte dat er studiehulp (in de vorm van trainingen en coachingsgesprekken) voor onze selectieprocedure wordt aangeboden. Deze studiehulp wordt verzorgd door commerciële, niet aan de Universiteit Utrecht verbonden, organisaties en wordt op geen enkele wijze door de Universiteit Utrecht of Faculteit Diergeneeskunde ondersteund.’

10.     Uit de hierboven geciteerde tekst blijkt duidelijk dat de SJT is gericht op het beoordelen van het gedrag van kandidaten in verschillende situaties, dat het college niet verlangt dat de SJT wordt voorbereid, dat het college hiervoor zelf ook niets aanbiedt, dat het college ervan op de hoogte is dat er commerciële organisaties zijn die dat wel doen en dat het college hiervan afstand neemt. Het college heeft toereikend toegelicht dat daarmee geen informatie is gegeven of onthouden waardoor aspirant-studenten niet in staat zijn geweest zich goed voor te bereiden op de selectie. Er bestaat daarom geen grond voor het oordeel dat artikel 7.15, eerste lid, van de WHW is geschonden. De informatie die destijds op de website stond over de SJT geeft dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat de toekenning van het rangnummer 682 aan [appellante] niet zorgvuldig tot stand is gekomen of dat deze beslissing om een andere reden onrechtmatig is. De omstandigheid dat [appellante] op basis van de tekst op de website ervan uit is gegaan dat er geen mogelijkheid was tot voorbereiding van de SJT en dat anderen (wel) op zoek zijn gegaan naar voorbereidingsmiddelen en die hebben gevonden, doet hier niet aan af. Zoals het college terecht naar voren heeft gebracht, beschikten alle kandidaten over dezelfde informatie.

11.     Het beroep is gericht tegen de beslissing van het college, waarbij het de toekenning van het rangnummer 682 aan [appellante] heeft gehandhaafd. Zoals de Afdeling hiervoor heeft overwogen, bestaat geen aanleiding om die toekenning als onrechtmatig te beoordelen. Het schrappen van de selectiepoging van [appellante] is niet aan de orde. Wat [appellante] daarover aanvoert, treft daarom geen doel.

Slotsom

12.     Het beroep is ongegrond.

13.     Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. I.K. van de Riet, griffier.

w.g. Willems

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van de Riet

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 november 2026

994