Bestuursrecht overig
In de tussenuitspraak van 13 augustus 2025 heeft de Afdeling de raad van de gemeente Zuidplas opgedragen om…
Raad van State, 4 november 2026
ECLI:NL:RVS:2026:6507 · Raad van State · 4 november 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rvs-2026-6507
Zaakgegevens
Op 4 november 2026 heeft de Raad van State in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 november 2026
- Datum publicatie
- 4 november 2026
- Zaaknummer
- 202306747/2/R3
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:6507
Samenvatting
In de tussenuitspraak van 13 augustus 2025 heeft de Afdeling de raad van de gemeente Zuidplas opgedragen om binnen 26 weken na verzending van deze tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van de raad van 5 september 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Verzamelplan Zuidplas 2023" te herstellen, dan wel een gewijzigd of een nieuw besluit te nemen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling overwogen dat de raad bij de vaststelling van het bestemmingsplan ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de vergunningvrije bouw- en gebruiksmogelijkheden op de percelen [locatie 1] en [locatie 2]. Daarmee is niet uitgesloten dat de bedrijfsvoering van [appellanten] wordt beperkt.
Uitspraak
202306747/2/R3.
Datum uitspraak: 4 november 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellanten], allen gevestigd of wonend in Nieuwerkerk aan den IJssel, gemeente Zuidplas,
appellanten,
en
de raad van de gemeente Zuidplas,
verweerder.
Procesverloop
In de tussenuitspraak van 13 augustus 2025 heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 26 weken na verzending van deze tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van de raad van 5 september 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Verzamelplan Zuidplas 2023" te herstellen, dan wel een gewijzigd of een nieuw besluit te nemen.
In het besluit van 21 april 2026 (het herstelbesluit) heeft de raad ter uitvoering van de tussenuitspraak het bestemmingsplan opnieuw en gewijzigd vastgesteld.
Daartoe in de gelegenheid gesteld hebben [appellanten] een zienswijze naar voren gebracht over de wijze waarop de raad het gebrek heeft hersteld.
Met de brief van 27 augustus 2026 zijn [appellanten] door de Afdeling in de gelegenheid gesteld deze zienswijze aan te vullen. Daarvan hebben zij geen gebruik gemaakt.
De Afdeling heeft met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en het onderzoek vervolgens gesloten.
Overwegingen
De tussenuitspraak
1. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling overwogen dat de raad bij de vaststelling van het bestemmingsplan ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de vergunningvrije bouw- en gebruiksmogelijkheden op de percelen [locatie 1] en [locatie 2]. Daarmee is niet uitgesloten dat de bedrijfsvoering van [appellanten] wordt beperkt.
2. Gelet op wat is overwogen in de tussenuitspraak is het beroep van [appellanten] tegen het besluit van 5 september 2023 gegrond. Het besluit moet wegens strijd met artikel 3:2 en 3:46 van de Awb worden vernietigd.
Het herstelbesluit
3. Na de tussenuitspraak heeft de raad met het herstelbesluit het bestemmingsplan "Verzamelplan Zuidplas 2023" opnieuw en gewijzigd vastgesteld. De raad heeft daarbij onder meer aan een gedeelte van de percelen [locatie 1] en [locatie 2] de bestemming "Tuin" toegekend en artikel 11 van de planregels en de verbeelding gewijzigd.
Het beroep van rechtswege
4. Artikel 6:19, eerste lid, van de Awb luidt:
"Het bezwaar of beroep heeft van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben."
4.1. Het herstelbesluit is een besluit ter vervanging van het besluit van 5 september 2023 en is ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Awb onderdeel van dit geding.
4.2. [appellanten] hebben in de zienswijze gesteld dat er nog een aantal punten zijn waarin zij zich niet konden en kunnen vinden, althans die wat hen betreft nog onvoldoende zijn gewaarborgd in het herstelbesluit. Daarbij moet volgens [appellanten] onder meer maar niet uitsluitend worden gedacht aan de beperking van het gebruik van de tuinen door de bewoners.
4.3. De Afdeling overweegt dat [appellanten] niet hebben onderbouwd wat volgens hen de gebreken in het herstelbesluit zijn. Ook hebben zij geen gebruik gemaakt van de door de Afdeling geboden gelegenheid om dat alsnog te doen. De enkele stelling dat moet worden gedacht aan de beperking van de tuinen door de bewoners is daarvoor onvoldoende. De Afdeling ziet in de zienswijze van [appellanten] daarom geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de raad niet heeft voldaan aan de in de tussenuitspraak gegeven opdracht.
4.4. Gelet hierop is het van rechtswege ontstane beroep tegen het herstelbesluit ongegrond.
Proceskosten
5. De raad moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het beroep van [appellanten] tegen het besluit van de raad van de gemeente Zuidplas van 5 september 2023, waarbij het bestemmingsplan "Verzamelplan Zuidplas 2023" is vastgesteld, gegrond;
II. vernietigt het onder I. genoemde besluit;
III. verklaart het beroep van [appellanten] tegen het besluit van de raad van de gemeente Zuidplas van 21 april 2026 ongegrond;
IV. veroordeelt de raad van de gemeente Zuidplas tot vergoeding van bij [appellanten] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2.335,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat bij de betaling van genoemd bedrag aan één van hen, het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;
V. gelast dat de raad van de gemeente Zuidplas aan [appellanten] het door hen betaalde griffierecht van € 365,00 voor de behandeling van het beroep vergoedt, met dien verstande dat bij de betaling van genoemd bedrag aan één van hen, het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.
Aldus vastgesteld door mr. B.P.M. van Ravels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. van den Broek, griffier.
w.g. Van Ravels
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van den Broek
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 4 november 2026
1139