Civiel recht overig

Niet-ontvankelijkheid van eisende partij omdat de vereiste persoonlijkheid niet is komen vast te staan…

Rechtbank Amsterdam, 30 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 30 oktober 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
30 oktober 2026
Datum publicatie
2 november 2026
Zaaknummer
12158927 \ CV EXPL 26-4653
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:10770
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Niet-ontvankelijkheid van eisende partij omdat de vereiste persoonlijkheid niet is komen vast te staan; spookpartij. Artikel 245 Rv; voornemen kantonrechter om de rechtspersoon die het door eisende partij verschuldigde griffierecht heeft voldaan te belasten met de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 12158927 \ CV EXPL 26-4653

Vonnis van 30 oktober 2026 (bij vervroeging)

in de zaak van

[eiser] ,

te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: [gemachtigde 1] (Fenix Legal),

tegen

MARKTPLAATS B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Marktplaats,

gemachtigde: [gemachtigde 2] (Adevinta Oak Holdings B.V.)

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het vonnis in incident van 28 augustus 2026
- de conclusie van antwoord in de hoofdzaak van Marktplaats
- de akte overlegging aanvullende producties van Marktplaats.

1.2.

De zaak is besproken tijdens de mondelinge behandeling van 15 oktober 2026. Van de zijde van [eiser] is niemand verschenen, ondanks dat hij hiervoor deugdelijk is opgeroepen. Namens Marktplaats is de gemachtigde verschenen samen met een collega. De griffier heeft aantekeningen gemaakt die in het dossier zijn gevoegd. Na inhoudelijke behandeling van de zaak is om een vonnis gevraagd en hiervoor is een datum bepaald.

2 De feiten

2.1.

Marktplaats is de beheerder van het online handelsplatform Marktplaats.nl. Op 24 augustus 2025 is vanaf het e-mailadres [e-mailadres 1] een verzoek gedaan aan Marktplaats om in het kader van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) binnen een maand inzage te geven in persoonsgegevens van de gebruiker van het (aan genoemd e-mailadres gekoppelde) account.

2.2.

Marktplaats heeft per e-mail van 30 augustus 2025 op dat verzoek gereageerd en ter verificatie om nadere gegevens verzocht.

Deze nadere gegevens zijn niet verstrekt zodat Marktplaats geen inzage heeft kunnen geven omdat zij zonder verificatie geen persoonsgegevens van een account verstrekt.

2.3.

Marktplaats is vervolgens op 18 november 2025 gedagvaard door [eiser] , waarbij deze [eiser] werd bijgestaan door [gemachtigde 3] als gemachtigde. Tussen de betrokkenen is per e-mail onderhandeld over een minnelijke regeling. Op 30 januari 2026 is vanaf het e-mailadres [e-mailadres 1] aan de kantonrechter verzocht de procedure door te halen.

2.4.

De onderhavige procedure is door [eiser] bij exploot van 12 maart 2026 aanhangig gemaakt.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert veroordeling van Marktplaats tot betaling van € 1.750,00, vermeerderd met rente en kosten. [eiser] stelt dat met Marktplaats een overeenkomst is gesloten op grond waarvan de procedure tussen [eiser] en Marktplaats zou worden doorgehaald en Marktplaats een bedrag van € 1.750,00 zou betalen. [eiser] stelt dat de procedure is doorgehaald maar dat Marktplaats weigert de overeengekomen betaling te verrichten.

3.2.

Marktplaats heeft daartegen verweer gevoerd. Zij betwist dat met [eiser] een overeenkomst (met de door [eiser] gestelde inhoud) is gesloten en zij verweert zich subsidiair met een beroep op opschorting en meer subsidiair met een beroep op misbruik van (proces)recht.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4 De beoordeling

[eiser] is niet-ontvankelijk

4.1.

Tussen [eiser] en Marktplaats is een geschil ontstaan. [eiser] stelt zich (kort gezegd) op het standpunt dat een overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen. Marktplaats stelt zich (kort gezegd) op het standpunt dat er pas een afdwingbare overeenkomst tot stand kon komen nadat [eiser] zijn persoonsgegevens aan Marktplaats zou verstrekken. Tijdens de discussie die daaromtrent tussen partijen is ontstaan, is bij Marktplaats steeds meer twijfel gerezen omtrent de identiteit van [eiser] .

4.2.

Marktplaats heeft een incidentele vordering ingesteld tot het overleggen van een identiteitsbewijs door [eiser] op grond van art. 194 en 195 Rv. Die vordering is weliswaar door de kantonrechter bij vonnis van 28 augustus 2026 afgewezen, maar de kantonrechter heeft in dat vonnis vervolgens in de hoofdzaak als volgt overwogen en beslist in rov. 3.4 en 3.5:

3.4

Marktplaats heeft betwist dat zij een overeenkomst heeft gesloten met [eiser] . Zij wijst er ook op dat zij op 18 november 2025 is gedagvaard door [eiser] . Uit de stellingen van Marktplaats volgt dat, voor zover een overeenkomst tot stand is gekomen, deze overeenkomst tussen Marktplaats en [eiser] is gesloten ter beëindiging van die tussen hen aanhangige procedure. In de onderhavige procedure vordert [eiser] nakoming van deze overeenkomst.

[eiser] heeft nog tot uiterlijk tien dagen voor de mondelinge behandeling de gelegenheid stukken te overleggen waaruit blijkt dat hij dezelfde natuurlijke persoon is als [eiser] voornoemd.

3.5

De kantonrechter is als rechterlijk ambtenaar bevoegd om identificatie door procespartijen te verlangen. In dat kader wordt [eiser] verzocht zich ter gelegenheid van de mondelinge behandeling te identificeren met een geldig legitimatiebewijs. Er zal geen kopie worden gemaakt of anderszins verwerking van het identiteitsbewijs plaatsvinden.

4.3.

Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling is niemand van de zijde van [eiser] verschenen. Aan het verzoek van de kantonrechter aan [eiser] om zich te identificeren is ook niet op andere wijze voldaan.

4.4.

Het exploot van 18 november 2025 vermeldt de naam [eiser] . Het exploot waarmee de onderhavige procedure aanhangig is gemaakt, vermeldt de naam [eiser] . Kennelijk bedoelt [eiser] dat het gaat om dezelfde persoon. Op grond van artikel 45 lid 3 Rv vermeldt een exploot (onder meer) de voornamen van de natuurlijke persoon op wiens verzoek de betekening geschiedt. Hoewel de voornamen [eiser] en [eiser] op elkaar lijken, kunnen niet beide voornamen juist zijn. Van een kennelijke verschrijving is geen sprake. Het is zonder nadere toelichting, die ontbreekt, onduidelijk waarom een eisende partij op een exploot zijn eigen voornaam op verkeerde wijze vermeldt.

4.5.

Marktplaats heeft uitsluitend per e-mail gecommuniceerd met [eiser] en diens toenmalige gemachtigde [gemachtigde 3]. Marktplaats heeft nooit telefonisch of fysiek contact kunnen krijgen met hen, noch met de persoon die het mailadres [e-mailadres 1] gebruikt. [eiser] heeft geweigerd de eigen persoonsgegevens met Marktplaats te delen. Marktplaats heeft aangeboden dat [eiser] (op kosten van Marktplaats) een notaris kon inschakelen om de identiteit te verifiëren buiten aanwezigheid van Marktplaats. Op dat aanbod heeft [eiser] niet gereageerd.

4.6.

Persoonlijkheid in juridische zin is de bevoegdheid drager te zijn van rechten, verplichtingen en rechtsbetrekkingen. Het is voor het rechtsverkeer noodzakelijk om persoonlijkheid vast te stellen. Op grond van de hiervoor in 4.3 t/m 4.5 genoemde omstandigheden concludeert de kantonrechter dat Marktplaats gemotiveerd heeft betwist dat [eiser] een persoon is en dat [eiser] vervolgens niet heeft onderbouwd een persoon te zijn. Omdat niet komt vast te staan dat [eiser] een persoon is, kan [eiser] in deze procedure geen beroep doen op door (of namens) [eiser] verrichte rechtshandelingen zoals bedoeld in artikel 3:32 BW en kan niet beoordeeld worden of [eiser] een belang heeft bij toewijzing van de vordering. Aangenomen moet worden dat de e-mails vanaf [e-mailadres 1] zijn verstuurd door of namens een (rechts)persoon en dat ook de dagvaardingen (op naam van [eiser] en daarna [eiser] ) in opdracht van die (rechts)persoon door de deurwaarder zijn betekend aan Marktplaats. De werkelijke identiteit van die betreffende (rechts)persoon is bij de rechtbank onbekend en die (rechts)persoon is geen partij in de onderhavige procedure. Het gevolg is dat [eiser] niet-ontvankelijk is.

4.7.

Aan de beoordeling of tussen [eiser] en Marktplaats een overeenkomst is gesloten en welke verbintenissen daaruit voor partijen voortvloeien, komt de kantonrechter niet toe.

Proceskostenveroordeling

4.8.

Marktplaats heeft om een veroordeling in de werkelijk gemaakte proceskosten verzocht omdat sprake is van misbruik van recht (artikel 3:13 BW). De kantonrechter concludeert dat inderdaad misbruik is gemaakt van recht. Een (rechts)persoon die zich niet bij Marktplaats en de rechtbank bekend heeft gemaakt, heeft kennelijk gebruik gemaakt van een andere naam met als doel een betaling te verkrijgen. Er is geen aanwijzing dat sprake is van een vergissing en omdat desgevraagd niets is opgehelderd gaat de kantonrechter ervan uit dat sprake is van moedwillig gebruik van een spookpartij om een procedure bij de rechtbank te starten.

4.9.

Marktplaats heeft haar werkelijke proceskosten echter niet voldoende onderbouwd. Zij heeft declaraties van haar advocaat in het geding gebracht met een totaalbedrag van € 10.360,00 exclusief btw, maar die declaraties hebben blijkens de bijgevoegde specificaties betrekking op de onderhandelingen die zijn gevoerd in de periode vóór 12 maart 2026, en niet op het voeren van de onderhavige procedure. Marktplaats heeft echter wel voldoende gemotiveerd dat er in het kader van deze procedure veel tijd en kosten zijn besteed, juist vanwege de bijzondere omstandigheden van dit geval. De kantonrechter ziet daarom aanleiding ten aanzien van de proceskostenveroordeling aan te sluiten bij het maximale liquidatietarief in kantonzaken van € 1.731,00 per punt.

4.10.

De proceskosten van Marktplaats worden (vooralsnog) begroot op:

- salaris gemachtigde

€

3.462,00

(2 punten × € 1.731,00)

- nakosten

€

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

3.606,00

4.11.

Het heeft weinig zin [eiser] in de proceskosten te veroordelen omdat Marktplaats deze veroordeling niet ten uitvoer kan leggen jegens [eiser] , die immers volgens Marktplaats een verzinsel is. De kantonrechter ziet aanleiding om (ambtshalve) toepassing te geven aan artikel 245 Rv. Dit artikel geeft de rechter de bevoegdheid de kostenveroordeling ten laste te brengen van de gemachtigde of de advocaat van de procespartij of ten laste van degene die tot het voeren van het geding opdracht heeft gegeven.

4.12.

[eiser] is niet bij advocaat verschenen. [eiser] is in deze procedure bijgestaan door diverse gemachtigden. Op de dagvaarding staat als gemachtigde [gemachtigde 4] vermeld met een vestigingsadres in [vestigingsplaats] . Processtukken namens [eiser] zijn per e-mail ingediend door [naam 2], [gemachtigde 4] en [naam 3], steeds met vermelding van [gemachtigde 4] als gemachtigde op het betreffende processtuk. De rechtbank heeft geen rekening-courant met deze gemachtigde(n) voor de inning van het griffierecht en de aanvankelijk aan gemachtigde [gemachtigde 4] te [vestigingsplaats] verzonden nota voor het griffierecht kwam retour omdat de geadresseerde op dat adres onbekend bleek. Bij nader onderzoek in het procesdossier bleek dat per e-mail een kopie van de dagvaarding aan de rechtbank was gestuurd door [naam 1] die vervolgens ook per e-mail een postadres in [woonplaats] had opgegeven. Toen heeft de rechtbank aan [naam 1] een nieuwe nota voor het griffierecht gestuurd aan dat opgegeven postadres. Die nota is betaald door [bedrijf] B.V. De gemachtigden [gemachtigde 4] (en/of [naam 2] en/of [naam 3].) [gemachtigde 4] en [naam 1] communiceren per e-mail vanaf het hetzelfde e-mailadres [e-mailadres 2]. Geen van hen is namens [eiser] verschenen op de mondelinge behandeling op 15 oktober 2026.

4.13.

De kantonrechter heeft niet de indruk gekregen dat de gemachtigden [gemachtigde 4] (en/of [naam 2] en/of [naam 3]) [gemachtigde 4] en [naam 1] daadwerkelijk bestaan. Alleen [bedrijf] B.V. is kennelijk een rechtspersoon die beschikt over een bankrekening. Deze rechtspersoon kan wellicht worden aangemerkt als gemachtigde of degene die tot het voeren van het geding opdracht heeft gegeven. De kantonrechter heeft het voornemen [bedrijf] B.V. in de proceskosten te veroordelen. Om deze rechtspersoon te kunnen oproepen heeft de kantonrechter in het openbaar toegankelijke register van de Kamer van Koophandel het adres van de rechtspersoon opgezocht. Dat adres bleek hetzelfde als het door [naam 1] opgegeven postadres in [woonplaats] .

4.14.

Op grond van art. 245 Rv moet de kantonrechter, alvorens de beslissing te nemen om [bedrijf] B.V. in de proceskosten te veroordelen, deze in de gelegenheid stellen haar standpunt naar voren te brengen en toe te lichten. Dat kan mondeling of schriftelijk en is niet gebonden aan formele vereisten (zie ECLI:NL:GHAMS:2025:2006, rov. 2.1). Omdat bij het indienen van een schriftelijk standpunt moeilijk kan worden gecontroleerd wie dat standpunt daadwerkelijk inneemt, bezien in samenhang met de bijzondere gang van zaken in dit geschil, is er voor de kantonrechter aanleiding [bedrijf] B.V. uitsluitend in de gelegenheid te stellen haar standpunt mondeling naar voren te brengen en toe te lichten. Uitsluitend met dat doel zal een fysieke zitting worden bepaald zoals vermeld in het dictum. Uitstel van deze zitting zal niet worden verleend. Marktplaats zal worden opgeroepen om bij deze zitting aanwezig te zijn zodat zij kan reageren op een eventueel naar voren gebracht standpunt van [bedrijf] B.V. zodat vervolgens, in beginsel, eindvonnis kan worden gewezen zonder nadere schriftelijke voortzetting van de procedure.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

verklaart [eiser] niet-ontvankelijk,

5.2.

stelt [bedrijf] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , in de gelegenheid haar standpunt naar voren te brengen en toe te lichten op het voornemen van de kantonrechter zoals toegelicht in 4.11 t/m 4.13, op de openbare rechtszitting te houden in het gerechtsgebouw te Amsterdam, Parnassusweg 280, op vrijdag 27 november 2026 om 9:30 uur,

5.3.

draagt de griffier op daartoe [bedrijf] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] aan het adres [adres] , en Marktplaats op te roepen,

5.4.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Veldman, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

67982