Civiel recht overig

In een zogenoemde WAMCA-zaak hebben drie stichtingen collectieve vorderingen ingesteld tegen de grootste tien…

Rechtbank Amsterdam, 28 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 28 oktober 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
28 oktober 2026
Datum publicatie
27 oktober 2026
Zaaknummer
C/13/781273 / HA ZA 26-1
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Advocaat
mr. D.F. Berkhout, mr. M.V.E.E. de Monchy, mr. C.E. Schillemans
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:10574
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

In een zogenoemde WAMCA-zaak hebben drie stichtingen collectieve vorderingen ingesteld tegen de grootste tien energieleveranciers. Het draait om de vraag of energieleveranciers de laatste jaren een oneerlijk beding hebben gebruikt om op grond daarvan hun prijzen aan te passen. De rechtbank oordeelt dat alle energieleveranciers hetzelfde beding hebben gebruikt, zodat de zaak als één zaak behandeld kan worden.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht

Zaaknummer: C/13/781273 / HA ZA 26-1

Vonnis in incident van 28 oktober 2026 (bij vervroeging)

in de zaak van

de stichting

STICHTING CONSUMENTEN COMPETITION CLAIMS,

gevestigd te Amsterdam,

eisende partij in de hoofdzaak,

verwerende partij in het incident,

advocaat: mr. D.F. Berkhout,

tegen

1. de besloten vennootschap

BOOKING.COM HOLDING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. de besloten vennootschap

BOOKING.COM B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

3. de besloten vennootschap

BOOKING.COM INTERNATIONAL B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

4. de vennootschap naar buitenlands recht

BOOKING HOLDINGS INC.,

gevestigd te Delaware (Verenigde Staten van Amerika),

eisende partij in het incident,

5. de vennootschap naar buitenlands recht

BOOKING.COM (DEUTSCHLAND) GMBH,

gevestigd te Berlijn (Duitsland),

6. de vennootschap naar buitenlands recht

BOOKING.COM (BELGIUM) B.V.,

gevestigd te Brussel (België),

7. de vennootschap naar buitenlands recht

BOOKING.COM (ÖSTERREICH) GMBH,

gevestigd te Wenen (Oostenrijk),

8. de vennootschap naar buitenlands recht

BOOKING.COM (FRANCE) SAS,

gevestigd te Parijs (Frankrijk),

9. de vennootschap naar buitenlands recht

BOOKING.COM (ITALIA) S.R.L.,

gevestigd te Rome (Italië),

10. de vennootschap naar buitenlands recht

PRICELINE BOOKING.COM (PORTUGAL) VIAGENS, LDA.,

gevestigd te Lissabon (Portugal),

11. de vennootschap naar buitenlands recht

BOOKINGS HISPÁNICA, S.L.,

gevestigd te Barcelona (Spanje),

12. de vennootschap naar buitenlands recht

BOOKING.COM (SCHWEIZ) AG,

gevestigd te Zürich (Zwitserland),

advocaat: mr. M.V.E.E. de Monchy,

en

13.
de vennootschap naar buitenlands recht

AGODA COMPANY PTE LTD.,

gevestigd te Singapore (Singapore),

advocaat: mr. C.E. Schillemans,

eisende partij in het incident,

alle gedaagde partijen in de hoofdzaak.

Partijen worden hierna genoemd: de Stichting en (gedaagde partijen in de hoofdzaak samen) Booking c.s. Gedaagde onder 2, Booking.com B.V., wordt hierna Booking.com genoemd.

Gedaagden in de hoofdzaak onder 4 en 13 (die ook eiseressen in het incident zijn) worden hierna Booking Holdings Inc respectievelijk Agoda genoemd.

Gedaagden onder 5 tot en met 12 worden samen ook aangeduid als de Europese entiteiten.

1 Waar gaat deze procedure over?

1.1.

De hoofdzaak is een collectieve actie waarin de Stichting opkomt voor consumenten die volgens de Stichting schade hebben geleden door onrechtmatig handelen van Booking c.s. Dat onrechtmatig handelen bestaat volgens de Stichting in de eerste plaats uit het opleggen van pariteitsverplichtingen aan hotels, waardoor de concurrentie is beperkt en de consumenten een hogere prijs hebben moeten betalen voor een hotelkamer. Daarnaast maakt Booking c.s. zich schuldig aan patronen en uitlatingen die op de platforms Booking.com en Agoda.com worden geïmplementeerd om consumenten te misleiden (‘dark patterns’). De Stichting heeft collectieve vorderingen ingesteld. Daarover gaat de hoofdzaak.

1.2.

De in de hoofdzaak gedaagde partijen zijn deels in Nederland en deels daarbuiten gevestigd. De rechtbank moet beoordelen of zij rechtsmacht heeft om te oordelen over de vorderingen die zijn ingesteld tegen de in het buitenland gevestigde partijen. Booking Holdings Inc en Agoda betwisten die bevoegdheid. De rechtbank oordeelt hierna dat zij rechtsmacht heeft.

2 De procedure

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaardingen van 13 november 2025, met producties,

- de incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring van Agoda, met producties,

- de incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring van Booking Holdings Inc en de Europese entiteiten, met producties,

- de incidentele conclusie van antwoord, tevens wijziging van eis, van de Stichting, met producties,

- het tussenvonnis van 22 april 2026, waarbij een mondelinge behandeling in het incident is bepaald en

- de mondelinge behandeling van 22 september 2026 en het proces-verbaal met de daarin genoemde stukken.

2.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

3 De feiten voor zover van belang in de bevoegdheidsincidenten

3.1.

De Stichting is opgericht om Nederlandse en Europese consumenten te beschermen tegen oneerlijke handelspraktijken. In artikel 2 lid 1 van haar statuten staat onder meer dat de Stichting als doel heeft “het behartigen van de belangen van Gedupeerden met betrekking tot iedere vorm van benadeling en Massaschade die de Gedupeerden stellen te hebben geleden of te (zullen) lijden als gevolg van onder meer elke frauduleuze, misleidende of oneerlijke handelspraktijk die onrechtmatig is volgens de geldende regelgeving, waaronder - maar niet beperkt tot - een of meerdere schending(en) van het (Europese, Nederlandse dan wel buitenlandse) mededingingsrecht of het (Europese, Nederlandse dan wel buitenlandse) consumentenrecht, of andere vormen van onrechtmatig handelen.”

3.2.

Het platform Booking.com is in 1996 opgericht als een online boekingsportaal om vraag en aanbod voor hotelkamers bij elkaar te brengen. Booking.com fungeert als een online platform dat consumenten en zakelijke gebruikers de mogelijkheid biedt om hotels te zoeken, te vergelijken en te boeken en voor hotels om hun accommodaties aan te bieden aan consumenten en zakelijke gebruikers. De online hotelplatformdiensten worden hierna ook (zoals de Stichting het heeft gedefinieerd) Hotel OTA-diensten genoemd. OTA staat voor Online Travel Agent.

3.3.

Het platform Booking.com wordt geëxploiteerd door de in Nederland gevestigde vennootschap Booking.com (gedaagde onder 2). Booking.com bepaalt de strategie van het platform en sluit overeenkomsten met de hotels die hun accommodaties willen aanbieden op het platform Booking.com.

3.4.

Booking Holdings Inc is gevestigd in de Verenigde Staten en is de uiteindelijke holdingmaatschappij van de hele Booking-groep en houdt (indirect) alle aandelen van de verschillende Booking-vennootschappen (waaronder in ieder geval gedaagden 2 t/m 12).

3.5.

Booking International B.V. is de holdingmaatschappij voor de internationale (althans Europese) activiteiten van Booking.com. De Europese entiteiten, gedaagden (in de hoofdzaak) onder 5 tot en met 12, bieden lokale ondersteuning aan Booking.com.

3.6.

Agoda biedt een platform aan voor Hotel OTA-diensten, met name op de Aziatische markt.

3.7.

Booking.com, Booking International B.V. en Agoda zijn zustermaatschappijen. De Booking-groep ziet er als volgt uit:

[afbeelding niet beschikbaar]

3.8.

De accommodaties (waaronder hotels) betalen een provisie aan Booking.com respectievelijk Agoda als de reiziger een accommodatie boekt via het platform Booking.com dan wel het Agoda-platform en in de accommodatie verblijft.

3.9.

Booking.com heeft tot 1 juli 2015 in de (algemene voorwaarden van de) met de hotels gesloten overeenkomsten een zogeheten brede pariteitsclausule opgenomen. Op basis van die clausule mochten de hotels nergens (op andere platforms dan wel via hun eigen verkoopkanaal) lagere prijzen of betere voorwaarden aanbieden dan op het platform van Booking.com.

3.10.

Verschillende Europese mededingingsautoriteiten zijn een onderzoek gestart naar de brede pariteitsclausules. Booking.com heeft aan de Franse, Italiaanse en Zweedse mededingingsautoriteiten toezeggingen gedaan om aan de bezwaren tegemoet te komen. Vervolgens heeft Booking.com toegezegd de brede pariteitsclausuleverplichting te zullen aanpassen naar een zogeheten smalle pariteitsclausule.

3.11.

Per 1 juli 2015 heeft Booking.com de brede pariteitsclausules omgezet in smalle pariteitsclausules op grond waarvan de hotels hun kamers niet tegen gunstigere voorwaarden mochten aanbieden via hun eigen kanalen. In ieder geval op 2 december 2024 is ook deze smalle pariteitsclausule uit de algemene voorwaarden die Booking.com hanteert verwijderd.

3.12.

Het Bundeskartellamt (de Duitse mededingingsautoriteit, hierna BKartA) is jaren geleden een onderzoek gestart naar de pariteitsverplichtingen van Hotel OTA’s. Bij besluit van 22 december 2015 heeft het BKartA geoordeeld dat de door Booking.com gehanteerde smalle pariteitsclausule in strijd is met het Europese en Duitse kartelverbod. Het besluit is op 18 mei 2021 in hoogste instantie bevestigd door het Duitse Bundesgerichtshof (hierna: BGH).

3.13.

Bij deze rechtbank loopt ook een procedure tussen een aantal Duitse hotels en Booking.com en Booking.com (Deutschland) GmbH. Ook in die procedure staat de rechtmatigheid van de pariteitsclausules centraal. In die procedure heeft de rechtbank overwogen dat de Nederlandse rechter niet zonder meer is gebonden aan het besluit van het BKartA (zoals bevestigd door het BGH) waarbij het heeft geoordeeld dat de door Booking.com gehanteerde smalle pariteitsclausule in strijd is met het Europese en Duitse kartelverbod. De Nederlandse rechter die wordt geconfronteerd met een (definitieve) inbreukbeslissing uit een andere lidstaat, zoals die van het BKartA, kan deze als prima facie bewijs beschouwen en tegenbewijs toelaten (artikel 9 lid 2 van de Kartelschaderichtlijn). Bij tussenvonnis van 22 februari 2023 heeft de rechtbank prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJEU), waaronder de vraag hoe de relevante productmarkt moet worden afgebakend in een situatie waarin een hotelreserveringsplatform bemiddelt bij transacties tussen accommodaties en consumenten. Het HvJEU heeft die vragen beantwoord bij arrest van 19 september 2024. Vervolgens heeft de rechtbank op 4 maart 2026 een volgend tussenvonnis gewezen. De procedure loopt nog.

3.14.

Sinds in ieder geval 2009 hanteert Booking.com loyaliteitsprogramma’s: het “Preferred Partner Program” en het “Preferred Partner Program Plus”. Om hieraan te kunnen deelnemen moeten de hotels aan bepaalde voorwaarden voldoen en een hogere vergoeding (commissie) betalen. Deelname heeft effect op de zogeheten ‘ranking’ van de deelnemende hotels in de zoekresultaten.

4 De vorderingen in de hoofdzaak

4.1.

Voor een integrale weergave van de vorderingen van de Stichting (zoals gewijzigd) wordt verwezen naar bijlage I van dit vonnis.

4.2.

De vorderingen komen er kort gezegd op neer dat de Stichting een verklaring voor recht vordert dat Booking c.s. onrechtmatig heeft gehandeld tegen een specifiek omschreven groep consumenten en een gebod tot het staken van dat onrechtmatige handelen. Verder vordert de Stichting een veroordeling van Booking c.s. tot het betalen van schadevergoeding en dat Booking c.s. wordt veroordeeld in de werkelijke proceskosten, de buitengerechtelijke kosten en de in het kader van de schade afwikkeling te maken kosten. De Stichting vordert ook de afgifte van diverse bescheiden.

4.3.

De Stichting heeft (zoals door haar aangeduid) (i) mededingingsrechtelijke vorderingen en (ii) consumentenrechtelijke vorderingen ingesteld.

4.3.1.

De vorderingen die zijn gebaseerd op het mededingingsrecht zijn gericht tot alle gedaagden. Wat betreft die vorderingen komt de Stichting op voor de volgende Nauw Omschreven Groep: alle natuurlijke personen die (i) als ingezetene van Nederland in de Relevante Periode, (ii) minimaal één keer online via (a) Booking.com, (b) een andere Hotel OTA-dienst, en/of (c) direct op de website van een hotel een hotelkamer hebben geboekt in Europa in de Relevante Periode.

4.3.2.

Bij wijziging van eis heeft de Stichting de vorderingen die zijn gebaseerd op het consumentenrecht beperkt tot de volgende gedaagden: Booking Holding B.V., Booking.com, Booking Holdings Inc en Agoda. Wat betreft die vorderingen komt de Stichting op voor de volgende Nauw Omschreven Groep: alle natuurlijke personen die (i) als ingezetene van Nederland in de Relevante Periode, (ii) minimaal één keer online op een site van de Booking-groep een hotelkamer hebben geboekt in de Relevante Periode.

4.3.3.

De Relevante Periode is steeds de periode sinds 1 januari 2013.

4.4.

De Stichting legt aan haar vorderingen ten grondslag dat Booking c.s. gebruik maakt van illegale en concurrentiebeperkende praktijken die ervoor zorgen dat hotels in de Europese Economische Ruimte, het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland geen lagere prijzen en betere voorwaarden aanbieden voor hotelkamers via andere verkoopkanalen dan het platform van Booking c.s. De pariteitsverplichtingen die Booking c.s. oplegt aan hotels (brede, smalle en impliciete) vormen een schending van het Europese en nationale mededingingsrecht en van de Digital Markets Act (DSA). Het effect daarvan is dat concurrentie wordt uitgesloten en consumenten een hogere prijs betalen. Daarnaast handelen Booking Holding B.V., Booking.com, Booking Holdings Inc en Agoda onrechtmatig door het gebruik van dark patterns: patronen en uitlatingen die Booking.com en Agoda op hun websites implementeren om consumenten te misleiden.

5 Het geschil in het bevoegdheidsincident (Agoda - de Stichting)

5.1.

Agoda vordert dat de rechtbank zich bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis onbevoegd zal verklaren, met veroordeling van de Stichting in de proceskosten te vermeerderen met wettelijke rente.

5.2.

De Stichting voert verweer in het incident. De Stichting concludeert dat de rechtbank rechtsmacht heeft en dat Agoda moet worden veroordeeld in de proceskosten in het incident.

6. Het geschil in het bevoegdheidsincident (Booking Holdings Inc - de Stichting)

6.1.

Booking Holdings Inc vordert dat de rechtbank zich bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis onbevoegd zal verklaren met betrekking tot de consumentenrechtelijke vorderingen van de Stichting, met veroordeling van de Stichting in de proceskosten te vermeerderen met wettelijke rente.

6.2.

De Stichting voert verweer in het incident. De Stichting concludeert dat de rechtbank rechtsmacht heeft en dat Booking Holdings Inc moet worden veroordeeld in de proceskosten in het incident.

7 De beoordeling in het incident

Inleidende opmerkingen

7.1.

In deze fase van de procedure gaat het om de vraag of de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is om kennis te nemen van de vorderingen van de Stichting tegen de in de hoofdzaak gedaagde partijen die niet in Nederland zijn gevestigd. Dit is een internationale zaak, omdat de gedaagden onder 4 tot en met 13 zijn gevestigd in het buitenland. De rechtbank moet daarom ook ambtshalve de rechtsmacht toetsen.

7.2.

Booking.com, Booking Holding B.V. en Booking International B.V. zijn gevestigd in Nederland. De Nederlandse rechter kan op grond van artikel 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) oordelen over de vorderingen die tegen deze gedaagden in de hoofdzaak zijn ingesteld.

7.3.

Aanvankelijk waren Booking Holdings Inc en de Europese entiteiten eiseressen in het bevoegdheidsincident voor zover het gaat om de vorderingen van de Stichting die hun grondslag vinden in het consumentenrecht. Bij conclusie van antwoord in het incident heeft de Stichting na een eiswijziging deze vorderingen laten vallen ten opzichte van de Europese entiteiten. Daarmee werd enkel Booking Holdings Inc eisende partij in het incident.

7.4.

De Europese entiteiten en Booking Holdings Inc betwisten de bevoegdheid van de rechtbank niet voor zover het gaat om de vorderingen die zijn gegrond op het mededingingsrecht. De Nederlandse rechter heeft voor die vorderingen rechtsmacht op grond van artikel 26 van de Brussel I-bis Verordening (hierna: Brussel I-bis) (Booking Holdings Inc en de Europese entiteiten met uitzondering van Booking.com (Schweiz) AG) dan wel artikel 24 van het Verdrag van Lugano (Booking.com (Schweiz) AG).

7.5.

Booking Holdings Inc is gevestigd in de Verenigde Staten van Amerika en Agoda in Singapore. De rechtsmacht moet worden bepaald aan de hand van de commune regels van rechtsmacht zoals neergelegd in de artikelen 1 tot en met 14 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Bij de invoering en latere wijzigingen van deze artikelen heeft de Nederlandse wetgever aansluiting gezocht bij (de voorlopers van) Brussel I-bis. Bij de uitleg van de regels uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering moet daarom in beginsel aansluiting worden gezocht bij de rechtspraak van het HvJEU over (de voorlopers van) Brussel I-bis.

7.6.

Hoofdregel is dat de rechter van de woonplaats van gedaagde bevoegd is. Naast de hoofdregel zijn enkele bijzondere bevoegdheidsregels opgenomen volgens welke een gedaagde in bepaalde gevallen kan worden opgeroepen voor een andere rechter dan de rechter van zijn woonplaats. Deze bijzondere bevoegdheidsregels zijn gebaseerd op de nauwe band tussen het gerecht en de vordering of de noodzaak een goede rechtsbedeling te vergemakkelijken.

7.7.

In een groot deel van de procedures waarin de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter een geschilpunt is, en met name bij collectieve acties, spelen omstandigheden die kunnen worden gelokaliseerd buiten Nederland. Zo zijn de gedaagde partijen die feitelijk hebben gehandeld, vaak niet in Nederland gevestigd. Dat is in deze zaak anders. De zaak is nauw verbonden met Nederland en in zoverre is het – wat betreft de bevoegdheidsincidenten – een atypische zaak: het gaat om een in Nederland gevestigde Stichting, de pariteitsverplichtingen zijn de hotels aangegaan met een in Nederland gevestigde onderneming (Booking.com), de websites waarop de hotels kunnen worden geboekt zijn in de Nederlandse taal (en zoals hierna zal blijken ook gericht op de Nederlandse gebruiker) en de vermeende schade is de schade van Nederlandse ingezetenen. Dit alles neemt niet weg dat, voor zover gedaagden in de hoofdzaak niet in Nederland zijn gevestigd, moet worden beoordeeld of de rechtbank kennis mag nemen van de vorderingen die zijn ingesteld tegen die gedaagden.

Mededingingsrecht – Agoda

Hoofdregel en alternatieve bevoegdheidsregels

7.8.

Op grond van de hoofdregel dat de rechter van de woonplaats van gedaagde bevoegd is, kan de rechter geen rechtsmacht aannemen. Agoda is gevestigd in Singapore. De Stichting baseert de rechtsmacht van de Nederlandse rechter op artikel 7 lid 1 Rv, omdat zij meent dat een nauw verband bestaat tussen de vorderingen tegen de Nederlandse gedaagden en de vorderingen tegen Agoda. Daarnaast is volgens de Stichting de Nederlandse rechter bevoegd op grond van artikel 6 aanhef en onder e Rv, omdat de plaats van de schade in Nederland ligt.

7.9.

Hierna zal blijken dat de rechtbank rechtsmacht heeft op grond van artikel 7 lid 1 Rv. Daarom komt de rechtbank niet toe aan het bespreken van de in artikel 6 aanhef en onder e Rv gegeven bevoegdheidsgrond.

Rechtsmacht

7.10.

Artikel 7 lid 1 Rv bepaalt dat, indien de Nederlandse rechter ten aanzien van een van de gedaagden rechtsmacht heeft (de ‘ankergedaagde’), hem ook rechtsmacht toekomt ten aanzien van de andere gedaagden, als tussen de vorderingen tegen de verschillende gedaagden een zodanige samenhang bestaat dat redenen van doelmatigheid een gezamenlijke behandeling rechtvaardigen. Bij de vraag of samenhang bestaat tussen de vorderingen van de Stichting tegen enerzijds de in Nederland gevestigde gedaagden en anderzijds Agoda, moet eerst worden gekeken naar de rechtsgrondslagen van de vorderingen.

7.11.

De Stichting stelt dat Booking.com inbreuk heeft gemaakt op het mededingingsrecht door het opleggen van pariteitsverplichtingen aan hotels. De pariteitsverplichtingen hebben concurrentiebeperkende effecten in de zin van artikel 101 lid 1 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en het gebruik ervan levert misbruik van machtspositie op (artikel 102 VWEU). Voor dit handelen zijn de drie in Nederland gevestigde vennootschappen verantwoordelijk. Verder houdt de Stichting voor het handelen de vennootschappen die onderdeel zijn van de Booking-groep, dat wil zeggen de vennootschappen die deel uit maken van de ‘Booking-onderneming’ in mededingingsrechtelijke zin, aansprakelijk. In de eerste plaats is dat moedermaatschappij Booking Holdings Inc, omdat zij beslissende invloed uitoefent op de Nederlandse gedaagden. Daarnaast zijn dat de Europese entiteiten en Agoda (als 100% dochtermaatschappij van Booking Holdings Inc), omdat zij voldoen aan de zogeheten Sumal-criteria, aldus steeds de Stichting.

7.12.

Uit het Sumal-arrest van het HvJEU blijkt het volgende. Een dochteronderneming kan civiel aansprakelijk zijn als de dochteronderneming en de moedermaatschappij een economische eenheid vormen. Dat is het geval als (i) de dochteronderneming en haar moedermaatschappij economisch, organisatorisch en juridisch zijn verbonden en (ii) een concreet verband bestaat tussen de economische activiteit van de dochteronderneming en het voorwerp van de inbreuk waarvoor de moedermaatschappij aansprakelijk is gesteld. Als kan worden vastgesteld dat sprake is van een economische eenheid, zijn alle rechtspersonen (entiteiten) die deel uitmaken van de onderneming die door de economische eenheid wordt gevormd, hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die het gevolg is van de inbreuk.

7.13.

Uit de gevoegde zaken Stroomkabels en Kartonverpakkingenvolgt verder dat in het kader van de beoordeling van de rechtsmacht sprake is van een prima facie-beoordeling en dat nog niet vooruit hoeft te worden gelopen op een inhoudelijke beoordeling van de vorderingen in de hoofdzaak. Voor de beoordeling van de rechtsmacht is voldoende dat niet is uitgesloten dat de betrokken verweerders deel uitmaken van dezelfde onderneming in de zin van het mededingingsrecht (rechtsoverweging 100).

7.14.

Agoda betwist ten eerste het bestaan van een nauwe band tussen de vorderingen die tegen haar zijn ingesteld en de vorderingen op de ankergedaagde, in het bijzonder op Booking.com. Agoda behoort in mededingingsrechtelijke zin niet tot dezelfde onderneming als Booking.com. De jurisprudentie van het HvJEU laat geen ruimte voor de horizontale aansprakelijkheid die de Stichting creëert door Agoda via Booking Holdings Inc – de moedermaatschappij van Booking.com en van Agoda – aansprakelijk te houden voor de gedragingen van haar zustermaatschappij Booking.com (een ontoelaatbare ‘tweetrapsraket’), aldus Agoda.

7.15.

Het HvJEU heeft geoordeeld dat in het geval dat een moedermaatschappij 100% van het kapitaal van haar dochter in handen heeft, een (weerlegbaar) vermoeden bestaat dat die moedermaatschappij een beslissende invloed uitoefent op het gedrag van de dochter. Booking Holdings Inc is de 100% moedermaatschappij van Booking.com en niet is concreet betwist of weersproken dat Booking Holdings Inc beslissende invloed heeft op Booking.com. Daarvan wordt in het kader van dit incident dan ook uitgegaan. Booking Holdings Inc houdt eveneens alle aandelen in het kapitaal van Agoda. De Stichting heeft gemotiveerd gesteld dat Agoda operationeel en financieel is geïntegreerd in de onderneming van de moedermaatschappij. Zo heeft de Stichting gewezen op overlap in bestuursfuncties en op de geconsolideerde jaarrekening van Booking Holdings Inc waarin ook de resultaten van Agoda zijn meegenomen. Agoda heeft deze integratie van Agoda in haar moedermaatschappij niet gemotiveerd weersproken. Daarmee is het vermoeden van beslissende invloed van Booking Holdings Inc op Agoda niet weerlegd.

7.16.

Voor de beoordeling is voldoende dat niet is uitgesloten dat de gedaagden deel uitmaken van dezelfde onderneming. Naar het oordeel van de rechtbank geeft Agoda een te beperkte uitleg aan de jurisprudentie van het HvJEU met haar betoog dat het ‘combineren van’ (i) opwaartse aansprakelijkheid (de aansprakelijkheid van Booking Holdings Inc voor de gedragingen van haar Nederlandse dochtermaatschappijen) en (ii) neerwaartse aansprakelijkheid (de aansprakelijkheid van Agoda voor de gedragingen van moedermaatschappij Booking Holdings Inc) niet mogelijk is. In mededingingsrechtelijke zin is het begrip onderneming een functioneel begrip. Dat begrip duidt een economische eenheid aan die kan bestaan uit verschillende natuurlijke of rechtspersonen. Een en dezelfde moedermaatschappij kan deel uitmaken van meerdere economische eenheden die, naargelang de betrokken economische activiteit, bestaat uit haarzelf en verschillende combinaties van dochterondernemingen die alle tot dezelfde ondernemingsgroep behoren. Zijwaartse of horizontale aansprakelijkheid is naar het oordeel van de rechtbank, anders dan Agoda betoogt, niet uitgesloten. Het is voldoende dat de dochtermaatschappij met de moedermaatschappij behoort tot de onderneming die de (gestelde) inbreuk heeft begaan. Daaraan is in dit geval voldaan. Agoda is een 100% dochtermaatschappij van Booking Holdings Inc die 100% moeder is van Booking.com én het vermoeden van beslissende invloed van Booking Holdings Inc op beide dochterondernemingen is niet weerlegd.

7.17.

Volgens Agoda ontbreekt daarnaast het vereiste van een concreet verband tussen het voorwerp van de inbreuk en haar economische activiteiten. Agoda speelt geen ondersteunende of noodzakelijke rol bij de verwezenlijking van het ‘voorwerp’ (de verkoop van hotelovernachtingen via het platform Booking.com). Agoda en Booking.com werken geheel zelfstandig van elkaar, aldus Agoda.

7.18.

Ook met dit betoog gaat Agoda uit van een te beperkte uitleg, dit keer van het tweede criterium uit Sumal. De begrenzing die het HvJEU in het Sumal-arrest heeft benoemd (rechtsoverweging 45) betreft ondernemingsgroepen van het type ‘conglomeraat’, die actief zijn in verschillende economische sectoren waartussen geen verband bestaat. De door de Stichting gestelde inbreuk betreft het opleggen van pariteitsverplichtingen aan hotels. Het voorwerp van de overtreding is het aanbieden van Hotel OTA-diensten. Agoda neemt deel aan diezelfde economische activiteit: Agoda biedt via haar online platform hoteldiensten aan. Daarmee bestaat een concreet verband tussen de economische activiteit van het voorwerp van de overtreding en de economische activiteit van Agoda. Het is daarnaast geen vereiste dat Agoda (direct) betrokken is geweest bij de gestelde inbreuk of dat zij daarop invloed heeft kunnen uitoefenen. In hoeverre zij daarin een ondersteunende dan wel noodzakelijke rol heeft gehad (en daarmee ook haar stellingen over de gescheiden handelwijzen van het Agoda-platform en het Booking.com-platform en de bediening van verschillende (geografische) markten) is niet relevant voor het vaststellen van een concreet verband tussen het voorwerp van de inbreuk en de economische activiteit. Ook aan het vereiste van een ‘concreet verband’ is dus voldaan.

7.19.

Uit het arrest CDC/Akzo volgt dat sprake is van een nauwe band bij hoofdelijke aansprakelijkheid voor schendingen van het Europese mededingingsrecht. Daarmee is de in de zin van artikel 7 lid 1 Rv vereiste samenhang gegeven. Dit betekent dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft om (ook) kennis te nemen van de mededingingsrechtelijke vorderingen van de Stichting tegen Agoda.

Consumentenrecht - Agoda en Booking Holdings Inc

Hoofdregel en alternatieve bevoegdheidsregels

7.20.

Op grond van de hoofdregel dat de rechter van de woonplaats van gedaagde bevoegd is, kan de rechter geen rechtsmacht aannemen. Agoda is gevestigd te Singapore en Booking Holdings Inc in de Verenigde Staten van Amerika.

7.21.

De Stichting baseert de rechtsmacht van de Nederlandse rechter in de eerste plaats op artikel 6 aanhef en onder e Rv. Booking Holdings Inc en Agoda hebben onrechtmatig gehandeld jegens de “Consumenten II” en deze consumenten hebben daardoor schade geleden. Booking Holdings Inc is aansprakelijk op grond van artikel 6:166 van het Burgerlijk Wetboek (BW) (groepsaansprakelijkheid). Daarnaast kan Booking Holdings Inc worden gekwalificeerd als handelaar in de zin van de Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken (Richtlijn OHP) en de Richtlijn Consumentenrechten. Agoda heeft onrechtmatig gehandeld door het schenden van de Richtlijn OHP, de Richtlijn Consumenten en de DSA. Ook hangen de vorderingen tussen enerzijds Agoda en Booking Holdings Inc en anderzijds de in Nederland gevestigde gedaagden zodanig nauw samen dat gezamenlijke behandeling gerechtvaardigd is en de rechtsmacht ook kan worden gegrond op artikel 7 lid 1 Rv, aldus steeds de Stichting.

7.22.

Hierna zal eerst de rechtsmacht worden beoordeeld voor de vorderingen die zijn gericht tegen Agoda en daarna voor de vorderingen gericht tegen Booking Holdings Inc. De conclusie zal zijn dat in beide gevallen rechtsmacht kan worden aangenomen op grond van artikel 6 aanhef en onder e Rv. Daarom zal niet worden beoordeeld of de rechtsmacht (ook) kan worden gebaseerd op het bepaalde in artikel 7 lid 1 Rv.

Rechtsmacht

7.23.

Op grond van artikel 6 aanhef en onder e Rv heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht in zaken betreffende onrechtmatige daad, indien het schadebrengende feit zich in Nederland heeft voorgedaan of kan voordoen. Dit omvat zowel de plaats waar de schade is ingetreden (Erfolgsort) als de plaats van de schadeveroorzakende gebeurtenis (Handlungsort). Deze bijzondere bevoegdheidsregel moet autonoom en strikt worden uitgelegd. Zij berust op het bestaan van een bijzonder nauw verband tussen de vordering en de gerechten van de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen, zodat het uit het oogpunt van een goede rechtsbedeling en een nuttige procesinrichting gerechtvaardigd is dat deze gerechten bevoegd zijn.

7.24.

De Stichting betoogt dat zowel het Handlungsort als het Erfolgsort is gelegen in Nederland. De Stichting wordt daarin gevolgd, waarbij het volgende van belang is.

Agoda

7.25.

In de eerste plaats betoogt Agoda dat de consumenten voor wie de Stichting opkomt bij het boeken van een hotel de Terms of Use (hierna: de voorwaarden) van Agoda hebben aanvaard. In die voorwaarden staat een forumkeuzebeding waarin de rechter te Singapore wordt aangewezen als bevoegde rechter. De vorderingen van de Stichting vallen onder het forumkeuzebeding, hetgeen eraan in de weg staat dat de Nederlandse rechter bevoegd is, aldus Agoda.

7.26.

Dit betoog faalt. De Stichting is geen partij bij de overeenkomsten die de consumenten met Agoda hebben gesloten. Een derde is alleen dan aan een forumkeuze waarmee hij niet heeft ingestemd gebonden, indien die derde in alle rechten en verplichtingen van de oorspronkelijke contractspartij is getreden. Dat is hier niet het geval. De Stichting voert deze procedure op basis van een eigen recht op grond van artikel 3:305a BW. Daarmee is de Stichting niet in de verplichtingen van de consumenten getreden. De Stichting hoeft het forumkeuzebeding niet tegen zich te laten gelden. Hetgeen naar voren is gebracht over de reikwijdte en de geldigheid van het forumkeuzebeding kan dan ook buiten beschouwing worden gelaten.

7.27.

Agoda kwalificeert de vorderingen van de Stichting als vorderingen uit overeenkomst en niet als vorderingen uit onrechtmatige daad. Daarmee bieden het Handlungsort en Erfolgsort geen grondslag om rechtsmacht aan te nemen, maar moet worden gekeken naar de plaats waar de dienstverlening door Agoda plaatsvindt en dat is in Singapore/Bangkok, aldus Agoda. Ook hierin wordt Agoda niet gevolgd.

7.28.

Volgens vaste rechtspraak van het HvJEU omvat het begrip ‘verbintenissen uit onrechtmatige daad’ in de zin van artikel 7 lid 2 Brussel I-bis elke rechtsvordering die beoogt de aansprakelijkheid van een verweerder in het geding te brengen en die geen verband houdt met een verbintenis uit overeenkomst in de zin van artikel 7 lid 1 onder a Brussel I-bis. Een vordering heeft betrekking op verbintenissen uit overeenkomst wanneer de uitlegging van de overeenkomst noodzakelijk is om vast te stellen of de verweten gedraging geoorloofd dan wel ongeoorloofd is. Dat is met name het geval bij een vordering die is gebaseerd op de bedingen van een overeenkomst of op de rechtsregels die van toepassing zijn.

7.29.

Het gebruik van dark patterns leidt volgens de Stichting tot onrechtmatig handelen, omdat consumenten daardoor zijn misleid. Het is volgens de Stichting een oneerlijke handelspraktijk, in strijd met diverse informatieverplichtingen en in strijd met de DSA. Om te onderzoeken of de verweten gedragingen (on)geoorloofd zijn, is het gezien de feiten die de Stichting aan de vorderingen ten grondslag legt, niet nodig om de overeenkomst uit te leggen. De gedragingen hebben betrekking op de periode voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst. Het gaat om de vraag onder welke omstandigheden de consument ertoe heeft besloten die overeenkomst met Agoda aan te gaan en in het bijzonder of het gebruik van dark patterns daarop invloed heeft gehad. De inhoud van de tussen Agoda en de consument gesloten overeenkomst is daarbij in principe niet van belang. Daarmee zijn de vorderingen te kwalificeren als vorderingen uit onrechtmatige daad en zal worden beoordeeld of op basis van die grondslag deze rechtbank bevoegd is om kennis te nemen van de vorderingen.

7.30.

Agoda stelt zich voorts op het standpunt dat haar activiteiten plaatsvinden vanuit Singapore en Bangkok, waar de communicatie- en designkeuzes worden ontworpen, geïmplementeerd en beheerd. Aan de hand van het IP-adres van de gebruiker wordt de website vertaald naar het Nederlands, maar dat maakt niet dat het aanbod op de website, de toepasselijke voorwaarden of de dienstverlening specifiek zijn gericht op de Nederlandse markt. De gebruiker wordt doorgeleid naar de website agoda.com, aldus Agoda. De Stichting betoogt daarentegen dat het Handlungsort kan worden gelokaliseerd in Nederland waar het gebruik van de dark patterns tegenover de consumenten plaatsvindt. Het gebruik is gericht op Nederland en is niet te beschouwen als een bijproduct van een wereldwijd aanbod. De rechtbank volgt de Stichting, zoals hierna wordt toegelicht.

7.31.

Agoda hanteert een online boekingsplatform. Vaststaat dat de gebruiker die in Nederland naar de website van Agoda gaat, hotels en dergelijke kan zoeken en boeken op een Nederlandstalige website waarop de prijzen worden getoond in euro’s. Verder heeft de Stichting onweersproken gesteld dat tot zeer recent iDeal als betaalmethode mogelijk was, hetgeen een rekening bij een Nederlandse bank veronderstelt. Die omstandigheden bieden voldoende aanknopingspunten dat de website van Agoda (mede) is gericht tot de bezoeker die zich in Nederland bevindt en dat het de bedoeling van Agoda is om consumenten in Nederland als klant aan zich te binden. Dat de beslissingen over de inrichting van de website mogelijk buiten Nederland worden genomen, betekent niet dat de plaats van de schadeveroorzakende gebeurtenis buiten Nederland is. Dark patterns (indien daarvan sprake is) worden ingezet op de website. De gestelde schadeveroorzakende gebeurtenis vindt pas plaats op het moment dat de gebruiker daarmee wordt geconfronteerd. Dat is wanneer de website wordt bezocht. Het Handlungsort kan daarmee worden gelokaliseerd in Nederland. De Nederlandse rechter is dan ook bevoegd om te oordelen over de vorderingen.

7.32.

Verder is van belang dan niet alleen het Handlungort, maar dat ook het Erfolgsort in Nederland ligt. Daar bezoekt de consument immers de website van Agoda en neemt de consument de beslissing om al dan niet via die website een hotelkamer te boeken. Die omstandigheden maken dat niet enkel sprake is van ‘zuivere vermogensschade’. In het kader van het beoordelen van de rechtsmacht moet verder worden geabstraheerd van de door Agoda in de stukken en tijdens de mondelinge behandeling geopperde mogelijkheid dat een Nederlandse ingezetene feitelijk in een ander land dan Nederland de boeking voor een hotel via het Agoda-platform heeft gemaakt. De Stichting komt op voor Nederlandse ingezetenen en die zullen hoofdzakelijk in Nederland een hotel hebben geboekt. Eventuele uitzonderingen daarop zijn pas relevant in een verder stadium van de procedure.

Booking Holdings Inc

7.33.

Tot slot moet worden getoetst of rechtsmacht kan worden aangenomen ten aanzien van Booking Holdings Inc.

7.34.

De Stichting acht Booking Holdings Inc aansprakelijk op grond van artikel 6:166 BW (groepsaansprakelijkheid) voor het gebruik van dark patterns op de website van Booking.com. De Stichting heeft deze grondslag benoemd en uitgewerkt in de dagvaarding. Dit betekent dat voor Booking Holdings Inc duidelijk moest zijn op welke grondslag zij aansprakelijk wordt gehouden. Dat dat het geval is, blijkt ook uit het feit dat zij in haar incidentele conclusie tot onbevoegdverklaring verweer heeft gevoerd tegen deze grondslag. In de conclusie van antwoord in het incident heeft de Stichting de rechtsmacht aan de hand van die grondslag verder uitgewerkt.

7.35.

De rechter die onderzoekt of hem rechtsmacht toekomt, moet zich bij dit onderzoek niet beperken tot de stellingen van eiser, maar moet ook acht slaan op alle hem ter beschikking staande gegevens over de werkelijk tussen partijen bestaande rechtsverhouding en, in voorkomend geval, op de stellingen van verweerder. De rechtszekerheid verlangt dat de rechter zich gemakkelijk over zijn eigen bevoegdheid kan uitspreken, zonder dat hij de zaak ten gronde hoeft uit te zoeken. In het geval dat de verweerder de stellingen van de eiser betwist, hoeft de rechter in het kader van de bepaling van zijn bevoegdheid geen gelegenheid te geven voor bewijslevering met betrekking tot de zowel voor de bevoegdheid als voor de gegrondheid relevante feiten, omdat daarmee op het onderzoek naar de gegrondheid van de vorderingen vooruit zou kunnen worden gelopen.

7.36.

De Stichting heeft ter onderbouwing van de grondslag (groepsaansprakelijkheid) meerdere omstandigheden genoemd die volgens haar de conclusie rechtvaardigen dat Booking Holdings Inc betrokken is bij de (exploitatie van de) website van Booking.com en de inrichting daarvan – en daarmee bij het gebruik van dark patterns. Die omstandigheden zijn onder meer: het centrale beheer van de website en bemoeienis daarmee van Booking Holdings Inc, onder verwijzing naar de geconsolideerde jaarrekening, jaarstukken en jaarrapporten van Booking Holdings Inc, de privacyverklaring van Booking Holdings Inc waarin staat dat Booking Holdings Inc gegevens verzamelt van onder meer de dochtervennootschappen en een overlap in bestuursfuncties tussen Booking.com en Booking Holdings Inc. Booking Holdings Inc betwist de door de Stichting geschetste positie: Booking Holdings Inc is een niet-operationele holdingvennootschap. Booking.com geeft leiding aan haar merken en voert de dagelijkse operationele werkzaamheden aan onder meer de website uit. De verweten gedragingen kwalificeren niet als groepsgedragingen, aldus Booking Holdings Inc.

7.37.

Weliswaar moet acht worden geslagen op de standpunten van de verwerende partij, maar in dit geval kan, ook als rekening wordt gehouden met het betoog van Booking Holdings Inc, niet de conclusie worden getrokken dat evident een grondslag voor (groeps)aansprakelijkheid ontbreekt. De Stichting heeft meerdere omstandigheden genoemd ter onderbouwing van de gestelde grondslag, Booking Holdings Inc heeft die feitelijke omstandigheden summier weersproken en het voert te ver om de zaak nu ten gronde uit te zoeken. Daarom kan niet op voorhand worden gezegd dat aansprakelijkheid is uitgesloten. In het kader van het bevoegdheidsincident moet daarom worden uitgegaan van de door de Stichting aan de vordering ten grondslag gelegde groepsaansprakelijkheid van Booking Holdings Inc.

7.38.

De Stichting houdt Booking Holdings Inc dus aansprakelijk (op grond van artikel 6:166 BW) voor het online gebruik van dark patterns, welke activiteit is gericht op de Consumenten II. Zoals hiervoor onder 7.31 en 7.32 is overwogen, is zowel het Handlungsort als het Erfolgsort gelegen in Nederland. Dat leidt tot de conclusie dat de Nederlandse rechter op grond van artikel 6 aanhef en onder e Rv bevoegd is om van de vorderingen in de hoofdzaak kennis te nemen. Op de overige stellingen en weren van partijen, zoals de vraag of Booking Holdings Inc ook is aan te merken als ‘handelaar’, hoeft niet te worden ingegaan.

Relatieve bevoegdheid

7.39.

Op grond van artikel 99 Rv is deze rechtbank bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen die zijn ingesteld tegen de in Nederland gevestigde gedaagden. Tegen de overige gedaagden kan de relatieve bevoegdheid worden gegrond op artikel 107 Rv.

Slotsom

7.40.

De vorderingen in het incident worden afgewezen.

Proceskosten

7.41.

Agoda en Booking Holdings Inc zijn in het incident in het ongelijk gesteld. Agoda en Booking Holdings Inc hebben ieder een eigen incidentele vordering ingesteld en de Stichting heeft op deze beide afzonderlijke vorderingen gereageerd. Agoda en Booking Holdings Inc worden ieder veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van de Stichting. Die kosten worden begroot op:

- salaris advocaat

€

1.306,00

(2 punten × tarief onbepaalde waarde € 653,00)

- nakosten

€

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

1.495,00

Vervolg procedure

7.42.

De hoofdzaak zal worden verwezen naar de rol van 25 november 2026 voor uitlating partijen over de voortzetting van de procedure.

7.43.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

8 De beslissing

De rechtbank

in de incidenten

8.1.

wijst de vorderingen van Booking Holdings Inc af,

8.2.

veroordeelt Booking Holdings Inc in de proceskosten van de Stichting van € 1.495,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Booking Holdings Inc niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

8.3.

wijst de vorderingen van Agoda af,

8.4.

veroordeelt Agoda in de proceskosten van € 1.495,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Agoda niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

in de hoofdzaak

8.5.

verwijst de zaak naar de rol van 25 november 2026 voor akte uitlating partijen over de voortzetting van de procedure en

8.6.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Dudok van Heel, rechter, bijgestaan door

mr. C.E.P. Honing, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2026.

Bijlage

(i) Benoeming exclusieve belangenbehartiger.

De Stichting aan te wijzen als exclusieve belangenbehartiger in de zin van artikel 1018e lid 1 Rv, ten behoeve van de Nauw Omschreven Groep;

(ii) Definitie van de Nauw Omschreven Groep.

Te bepalen dat de Stichting in deze collectieve actie de belangen behartigt van alle natuurlijke personen die (i) in de periode sinds 1 januari 2013 (de "Relevante Periode"), (ii) in elk geval één keer terwijl zij woonachtig waren in Nederland, (iii) gebruik hebben gemaakt van (a) de

Hotel OTA-diensten van Booking.com; (b) andere Hotel OTA-diensten; of (c) direct

op de website van een hotel een hotelkamer hebben geboekt (de "Nauw Omschreven Groep"), met daarbij als subcategorieën:

(a) de "Consumenten I", te weten: alle natuurlijke personen die: (i) als ingezetene

van Nederland in de Relevante Periode, (ii) minimaal één keer online via (a) Booking.com,

(b) een andere Hotel OTA-diensten; en/of (c) direct op de website van een hotel een hotelkamer hebben geboekt in Europa in de Relevante Periode;

(b) de "Consumenten II", te weten: alle natuurlijke personen die (i) als ingezetene van Nederland in de Relevante Periode, (ii) minimaal één keer online op een site van de Boeking-groep een hotel een hotelkamer hebben geboekt in de Relevante Periode; en

Daarbij te bepalen dat iedere persoon in de Nauw Omschreven Groep gedurende een periode van één maand na de aankondiging in de zin van artikel 1018f lid 3 Rv van de uitspraak tot aanwijzing van de Stichting tot exclusieve belangenbehartiger de mogelijkheid heeft bij schriftelijk bericht aan de griffie van de rechtbank te laten weten zich van de behartiging van

zijn/haar belangen in deze collectieve actie te onttrekken ("Opt Out").

(iii) Verklaringen voor recht.

Te verklaren dat:

(a) Gedaagden gezamenlijk en/of ieder voor zich, onrechtmatig handelen jegens de Consumenten I vanwege en via de Pariteitsverplichtingen, en dat Gedaagden hoofdelijk aansprakelijk zijn jegens Consumenten I en uit dien hoofde de door die personen geleden en nog te lijden schade dienen te vergoeden;

(b) Gedaagde Booking.com B.V., Booking.com Holding B.V., Booking Holdings Inc. en Agoda Company Pte Ltd. gezamenlijk en/of ieder voor zich, onrechtmatig handelen jegens de Consumenten Il vanwege en via de dark patterns, en dat dat Gedaagden dientengevolge hoofdelijk aansprakelijk zijn jegens Consumenten II en uit dien hoofde de door die personen geleden en nog te lijden schade dienen te vergoeden.

(iv) Geboden tot het staken van onrechtmatig handelen.

De Gedaagden te bevelen de onrechtmatige gedragingen zoals beschreven in het lichaam van de

dagvaarding binnen vier weken na datum vonnis te staken, en gestaakt te houden,

dit inhoudende dat:

(a) Gedaagden ervoor zorgen dat Booking.com haar algemene voorwaarden en verdere contractuele afspraken zodanig aanpast dat alle Pariteitsverplichtingen worden afgeschaft, waaronder ook alle Impliciete Pariteitsverplichtingen die de facto tot pariteit van prijzen en voorwaarden leiden, voor het aanbod van hotelkamers aan Nederlandse consumenten voor

boekingen van hotelkamers in Europa;

(b) Booking.com B.V., Booking.com Holding B.V., Booking Holdings Inc. en Agoda

Company Pte Ltd de websites (waaronder in ieder geval https://www.booking.com/ en https://www.agoda.com/ inclusief alle onderliggende pagina's, subpagina's. functionaliteiten en onderdelen daarvan) en toepasselijke algoritmen zodanig aanpassen dat geen sprake

meer is van de in deze procedure en het vonnis vastgestelde onrechtmatige

daden (dark patterns);

Beide geboden onder last van een dwangsom van EUR 5 miljoen per overtreding en per dag dat de overtreding voortduurt, met een maximum van EUR 100.000.000.

(v) Veroordeling tot betaling van een (collectieve) schadevergoeding voor de Consumenten I.

(a) Primair: ieder der Gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot betaling van de schade van alle Consumenten I welke schade door uw rechtbank in goede justitie wordt vastgesteld, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is geleden tot aan de dag der algehele voldoening;

(b) Subsidiair: ieder der Gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot betaling van de schade van alle Consumenten I welke schade nader zal worden opgemaakt bij staat en zal worden vereffend zoals bij wet is voorgeschreven, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is geleden tot aan de dag der algehele voldoening.

(vi) Veroordeling tot betaling van een (collectieve) schadevergoeding voor de Consumenten II.

(a) Primair: ieder van Booking.com B.V., Booking.com Holding B.V., Booking Holdings Inc. en Agoda Company Pte Ltd hoofdelijk te veroordelen tot betaling van de schade van alle Consumenten II welke schade door uw rechtbank in goede justitie wordt vastgesteld, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is geleden tot aan de dag der algehele voldoening:

(b) Subsidiair: ieder van Booking.com B.V., Booking.com Holding B.V., Booking Holdings Inc. en Agoda Company Pte Ltd hoofdelijk te veroordelen tot betaling van de schade van alle Consumenten II welke schade nader zal worden opgemaakt bij staat en zal worden vereffend zoals bij wet is voorgeschreven, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is geleden tot aan de dag der algehele voldoening.

(vii) Veroordeling tot een collectieve schadeafwikkeling.

(a) Primair: de Gedaagden te bevelen mee te werken aan een collectieve schadeafwikkeling die zal worden vormgegeven op door de Stichting te bepalen wijze, en in welk kader de Gedaagden hoofdelijk gehouden zijn alle op grond van dit petitum aan de Stichting en de Consumenten toekomende bedragen te betalen, door overboeking van de relevante bedragen naar een door de Stichting aan te wijzen escrow-rekening bij een in Nederland gevestigde bank, dan wel naar de derdengeldenrekening van een door de Stichting in te schakelen notaris, en daarbij verder te bepalen:

1) dat door de Gedaagden een bedrag ter hoogte van EUR 869.000.000

(achthonderdnegenenzestig miljoen euro) als schadevergoeding ten behoeve van de collectieve schadeafwikkeling voor Consumenten I wordt voldaan binnen vier weken na de uitspraak, met de verdere hoofdelijke verplichting voor Gedaagden om nadere schadevergoeding te betalen

indien gedurende de collectieve schadeafwikkeling blijkt dat een hogere totale aanspraak op schadevergoeding bestaat voor Consumenten I (bijvoorbeeld door een groter aantal Consumenten I dat is geraakt, of een hoger schadebedrag van Consumenten I door een groter aantal boekingen);

2) dat door Booking.com B.V., Booking.com Holding B.V., Booking Holdings Inc. en Agoda Company Pte Ltd een bedrag ter hoogte van EUR 96.000.000 (zesennegentig miljoen euro) als schadevergoeding ten behoeve van de collectieve schadeafwikkeling voor Consumenten II wordt voldaan binnen vier weken na de uitspraak, met de verdere hoofdelijke verplichting voor Booking.com B.V., Booking.com Holding B.V., Booking Holdings Inc. en Agoda Company Pte Ltd om nadere schadevergoeding te betalen indien gedurende de collectieve schadeafwikkeling blijkt dat een hogere totale aanspraak op schadevergoeding bestaat voor Consumenten II (bijvoorbeeld door een groter aantal Consumenten II dat is geraakt, of een hoger schadebedrag van Consumenten II door een groter aantal boekingen):

3) dat indien een deel van het door Gedaagden betaalde bedrag aan collectieve schadevergoeding na afronding van de collectieve schadeafwikkeling resteert, dit resterend bedrag door de Stichting zal worden uitgekeerd aan een of meer door de Stichting aan te wijzen

organisaties zonder winstoogmerk die actief zijn op het gebied consumentenbescherming;

4) dat aan de Stichting een bedrag wordt betaald ter hoogte van EUR 6.000.000 (zes miljoen euro), althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, als kostenvergoeding voor de collectieve schadeafwikkeling, met de hoofdelijke verplichting voor Gedaagden om

nadere betalingen te doen, indien tijdens de schadeafwikkeling blijkt dat de kosten hoger zijn, en daarbij te bepalen dat indien enig deel van het bedrag resteert nadat de verdeling van schadevergoeding aan de Nauw Omschreven Groep is voltooid en alle samenhangende kosten zijn voldaan, de Stichting ertoe zorg zal dragen dat binnen 90 (negentig) dagen het restant zal worden terugbetaald aan een door Gedaagden op te geven rekening;

5) dat de Stichting alle kosten verbonden aan deze procedure en de collectieve schadeafwikkeling, inclusief de aan de Funder te betalen vergoeding, in mindering mag brengen op de aan de Consumenten uit te betalen schadevergoeding, indien de rechtbank niet naast de collectieve schadevergoeding deze kostenvergoedingen afzonderlijk aan de Stichting

toewijst (naast de collectieve schadevergoeding).

(b) Subsidiair: de Gedaagden te bevelen mee te werken aan een collectieve schadeafwikkeling die zal worden vormgegeven op de wijze die de rechtbank in goede justitie geraden acht, mede op basis van een door de Stichting voor te leggen voorstel.

(c) Primair en subsidiair:

1) te bepalen dat de Stichting een te goeder naam en faam bekend staande professionele claimafhandelaar zal inhuren en opdracht zal geven de schadevergoedingen te verdelen onder de Consumenten, het een en ander onder toezicht van de Stichting;

2) Te bepalen dat Consumenten die in aanmerking wensen te komen voor een betaling dienen in te stemmen met een bindend advies procedure in geval van een geschil over de individuele aanspraak op betaling in het kader van de collectieve schadeafwikkeling, waarbij de rechtbank een bindend adviseur zal aanwijzen op verzoek van de Stichting;

3) De Gedaagden te bevelen volledige medewerking te verlenen aan het uitvoeren van de collectieve schadeafwikkeling, welke medewerking in elk geval behelst dat de Gedaagden:

(1) alle in Nederland in de Relevante Periode woonachtige gebruikers van de Booking.com- en Agoda-platformen benaderen en deze personen (a) op de hoogte stellen van de collectieve

schadevergoedingsregeling en (b) de personen concreet voorlicht hoe en waar zij zich kunnen melden voor een mogelijke schadevergoeding op grond van de collectieve schaderegeling;

(2) alle contactgegevens zullen delen met de Stichting van alle in Nederland in de Relevante Periode woonachtige gebruikers van de Booking.com- en Agoda-platformen, zodat de Stichting en de door haar aangewezen dienstverleners deze personen tevens zelf kunnen benaderen in het kader van de collectieve schadeafwikkeling; en

(3) alle verdere gegevens te verstrekken aan de Stichting die zij meent nodig te hebben heeft om vast te stellen of (i) een persoon valt in de Nauw Omschreven Groep en (ii) om vast te stellen wat de vergoeding moet zijn van de betrokken persoon.

(viii) Veroordeling in redelijke kosten, proceskosten en buitengerechtelijke kosten.

leder der Gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot betaling van:

(a) de volledige, werkelijke proceskosten van dit geding, buitengerechtelijke kosten en verdere kosten die de Stichting heeft gemaakt, waaronder mede valt de volledige door de Stichting aan de Funder te betalen vergoeding, op grond van artikel 10181 lid 2 Rv, en/of 237 Rv en/of 6:96 BW, dit alles te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het te wijzen

vonnis tot aan de dag van algehele voldoening;

(b) de volledige door de Stichting gemaakte (buitengerechtelijke) kosten en nog in het kader van de schadeafwikkeling te maken kosten, op grond van artikel 6:96 BW, het een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het vonnis tot aan de dag der algehele voldoening,

(ix) Exhibitievordering.

Onder de voorwaarde dat de rechtbank niet reeds op basis van artikel 22 Rv de Gedaagden beveelt om de specifieke bescheiden in het geding te brengen:

(a) de Gedaagden veroordeelt tot afgifte van de volgende bescheiden, binnen één maand na de datum van het in deze te wijzen vonnis, met daarbij de verdere bepaling en veroordeling dat Gedaagden de inzage en afschriften dienen te verschaffen (i) in leesbare en doorzoekbare digitale vorm, (ii) op geordende wijze in mappen per categorie en subcategorie voorzien van een

inhoudsopgave, (iii) op USB-sticks, en (iv) voorzien van een duidelijke toelichting van eventuele afkortingen, gebruikte labels en intern gebruikte benamingen:

(i) Prijs- en boekingsgevens die betrekking hebben op de Consumenten.

(a) Price and hooking data (merchant revenue) voor de periode van 1januari 2013 tot in elk geval 1 juni 2025: alle gegevens die zien op individuele transacties van de Consumenten op Booking.com voor hotelovernachtingen waar Booking optrad als de merchant;

(b) Price and booking data (agent revenue) voor de periode van 1 januari 2013 tot in elk geval 1juni 2025: alle gegevens die zien op individuele transacties van de Consumenten op Booking.com in Europa waar Booking optrad als de agent;

(ii) Financiële gegevens Booking.com.

(a) Financiële informatie, op jaarlijkse basis, met betrekking tot omzet, kosten en marges van Booking.com voor de periode van 2013 tot en met 2024 van Booking.com voor Europa, waaronder:

1) Het percentage van de omzet, kosten en marges (zowel bruto als operationele marges) die toegerekend worden aan de Hotel OTA-diensten die Booking.com verleent, en de onderliggende berekeningen en bedragen voor dit percentage;

2) Booking.com's operationele marges met Hotel OTA-diensten en de onderliggende bedragen voor en berekening van dit percentage, waaronder dient te worden verstaan Booking.com's netto omzet minus (i) de kostprijs van de verkochte producten; en (ii) operationele uitgaven

(verkoop- en marketingkosten, algemene en administratieve uitgaven), waarbij het percentage berekend wordt door het nominale bedrag van de operationele marge te delen door het nominale bedrag van de nominale omzet;

3) Winst- en verliesrekeningen, met een uitsplitsing voor Hotel OTA-diensten.

(b) Financiële informatie om de Return on Capital Employed (ROCE) van Booking.com te berekenen voor de periode van 1 januari 2013 tot en met 2024,

waaronder:

1) Inkomsten voor aftrek van rente en belastingen (EBIT) met betrekking tot Hotel OTA-diensten, op jaarlijkse basis en onderverdeeld naar Europa en de rest van de wereld;

2) Een berekening van het geïnvesteerde kapitaal (capital employed) in de Hotel OTA-diensten op jaarlijkse basis en onderverdeeld naar Europa en de rest van de wereld;

3) Het percentage van de ROCE met betrekking tot Hotel-OTA diensten, onderverdeeld naar Europa en de rest van de wereld.

(iii) Informatie over schendingen mededingingsrechtelijke verboden door

Booking.com.

(a) Vertrouwelijke versie van het Duitse Inbreukbesluit tegen Booking.com, het

Spaanse lnbreukbesluit tegen Booking.com en het Zwitserse Prijsreguleringsbesluit tegen Booking.com;

(b) De indexen van de zaaksdossiers behorende bij het Duitse lnbreukbesluit tegen

Booking.com, het Spaanse lnbreukbesluit tegen Booking.com en het Zwitserse

Prijsreguleringsbesluit tegen Booking.com;

(c) Afschrift en inzage in het algoritme die bepaalt op welke wijze de ranking van

hotels op het platform van Booking.com wordt vastgesteld, en een gedetailleerde beschrijving die inzicht geeft in de wijze waarop de ranking van hotels op het platform van Booking.com wordt vastgesteld in de Relevante Periode, waaronder inzicht in de weging van externe prijzen en netto en bruto boekingen op het Booking.com platform.

(iv) Technische informatie over implementatie van dark patterns en scripting.

(a) User data /clickstream data voor de periode van 1 januari 2013 tot in elk geval 1 juni 2025: de gegevens verzameld door Booking.com door A/B testen.

Daarbij moet in ieder geval worden overgelegd:

1) De lijst met parameters op basis waarvan consumenten in groepen zijn ingedeeld;

2) De gegevens van de consumenten in de testgroepen;

3) Welke informatie door consumenten in hun zoekopdracht is gebruikt;

4) De wijze waarop consumenten zochten (lijstweergave vs. kaartweergave);

5) Of er filters zijn gebruikt en zo ja, welke;

6) De conversion rates van de consumenten in de A/B testen (waaronder conversieratio per testvariant, afhaakpercentages per stap in de boekingsfunnel en tijd tot boeking per groep);

7) De totaalprijzen betaald en winsten behaald per afgesloten boeking;

8) Datasets en testplannen die zijn gebruikt ten behoeve van het testen;

9) Statistieken t.o.v. de robuustheid van de uitgevoerde A/B testen (toetsen, p-waarden, confidence intervals) en interne presentaties t.o.v. de statistische evaluatie van de resultaten.

10) logs, dashboard overzichten of andere testrapportages waarin de

gedragsveranderingen van de A/B testen bij verschillende varianten zijn gerapporteerd.

(b) De huidige en historische broncode- en scriptsnippets (inclusief Java-script bestanden) over de Relevante Periode achter de websites www.Booking.com en www.Agoda.com zoals aangeboden in Nederland, voorzien van timestamps;

(c) Toegang tot de volledige repository van Git of een gelijkend version managementsysteem waar Booking.com gebruik van maakt, evenals serverlogs ten aanzien van de wijze waarop en op welk moment scripts en patronen zijn geactiveerd en/of aangepast;

(d) CSS- of template bestanden waarin visuele presentaties van keuzes worden aangestuurd;

(e) Change/commit messages ten aanzien van de wijzigingen op de websites www.Booking.com en www.agoda.com;

(f) logboeken of changelogs met relevante updates aan frontendcomponenten;

(g) Configuration files and variables that determine how user flows are directed or filtered;

(h) De algoritmen waarvan www.Booking.com en www.Agoda.com over Relevante Periode voor hun websites zoals aangeboden in Nederland gebruik maakte, inclusief een beschrijving van de wijze waarop het algoritme functioneert, waaronder in elk geval een beschrijving van de wijze waarop het algoritme dat Booking.com gebruikt om de rankingsresultaten te wijzigen op

basis van lagere prijzen of betere voorwaarden van hotels in het kader van onder andere de Impliciete Pariteitsverplichtingen;

(i) De huidige en historische service system architecture (SA) over de Relevante Periode achter de websites www.Booking.com en www.Agoda.com zoals aangeboden in Nederland, voorzien van timestamps. Daaronder begrepen architectuurschema's, configuratiebestanden of flowcharts die tonen hoe Ucomponenten, data-invoer, testsystemen en algoritmes samenwerking;

(j) Toegang tot de systemen voor interface deployment (bijvoorbeeld CMS, A/Btesting

tools, feature toggles).

(v) Gebruikersdata en segmentatie.

(a) Segmentatiemodellen of profielen die worden gebruikt voor de categorisering van gebruikers;

(b) Toewijzingsregels van gebruikers aan experimentele interfaces;

(c) Evaluatiedata voor dark patterns per doelgroep.

(vi) Consent-gerelateerde stukken

(a) Inzicht in of toegang tot de tracking- en informatiesystemen die www.Booking.com en www.Agoda.com hanteren;

(b) Logs van consent-acties die gebruikers van www.Booking.com en www.Agoda.com uitvoeren;

(c) Scripts en documentatie t.a.v. cookieloading, zowel op het moment voorafgaand aan het verlenen van toestemming door de gebruiker als het moment vanaf het verlenen van toestemming;

(d) Toegang tot (of afschrift van) het door/ten behoeve van www.Booking.com en www.Agoda.com gebruikte CMP-platform, inclusief de daarbij behorende instellingen (zoals standaardselectie, volgorde van keuzes, timing van UX elementen zoals banners etc.).

(vii) KPl-rapportages

(a) Managementrapportages over KPl's die zijn beïnvloed door dark patterns;

(b) Dashboards of interne PowerPoints over prestaties voor/na invoering dark patterns;

(c) Interne benchmarkgegevens tussen interfaces met en zonder dark patterns.

(viii) Onderzoeken naar Pariteitsverplichtingen en dark patterns.

Alle versies van onderzoeken of onderzoeksrapporten van Booking.com, inclusief eventuele

(concept) onderzoeksrapporten van externe partijen naar het gebruik van Pariteitsverplichtingen of dark patterns, in de periode van 2013 tot 1 juni 2025.

(ix) (Concept)besluiten, memo's en bespreekverslagen Pariteitsverplichtingen.

Alle concept en vastgestelde besluiten, memo's, notulen en andere bespreekverslagen

binnen Booking.com die zien op het gebruik van dark patterns in de periode van 2013 tot en met 1 juni 2025. Daaronder vallen in elk geval:

(a) (Concept)besluiten, notulen, memo's of rapporten die zien op overstap van de Wijde naar de Smalle Pariteitsverplichting;

(b) (Concept)besluiten, notulen, memo's of rapporten die zien op de invoering van, implementatie van, en eventuele wijzigingen van de Preferred Partner Programs;

(c) (Concept)besluiten, notulen, memo's of rapporten die zien op de evaluatie van de effecten van de Wijde, Smalle en Impliciete Pariteitsverplichtingen;

(x) (Concept)besluiten, memo's en bespreekverslagen dark patterns. Alle concept en vastgestelde besluiten, memo's, notulen en andere bespreekverslagen binnen Booking.com die zien op het gebruik van dark patterns in de periode van 2013 tot en met 1 juni 2025. Daaronder vallen in elk geval:

(a) (Concept)besluiten, notulen, memo's of rapporten ten aanzien van A/B-testing van dark patterns;

(b) (Concept)besluiten, notulen, memo's of rapporten ten aanzien van het ontwerp van dark patterns en de gemaakte ontwerpkeuzes, zoals interne designrichtlijnen, flowcharts, wireframes of andere beschrijvingen die een toelichting geven op de opzet van UX-interfaces waarin gedragssturing centraal staat;

(c) (Concept)besluiten, notulen, memo's of rapporten ten aanzien van de implementatie van en keuzes voor dark patterns (waaronder SWOT-analyses en marketing- of UX-strategiedocumenten);

(d) (Concept)besluiten, notulen, memo's of rapporten met betrekking tot de evaluatie van dark patterns;

(e) (Concept)besluiten, notulen, memo's of rapporten ten aanzien van de conversion rates van boekingen.

(xi) Stukken ten aanzien van externe communicatie en juridische analyse dark patterns, zowel intern als met externe toezichthouders

Rechtbank Amsterdam 22 februari 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:1242 HvJEU 19 september 2024, zaak C-264/23, ECLI:EU:C:2024:764 Rechtbank Amsterdam 4 maart 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2134 Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, Lugano 30 oktober 2007, PbEU 2007, L 339/3 HvJEU 6 oktober 2021, zaak C-882/19, ECLI:EU:C:2021:800 (Sumal) HvJEU 16 april 2026, zaken C-672/23 en C-673/23, ECLI:EU:C:2026:293 (Stroomkabels en Kartonverpakkingen) HvJEU 10 september 2009, zaak C-97/08 P, ECLI:EU:C:2009:536 (Akzo c.s./Commissie) Sumal, r.ov. 41, Stroomkabels en Kartonverpakkingen, r.ov. 66 Na het Sumal-arrest is dit ook in de literatuur verdedigd, zie bijvoorbeeld: B.J. Drijber, Dit gebeurt al jaren: hoe het mededingingsrecht concernverhoudingen op hun kop zet, Ondernemingsrecht 2024/29, p. 174-184 en O.V. Korneeva en W. VerLoren van Themaat, Het Sumal-arrest – Doorbraak in aansprakelijkheid van de onderneming voor mededingingsinbreuken, NTER 2022/3-4, p. 68-73 HvJEU 21 mei 2015, zaak C-352/13, ECLI:EU:C:2015:335 (CDC/Akzo) HvJEU 28 januari 2015, zaak C-375/13, ECLI:EU:C:2015:37 (Kolassa /Barclays Bank), HvJEU 16 juni 2016, zaak C-12/15, ECLI:EU:C:2016:449 (Universal Music/ Schilling) HvJEU 27 september 1988, zaak C-189/87, ECLI:EU:C:1988:459 (Kalfelis) en HvJEU 12 september 2018, zaak C-304/17, ECLI:EU:C:2018:701 (Löber) HvJEU 13 maart 2014, zaak C-548/12, ECLI:EU:C:2014:148 (Brogsitter) HvJEU 10 september 2015, zaak C-47/14, ECLI:EU:C:2015:574 (Holterman Ferho Exploitatie) Vgl. HvJEU 7 december 2010, zaken C-585/08 en C-144/09, ECLI:EU:C:2010:740 (Pammer en Alpenhof) HvJEU 16 juni 2016, zaak C-12/15, ECLI:EU:C:2016:449 (Universal Music/ Schilling) HvJEU 28 januari 2015, zaak C-375/13, ECLI:EU:C:2015:37 (Kolassa /Barclays Bank)