Bestuursrecht overig

Verweerder heeft terecht geweigerd eiseres een WIA-uitkering toe te kennen en de ZW-uitkering van eiseres…

Rechtbank Amsterdam, 29 september 2023

Zaakgegevens

Op 29 september 2023 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
29 september 2023
Datum publicatie
28 september 2023
Zaaknummer
AMS 23/4755
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2023:6035
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verweerder heeft terecht geweigerd eiseres een WIA-uitkering toe te kennen en de ZW-uitkering van eiseres gestopt. Eiseres voldoet niet aan de ‘Amber-voorwaarden’. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan de conclusies van de verzekeringsartsen te twijfelen. Daarom benoemt zij geen deskundige. De rechtbank ziet geen aanknopingspunten om aan te nemen dat de door de arbeidskundige geduide functies in medisch opzicht voor eiseres ongeschikt zijn. Ook wordt eiseres’ verzoek om immateriële schadevergoeding afgewezen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 23/4755

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , te Alkmaar, eiseres,

(gemachtigde: mr. M. Buiter),

en

de Raad van Bestuur Jeugdzorg Amsterdam (de Raad van Bestuur van Jeugd- en Gezinsbeschermers), verweerder.

Procesverloop

De rechtbank heeft op 25 maart 2023 een beroepschrift ontvangen gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het verzoek dat onder meer eiseres op 26 september 2022 bij verweerder heeft ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank sluit het onderzoek in de zaak omdat voortzetting van het onderzoek niet nodig is. De rechtbank doet uitspraak zonder dat een zitting wordt gehouden, omdat de bestuursrechter onbevoegd is.

Wie is verweerder?

2. Eiseres heeft op 26 september 2022 een verzoek bij de Raad van Bestuur Jeugdzorg ingediend, verzonden naar het postbusadres van de Jeugd- en Gezinsbeschermers te Amsterdam. Jeugd- en Gezinsbeschermers heeft de ontvangst van het verzoek bevestigd. Omdat het verzoek is gericht aan de Raad van Bestuur Jeugdzorg, is de Raad van Bestuur Jeugdzorg Amsterdam (de Raad van Bestuur van Jeugd- en Gezinsbeschermers) als verweerder aangemerkt.

Waar gaat deze zaak over?

3. Verweerder heeft in het kader van de jeugdhulpverlening van de kinderen van eiseres dossiers aangelegd. Eiseres, haar echtgenoot en haar kinderen hebben op

26 september 2022 een verzoek bij verweerder ingediend om toezending van complete dossiers. Op 28 november 2022 heeft eiseres verweerder in gebreke gesteld. Vervolgens heeft de gemachtigde van eiseres beroep ingesteld.

Is de bestuursrechter bevoegd om van het beroep kennis te nemen?

4. De bestuursrechter van de rechtbank moet onderzoeken of zij bevoegd is om van een beroep kennis te nemen. Daarvoor moet worden beoordeeld of het beroep is gericht tegen een voor beroep vatbaar besluit. Het uitblijven van een besluit is op grond van de wet aan een besluit gelijkgesteld.

5. De rechtbank vat het verzoek van eiseres op als een verzoek om inzage op grond van artikel 7.3.17 van de Jeugdwet. Op grond van dat artikel kan verweerder niet worden aangemerkt als een bestuursorgaan. Dat betekent dat nu verweerder, de Raad van Bestuur Jeugdzorg (lees: de Raad van Bestuur Jeugdzorg Amsterdam (de Raad van Bestuur van Jeugd- en Gezinsbeschermers), niet als een bestuursorgaan kan worden aangemerkt, er geen besluit is genomen in de zin van artikel 1:3 van de Awb zodat beroep niet tot de mogelijkheden behoort.

6. De bestuursrechter verklaart zich om die reden onbevoegd om van het beroep kennis te nemen. Eiseres kan zich tot de civiele rechter wenden.

7. Van eiseres is geen griffierecht geheven.

8. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.D. Arnold, rechter, in aanwezigheid van

M.P. Osinga Sanders, de griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

29 september 2023

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Bent u het niet eens met deze uitspraak, dan kunt u een verzetschrift opsturen naar deze rechtbank. U kunt een verzetschrift opsturen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. In het verzetschrift kunt u vragen om te worden gehoord. In dat geval vindt alsnog een zitting plaats.

Coll: M.P.O.

D: B

artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb ECLI:NL:RVS:2018:983, punt 4, eerste alinea zie ook ECLI:NL:RBZWB:2020:5853, ECLI:NL:RBOBR:2022:2998, ECLI:NL:RBLIM:2021:8105 en Gst. 2018/95 informatie hierover is te vinden op www.rechtspraak.nl