Bestuursrecht overig

Bij besluit van 6 juli 2023 heeft de raad van de gemeente Tilburg het bestemmingsplan "Udenhout Beschermd…

Raad van State, 4 november 2026

Zaakgegevens

Op 4 november 2026 heeft de Raad van State in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
4 november 2026
Datum publicatie
4 november 2026
Zaaknummer
202305552/1/R2
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:6498
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 6 juli 2023 heeft de raad van de gemeente Tilburg het bestemmingsplan "Udenhout Beschermd Dorpsgezicht, 8e herziening (Schoorstraat Vincentius)" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van 94 woningen op het Vincentiusterrein aan de Schoorstraat 2a in Udenhout mogelijk, waarbij minstens 31 woningen zijn bedoeld voor de sociale huur. Van deze woningen zijn er 53 voorzien in twee nieuw te bouwen appartementengebouwen, namelijk 31 appartementen in het meest westelijke appartementengebouw en 22 in het meest oostelijke appartementengebouw. Het centrale gebouw op het Vincentiusterrein heeft een rijksmonumentale status. Daarin worden 28 woningen mogelijk gemaakt. In de twee gebouwen direct grenzend aan het centrale gebouw worden samen 13 woningen mogelijk gemaakt. De opstallen op het terrein werden blijkens de plantoelichting ten tijde van de vaststelling van het plan gebruikt voor zorgdoeleinden, voornamelijk voor dagbesteding.

Uitspraak

202305552/1/R2.

Datum uitspraak: 4 november 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], mede namens Beheermaatschappij De Strijdhoef B.V., gevestigd in Maarn, gemeente Utrechtse Heuvelrug,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Tilburg,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 6 juli 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Udenhout Beschermd Dorpsgezicht, 8e herziening (Schoorstraat Vincentius)" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant], mede namens Beheermaatschappij De Strijdhoef B.V. (de Strijdhoef), beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

Geen van de partijen heeft binnen de gestelde termijn verklaard gebruik te willen maken van het recht ter zitting te worden gehoord, waarna de Afdeling het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb heeft gesloten.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.

Het ontwerpplan is op 2 januari 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Crisis- en herstelwet (Chw), zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.

Waar gaat deze zaak over?

2.       Het bestemmingsplan maakt de bouw van 94 woningen op het Vincentiusterrein aan de Schoorstraat 2a in Udenhout mogelijk, waarbij minstens 31 woningen zijn bedoeld voor de sociale huur. Van deze woningen zijn er 53 voorzien in twee nieuw te bouwen appartementengebouwen, namelijk 31 appartementen in het meest westelijke appartementengebouw en 22 in het meest oostelijke appartementengebouw. Het centrale gebouw op het Vincentiusterrein heeft een rijksmonumentale status. Daarin worden 28 woningen mogelijk gemaakt. In de twee gebouwen direct grenzend aan het centrale gebouw worden samen 13 woningen mogelijk gemaakt. De opstallen op het terrein werden blijkens de plantoelichting ten tijde van de vaststelling van het plan gebruikt voor zorgdoeleinden, voornamelijk voor dagbesteding.

[partij] is de ontwikkelaar van het project.

3.       Landgoed De Strijdhoef ligt in de buurt van het plangebied. De afstand tussen het plangebied en het perceel van het landgoed bedraagt ongeveer 117 m. De Strijdhoef kan zich niet verenigen met het plan. Zij vindt dat de raad geen wezenlijke inspraakmogelijkheden heeft geboden en dat het plan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Zij betoogt dat het plan niet in overeenstemming is met bestaand beleid en dat de bebouwing de maatschappelijke en cultuurhistorische waarden van de omgeving aantast.

Toetsingskader

4.       Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.

Inspraak

5.       De Strijdhoef betoogt dat de participatie en inspraak over het bestemmingsplan onvoldoende zijn geweest. Zij voert daartoe aan dat zij onvoldoende is betrokken bij de totstandkoming van het plan. Bij de bewonersavond in februari 2022 was geen sprake van een dialoog met de projectontwikkelaar of de gemeente maar van eenrichtingsverkeer. De Strijdhoef heeft een zienswijze ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan met de verwachting dat dan wel een dialoog zou plaatsvinden. Dat is niet gebeurd. Bij de bespreking van het bestemmingsplan in de gemeenteraadsvergadering van 5 juni 2023 heeft de Strijdhoef gebruik gemaakt van haar spreekrecht en haar zienswijze nogmaals toegelicht. Ook daarmee is niks gedaan bij het uiteindelijke bestemmingsplan.

5.1.    Het bieden van inspraak voorafgaande aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan maakt geen onderdeel uit van de in de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geregelde bestemmingsplanprocedure. Het niet bieden van inspraak in die eerdere fase heeft daarom geen gevolgen voor de rechtmatigheid van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan.

5.2.    De Afdeling stelt vast dat dat het bestemmingsplan is voorbereid met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Awb. In overeenstemming met deze procedure is de Strijdhoef in de gelegenheid gesteld een zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan naar voren te brengen. Dat heeft zij ook gedaan. Niet valt in te zien dat onvoldoende inspraakmogelijkheden zijn geboden. Dat de zienswijze van de Strijdhoef geen aanleiding gaf tot wijziging van het bestemmingsplan, maakt dat niet anders.

Het betoog slaagt niet.

Strijd met het gemeentelijke beleid

6.       De Strijdhoef betoogt dat het bestemmingsplan onzorgvuldig tot stand is gekomen. Uit de plantoelichting blijkt niet dat de raad de uitgangspunten uit het rapport "Gemeentelijk beschermd dorpsgezicht kom Udenhout (2009)" van 15 juni 2009 heeft betrokken bij de totstandkoming van het plan. Dit rapport was de basis voor de aanwijzing van de omgeving als gemeentelijk beschermd dorpsgezicht. Gelet op de ongewenste ruimtelijke impact van het plan had het in de rede gelegen dat de raad dit rapport zou betrekken bij de planvorming. In de zienswijze heeft de Strijdhoef kenbaar gemaakt dat het plan niet strookt met het rapport.

6.1.    In de plantoelichting wordt in paragraaf 2.5 en 4.3.2 beschreven hoe de relatie met het beschermd dorpsgezicht zo veel mogelijk wordt behouden. In de zienswijzennota heeft de raad toegelicht waarom het de twee nieuwbouwvolumes mogelijk maakt en hoe bij de toetsing van het plan in verschillende adviezen door de omgevingscommissie is gekeken naar inpassing van de bebouwing in het beschermde dorpsgezicht en de zichtlijnen van de twee nieuwbouwvolumes. De nieuwbouwvolumes zullen een wijziging opleveren in het straatbeeld, maar mede gebaseerd op de positieve adviezen van de omgevingscommissie heeft de raad geconcludeerd dat de toevoegingen visueel niet zo dominant zijn dat ze daardoor het beeld van het monument met twee flankerende zijvleugels aantasten. Verder wordt toegelicht dat de onderlinge afstand tussen het plangebied en de Strijdhoef zodanig is dat de oude en nieuwe bebouwing en complexen op een harmonieuze wijze visueel samen zullen gaan zonder dat daarbij de karakteristieken van het beschermde dorpsgezicht worden aangetast. De Strijdhoef heeft in haar beroepschrift niet aangevoerd waarom deze weerlegging van de zienswijze onjuist of onvolledig zou zijn.

Het betoog slaagt niet.

Strijd met cultuurhistorische waarden

7.       De Strijdhoef betoogt dat het bestemmingsplan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, omdat een appartementencomplex van vier etages hoog vanuit cultuurhistorisch oogpunt niet past in de omgeving. Het appartementencomplex vormt een belemmering van de zichtlijnen en doorkruist de openheid van het straatbeeld. Het bebouwingsblok is een bron van verstedelijking vanuit de belevingswaarde vanuit het landgoed en de cultuurhistorisch beschermde buitenplaats. Hiermee wordt de landgoedbiotoop ernstig aangetast.

7.1.    Op het dichtst bij het landgoed gelegen bouwvlak maakt het bestemmingsplan bebouwing met een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 13 en 15,5 m mogelijk. Het vorige plan stond ter plaatse van dit bouwvlak een maximale goot- en bouwhoogte toe van respectievelijk 6 en 11,5 m. Tussen het landgoed en de nieuwbouw is reeds bebouwing aanwezig. De kortste afstand tussen het landgoed en de nieuwe bebouwing bedraagt 124 m. De afstand tussen het kasteel en de nieuwe bebouwing is meer dan 230 m. Gelet op deze omstandigheden heeft de raad zich op het standpunt mogen stellen dat het uitzicht vanuit het landgoed niet zo verslechtert dat daardoor de landgoedbiotoop ernstig wordt aangetast. In het verweerschrift wordt toegelicht dat het appartementengebouw haaks op de Schoorstraat staat om de huidige langgerekte bebouwing te doorbreken. Hierdoor ontstaan doorzichten naar het groene achterterrein en worden de verbindingen met het dorp verbeterd. De Afdeling ziet dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat het appartementencomplex de openheid van het straatbeeld aantast.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie

8.       Het beroep is ongegrond.

9.       De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. M.M. Kaajan, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. K.M. Arneri, griffier.

w.g. Kaajan

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Arneri

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 november 2026

1010