Internationaal privaatrecht

Art. 12 Rv (litispendentie) en vordering in reconventie. Geen verplichting zekerheidsstelling proceskosten…

Rechtbank Amsterdam, 30 september 2026

Zaakgegevens

Op 30 september 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over internationaal privaatrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
30 september 2026
Datum publicatie
15 september 2026
Zaaknummer
C/13/784287
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Advocaat
mr. R.H.M. Bus, mr. H.W. van der Kaaij
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:9245
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 12 Rv (litispendentie) en vordering in reconventie. Geen verplichting zekerheidsstelling proceskosten door partij in USA.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht

Zaaknummer: C/13/784287 / HA ZA 26-205

Vonnis in incident en in de hoofdzaak van 30 september 2026

in de zaak van

LUMETALLIX HOLDING B.V.,

te Amsterdam,

eisende partij in conventie in de hoofdzaak,

verwerende partij in reconventie in de hoofdzaak,

eisende partij in het incident,

hierna te noemen: Lumetallix,

advocaat: mr. R.H.M. Bus,

tegen

1 SPIROCHAETE RESEARCH LABS, LLC,

te New York (Verenigde Staten van Amerika),

hierna Spirochaete,
2. FLUORO-SPEC INC., LLC,

te New York (Verenigde Staten van Amerika),

hierna Fuorospec,
3. [gedaagde 3],

te [woonplaats] (Verenigde Staten van Amerika),

hierna [gedaagde 3] ,

gedaagde partijen in conventie in de hoofdzaak,

eisende partijen in reconventie in de hoofdzaak,

verwerende partijen in het incident,

hierna samen te noemen: Gedaagden,

advocaat: mr. H.W. van der Kaaij.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding, met producties 1 t/m 19

- de conclusie van antwoord en van eis in reconventie, met producties 1 t/m 25

- de conclusie van antwoord in reconventie, met exceptioneel verweer ex artikel 12 Rv, en van eis in incident zekerheidsstelling proceskosten, met producties 20 t/m 25
- de conclusie van antwoord in de exceptie en in het incident, met productie 26.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 het geschil in de hoofdzaak

2.1.

Het Nederlandse bedrijf Lumetallix heeft een looddetectie-kit ontwikkeld en op de markt gebracht. Op 4 april 2022 heeft Lumetallix een internationale octrooiaanvrage gedaan die door het European Patent Office (EPO) is gepubliceerd op 13 oktober 2022.

De Amerikaanse bedrijven Spirochaete en Fluorospec verkopen ook looddetectieproducten. Zij zijn eigendom van hun beleidsbepaler [gedaagde 3] .

2.1.1.

Met het oog op de Amerikaanse markt hebben Lumetallix (Holding B.V) en Spirochaete in november 2022 een geheimhoudingsovereenkomst (hierna de NDA, non-disclosure agreement) gesloten aangaande Vertrouwelijke informatie van Lumetallix. Zoals blijkt uit de hierna in vereenvoudigde vorm beschreven wederzijdse vorderingen is het niet gekomen tot een voor beide partijen bevredigende samenwerking.

2.2.

De eerste vordering van Lumetallix is gegrond op de Wet Bescherming bedrijfsgeheimen (WBb) en strekt ertoe dat de rechtbank Gedaagden hoofdelijk en op straffe van een dwangsom beveelt:

a. het onrechtmatig gebruik en de onrechtmatige openbaarmaking van de Vertrouwelijke informatie van Lumetallix te staken;

b. het produceren en in de handel brengen van de producten van Fluorospec te staken;

c. de producten van Fluorospec terug te roepen van de markt;

d. die producten te vernietigen; en

e. alle documenten, producten en dergelijke te vernietigen die op onrechtmatige wijze de Vertrouwelijke informatie van Lumetallix bevatten.

2.2.1.

Als tweede vordert Lumetallix te verklaren voor recht dat Spirochaete aansprakelijk is voor de gevolgen van door haar begane schendingen van de NDA. Ook vordert Lumetallix dat Spirochaete veroordeeld wordt tot betaling van de schade die zij daardoor lijdt, primair nader op te maken bij staat, subsidiair van € 2.466.970 te vermeerderen met € 41.800 per maand.

2.2.2.

Ten derde vordert Lumetallix, onder het kopje ‘buitencontractuele aansprakelijkheid’:

a. een verklaring voor recht dat gedaagde(n) (hoofdelijk) aansprakelijk zijn voor de schade van Lumetallix als gevolg van (i) onrechtmatige daad, (ii) ongerechtvaardigde verrijking en/of (iii) bestuurdersaansprakelijkheid;

b. gedaagde(n) (hoofdelijk) te veroordelen voor de schade die Lumetallix daardoor lijdt, primair nader op te maken bij staat, subsidiair van € 2.466.970 te vermeerderen met € 132.374 per maand;

c. Gedaagden (hoofdelijk) te gebieden de Online Publicaties verwijderd te hebben en houden, op straffe van een dwangsom;

2.2.3.

Lumetallix vierde vordering strekt tot betaling door Spirochaete van US$ 23.127 uit hoofde van een koopovereenkomst waarmee Spirochaete van Lumetallix testkits heeft gekocht;

2.2.4.

Tot slot vordert Lumetallix € 19.445,37 aan buitengerechtelijke kosten, de veroordeling van Gedaagden in de proceskosten met rente en de afgifte door de rechtbank van een certificaat zoals bedoeld in artikel 53 Brussel Ibis .

2.3.

De tegeneis van Gedaagden strekt in de eerste plaats tot het verkrijgen van een verklaring voor recht dat Lumetallix onrechtmatig heeft gehandeld jegens Fluorospec door jegens derden te wapperen met vermeende auteurs- en octrooirechten op door Gedaagden ontwikkelde looddetectieproducten. Daarnaast eist Fluorospec de veroordeling van Lumetallix tot vergoeding van de schade die zij daardoor heeft geleden, nader op te maken bij staat.

2.3.1.

In aansluiting hierop eisen Gedaagden ten eerste dat Lumetallix stopt en gestopt blijft met het jegens derden onrechtmatig wapperen met vermeende auteurs- en octrooirechten op door Gedaagden ontwikkelde looddetectieproducten. Ten tweede eisen zij dat Lumetallix rectificatiebrieven stuurt aan alle derden jegens wie zij in de hiervoor genoemde zin onrechtmatig heeft gewapperd. Een en ander op straffe van een dwangsom.

2.3.2.

Gedaagden eisen verder een verklaring voor recht dat Lumetallix de NDA met Spirochaete heeft geschonden door Confidential information te delen met derden, met de veroordeling van Lumetallix de schade te vergoeden die Spirochaete daardoor lijdt, nader op te maken bij staat.

2.3.3.

Tot slot eisen Gedaagden dat Lumetallix wordt veroordeeld in de proceskosten in reconventie op grond van artikel 1019h Rv.

2.4.

Bij de rechtbank in New York , Verenigde Staten, hebben gedaagden een handelszaak aanhangig gemaakt tegen Lumetallix en bij haar betrokken rechtspersonen en natuurlijke personen.

in de hoofdzaak en in het incident

3 Bevoegdheid van de Nederlandse rechter.

3.1.

Omdat Gedaagden Amerikaanse (rechts)personen zijn, moet de rechtbank als eerste beoordelen of zij bevoegd is kennis te nemen van het geschil van partijen. Lumetallix heeft daarover het volgende gesteld: In de NDA hebben Spirochaete en zij een exclusieve formumkeuze gemaakt voor de Nederlandse rechter. Dat stond hen vrij op grond van artikel 6 lid 1 Brussel I-bis en 8 lid 3 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv). De bevoegdheid ten aanzien van de twee andere gedaagden baseert Lumetallix op artikel 7 lid 1 Rv. Voor wat betreft haar vorderingen uit onrechtmatige daad voegt Lumetallix hieraan toe een beroep op artikel 6 sub e Rv.

3.2.

De rechtbank beoordeelt de stellingen van Lumetallix over haar bevoegdheid als juist. Gedaagden doen dat ook. Terecht betwisten zij niet dat tussen de tegen hen gerichte vorderingen zodanige samenhang bestaat dat een gezamenlijke behandeling is gerechtvaardigd. Toch concluderen Gedaagden tot onbevoegdheid van de Nederlandse rechter.

3.3.

Volgens Gedaagden namelijk, is de eisende partij Lumetallix Holding B.V. niet de rechtspersoon met wie Spirochaete de NDA heeft gesloten. De NDA is gesloten met Lumetallix B.V. Lumetallix Holding B.V. is dus helemaal niet-ontvankelijk in haar op de NDA gegronde vorderingen op Spirochaete. Daardoor ontbreekt samenhang tussen de vorderingen op grond van de NDA enerzijds en alle overige vorderingen anderzijds, en is de Nederlandse rechtbank niet bevoegd jegens Fluorospec en [gedaagde 3] .

3.4.

De rechtbank constateert dat de redenering van Gedaagden zou kunnen opgaan. Op de NDA staat Lumetallix B.V. als partij en niet Lumetallix Holding B.V. Lumetallix Holding B.V. zou de nieuwe naam zijn van Lumetallix B.V. Zonder toelichting, die Lumetallix nog niet heeft gegeven, laat zich dat lastig rijmen met het feit dat zowel een rechtspersoon met de naam Lumetallix B.V. als een rechtspersoon met de naam Lumetallix Holding B.V. is gedagvaard voor het gerecht in New York .

Voor de verdere beantwoording van de vraag zij bevoegd is kennis te nemen van de zaak van partijen, heeft de rechtbank opheldering nodig over Lumetallix (Holding) B.V. als wel of niet partij bij de NDA. Het gevolg hiervan voor het vervolg van deze procedure komt later in dit vonnis aan de orde.

4 Beoordeling in het incident in reconventie

4.1.

In reactie op de tegeneis van Gedaagden vordert Lumetallix dat de niet in Nederland gevestigde of wonende of verblijvende Gedaagden voor € 45.000 zekerheid stellen voor de proceskosten waarin zij veroordeeld zouden kunnen worden (artikel 224 lid 1 Rv).

Bij de beoordeling gaat de rechtbank ervan uit dat zij bevoegd is zodat Nederlands procesrecht van toepassing is.

4.2.

Gedaagden verweren zich onder meer met een beroep op artikel 5 van het Protocol bij “Verdrag van vriendschap, handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika van 27 maart 1956”. De rechtbank stelt vast dat deze verdragsbepaling inderdaad een uitzondering is op de zekerheidsstelling waartoe artikel 224 lid 1 Rv buitenlandse partijen verplicht. De gedaagde vennootschappen zijn Amerikaans en uit de dagvaarding blijkt dat gedaagde [gedaagde 3] de Amerikaanse nationaliteit heeft.

4.3.

De conclusie is dat gedaagden niet verplicht zijn zekerheid te stellen voor de proceskosten waarin zij veroordeeld zouden kunnen worden.

4.4.

Lumetallix is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Gedaagden worden begroot op:

- salaris advocaat

€

1.290,00

(1 punt × € 1.290,00)

- nakosten

€

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

1.479,00

4.5.

Zoals is gevorderd, zal de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard. Dat betekent dat Gedaagden met incasseren kunnen beginnen en dat een eventueel hoger beroep niet inhoudt dat zij daarmee moeten stoppen in afwachting van een uitspraak van het gerechtshof.

5 Beoordeling van het exceptionele verweer in reconventie

5.1.

Nog steeds uitgaand van bevoegdheid en dus Nederlands procesrecht toepassend, gaat de rechtbank nu in op de vraag of de zaak in reconventie zou kunnen en moeten worden aangehouden. Hierna zal blijken dat een definitief antwoord nog niet worden gegeven maar dat enkele (voorlopige) oordelen wel mogelijk zijn.

5.2.

De eis in reconventie is ingediend met de conclusie van antwoord, op 29 april 2026.

Tussen partijen staat vast dat Gedaagden enkele dagen eerder, op 24 april 2026, in de Verenigde Staten een civiele zaak hebben aangebracht (filing) tegen Lumetallix en enkele bij haar betrokken rechtspersonen en natuurlijke personen.

Op grond daarvan werpt Lumetallix voor alle weren op, dat de behandeling van de zaak in reconventie moet worden aangehouden. Zij verwijst daarbij naar artikel 12 Rv dat luidt:

“Indien een zaak voor een rechter van een vreemde staat aanhangig is gemaakt en daarin een beslissing kan worden gegeven die voor erkenning en, in voorkomend geval, voor tenuitvoerlegging in Nederland vatbaar is, kan de Nederlandse rechter bij wie nadien een zaak tussen dezelfde partijen over hetzelfde onderwerp is aangebracht, de behandeling aanhouden totdat daarin door eerstbedoelde rechter is beslist. Indien die beslissing voor erkenning en, in voorkomend geval, voor tenuitvoerlegging in Nederland vatbaar blijkt te zijn, verklaart de Nederlandse rechter zich onbevoegd. (..)”

5.3.

Artikel 12 Rv beoogt te voorkomen dat gelijktijdig procedures tussen dezelfde partijen over hetzelfde onderwerp worden gevoerd, waardoor het gevaar van tegenstrijdige uitspraken ontstaat. Om die reden geeft dit artikel de rechter de mogelijkheid de behandeling aan te houden van een zaak die al (eerder) aanhangig is bij een buitenlandse rechter. Voordat de rechter overweegt of de in Nederland aanhangige zaak zal worden aangehouden, moet deze eerst vaststellen dat aan de daarvoor geldende, in artikel 12 Rv opgenomen, vereisten is voldaan.

Volgens Lumetallix is dat zo, volgens Gedaagden niet. Subsidiair concluderen Gedaagden tot aanhouding van alleen dat deel van hun eis in reconventie dat ziet op buitencontractuele aansprakelijkheid, en de behandeling van hun op de NDA gebaseerde eisen dus wel voort te zetten.

5.4.

De rechtbank overweegt als volgt, eerst over de vraag welke rechter de rechter is “bij wie nadien” de zaak is aangebracht, deze rechtbank of de rechtbank in de Verenigde Staten.

Lumetallix betoogt dat deze rechtbank de rechter is bij wie de zaak “nadien” aanhangig is gemaakt: Gedaagden dienden hier op 29 april 2026 van eis in reconventie terwijl zij vijf dagen eerder, op 24 april 2026, hun zaak in de VS aanhangig hadden gemaakt.

Volgens Gedaagden daarentegen, is niet van belang wanneer zij hun reconventionele eis indienden omdat de Nederlandse zaak al aanhangig is sinds 10 maart 2026, de dag van de eerste rolzitting, zes weken voordat hun Amerikaanse zaak aanhangig werd.

5.5.

Artikel 12 Rv en zijn ontstaansgeschiedenis bieden geen duidelijkheid en er is geen of nauwelijks literatuur of rechtspraak over de vraag naar de volgorde van aanhangigheid in het geval van een eis in reconventie. De rechtbank leidt à contrario af uit ECLI:NL:HR:2023:1266, een kwestie van echtscheidings- en alimentatierecht, dat de datum van indienen van de eis in reconventie hier bepalend is. De Rechtbank Den Haag heeft ook in die zin besloten toen zij de behandeling van een reconventionele vordering aanhield op grond van artikel 12 Rv, zie ECLI:NL:RBDHA:2017:11653.

5.6.

Voorlopig oordeel is dus dat Gedaagden eerst een zaak aanhangig hebben gemaakt bij de rechter in New York en daarna (voor wat betreft hún vorderingen) hier in Nederland.

5.7.

Volgend vereiste voor aanhouding op grond van artikel 12 Rv is dat sprake is van dezelfde partijen. Naar het voorlopig oordeel van de rechtbank is daarvoor niet van belang dat Lumetallix in de Verenigde Staten medegedaagden heeft.

Of Gedaagden Lumetallix c.s. in de Verenigde Staten hebben gedaagd terzake van dezelfde onderwerpen als zij eisen in reconventie, kan de rechtbank nog niet beoordelen. Dat komt doordat Gedaagden hebben aangekondigd dat zij in de Verenigde Staten een vervangende dagvaarding zullen indienen en dat die, zo begrijpt de rechtbank, over andere onderwerpen zal gaan dan hun eerdere dagvaarding en sowieso niet over de NDA. Lumetallix heeft zich hierover echter nog niet kunnen uitlaten en Gedaagden hebben enkel een concept van de vervangende Amerikaanse dagvaarding in het geding gebracht.

5.8.

Als het zo is dat de NDA niet als grondslag dient voor enige vordering van Gedaagden in de Verenigde Staten, zal de eis in reconventie naar het oordeel van de rechtbank in zoverre niet aangehouden kunnen worden.

Verder overweegt de rechtbank alvast dat het verweer van Gedaagden dat de in de Verenigde Staten ingediende vorderingen niet kennelijk voor erkenning en zo nodig ten uitvoerlegging vatbaar zijn, bijvoorbeeld vanwege punitive damages, voorlopig zal moeten worden beoordeeld aan de hand van de zogenoemde Gazprom-criteria. Voorlopig, omdat die beoordeling in principe pas kan plaatsvinden nadat het Amerikaanse vonnis beschikbaar is. In deze fase van de procedure echter, moet eerst vaststaan wat de definitieve Amerikaanse dagvaarding/vordering inhoudt.

5.9.

Naast dit alles is de vraag welk redelijk belang Gedaagden hebben bij voortzetting van de procedure in reconventie ook al is aan de vereisten daarvoor voldaan (HR 3 juli 1995, NJ 1997/54).

6. Het verdere verloop van het incident en van de hoofdzaak in conventie en in reconventie

6.1.

Opdat de rechtbank een beslissing kan nemen over de bevoegdheid en, als daaraan wordt toegekomen, over de gevolgen voor het aanhoudingsverweer van de (aangekondigde) vervangende dagvaarding in de Verenigde Staten, is nog een schriftelijke ronde nodig.

6.2.

Lumetallix krijgt de gelegenheid een maximaal vier pagina’s lange conclusie te nemen over alléén ( i) Lumetallix (Holding) B.V. als partij bij de NDA en de eventuele gevolgen daarvan voor de bevoegdheid van de Nederlandse rechter, en (ii) de inhoud en de gevolgen van vervangende dagvaarding in de Amerikaanse procedure voor haar aanhoudingsverweer ex artikel 12 Rv.

Gedaagden kunnen vervolgens (alléén) daarop reageren middels een antwoordconclusie van ook maximaal vier pagina’s.

6.3.

Daarna zal de rechtbank zich beraden over ofwel eerst een beslissing over de bevoegdheid en listispendentie, ofwel meteen een mondelinge behandeling.

7 De beslissing

De rechtbank

in het incident in reconventie

7.1.

wijst AF de incidentele vordering tot zekerheidsstelling proceskosten,

7.2.

veroordeelt Lumetallix in de proceskosten van € 1.479,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Lumetallix niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend

7.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in de hoofdzaak in conventie en in reconventie

7.4.

verwijst de zaak naar de rol van 11 november 2026 voor een maximaal vier pagina’s lange conclusie na tussenvonnis aan de zijde van Lumetallix zoals omschreven in overweging 6.2 van dit vonnis.

7.5.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. Q.R.M. Falger en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2026.

Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Verordening (EU) nr. 1215/2012 van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken