Europees strafrecht
Overlevering. Pools vervolgings-EAB. Alleen verjaring naar het recht van de uitvoerende lidstaat is een…
Rechtbank Amsterdam, 3 januari 2023
ECLI:NL:RBAMS:2023:31 · Rechtbank Amsterdam · 3 januari 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/europees-strafrecht/eerste-en-enige-aanleg/ecli-nl-rbams-2023-31
Zaakgegevens
Op 3 januari 2023 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 3 januari 2023
- Datum publicatie
- 4 januari 2023
- Zaaknummer
- 13/706078-11 (EAB II)
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Europees strafrecht
- Procedure
- Eerste en enige aanlegEerste en enige aanlegEr is maar één rechter die over de zaak beslist; hoger beroep is niet mogelijk.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2023:31
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Overlevering. Pools vervolgings-EAB. Alleen verjaring naar het recht van de uitvoerende lidstaat is een weigeringsgrond. Overlevering toegestaan.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/706078-11 (EAB II)
RK nummer: 22/4582
Datum uitspraak: 3 januari 2023
UITSPRAAK
op de vordering van 25 oktober 2022 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 9 januari 2012 door the Regional Court in Poznan (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren op [geboortedag] 1964 te [geboorteplaats] (Polen),
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1 Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 20 december 2022. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. Y. Nieboer, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.
2 Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.
3 Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een beslissing van the District Court in Pila van 1 september 2010 on applying measures consisting in detention order of [opgeëiste persoon] for the period of 14 days from the date of arrest, met kenmerk II Kp 394/10, 2 Ds. 2650/07.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Pools recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB.
4 Strafbaarheid
Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 8, te weten:
fraude, met inbegrip van fraude waardoor de financiële belangen van de Gemeenschap worden geschaad zoals bedoeld in de Overeenkomst van 26 juli 1995 aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.
5 De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW
Met de raadsvrouw en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de opgeëiste persoon met de overgelegde stukken omtrent zijn verblijf en inkomen heeft aangetoond dat is voldaan aan de eerste voorwaarde zoals bedoeld in artikel 6, derde lid, OLW. Ook aan de overige vereisten van deze bepaling is voldaan. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon in Nederland kan worden vervolgd voor het feit dat aan het EAB ten grondslag ligt. De rechtbank wijst in dit verband voorts op de verklaring van de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) van 14 december 2022 waaruit volgt dat niet de verwachting bestaat dat de opgeëiste persoon zijn recht van verblijf in Nederland verliest.
De opgeëiste persoon kan dus worden gelijkgesteld met een Nederlander.
De overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer gegarandeerd is dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, deze straf in Nederland mag ondergaan.
Het Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC) heeft op 20 december 2022 zowel ten aanzien van dit EAB als ten aanzien van EAB I de volgende vraag gesteld aan de uitvaardigende justitiële autoriteit:
Mr [opgeëiste persoon] might be considered equal to a Dutch citizen. As a consequence, pursuant to Article 5, paragraph 3 of the Framework Decision on the European arrest warrant (2002/584/JHA), and Article 6, paragraph 1 of the Dutch Surrender Act, the surrender may then only be (..) authorized after it can be guaranteed that, in case the wanted person after the surrender is sentenced to an unconditional and irrevocable prison sentence in Poland, he will be allowed to carry out this punishment in the Netherlands (pursuant to the European Framework Decision 2008/909/JBZ). We kindly request this guarantee of return.
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft op 20 december 2020 de volgende garantie gegeven:
The Regional Court in Poznan, III Criminal Division, kindly informs you that it can guarantee the return of Mr [opgeëiste persoon] if he so wishes.
Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie, in samenhang bezien met voormelde vraag van het IRC, voldoende.
6 Overige verweren, verjaring (naar Pools recht)
De raadsvrouw heeft – zakelijk weergegeven – betoogd dat nadere informatie moet worden opgevraagd om te kunnen beoordelen of de in het EAB genoemde Poolse verjaringstermijn correct is.
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat alleen verjaring naar het recht van de uitvoerende lidstaat een weigeringsgrond is. Overigens dient er in beginsel vertrouwd te worden op de juistheid van de informatie in het EAB. Gelet op de informatie in onderdeel e) van het EAB gaat de rechtbank ervan uit dat van verjaring van het recht op strafvervolging naar Pools recht geen sprake is. Het verweer van de raadsvrouw geeft geen aanleiding aan deze informatie te twijfelen. Het verzoek om aanhouding wordt afgewezen.
De rechtbank merkt nog op dat het recht op vervolging naar Nederlands recht niet verjaard is, gelet op de stuiting van die termijn als gevolg van het uitvaardigen van het EAB op 9 januari 2012. Het feit levert naar Nederlands recht oplichting op (artikel 326 Wetboek van Strafrecht). Op grond artikel 70, eerste lid, onder 3, Wetboek van Strafrecht verjaart het recht op strafvervolging na twaalf jaren. De weigeringsgrond zoals bedoeld in artikel 9, eerste lid, aanhef en onder f, OLW is dus niet van toepassing.
7 Artikel 11 OLW: artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU
De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.
Nu de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed zullen hebben op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld.
8 Slotsom
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.
9 Toepasselijke wetsartikelen
De artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW.
10 Beslissing
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Regional Court in Poznan, Polen, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. M.E.M. James-Pater, voorzitter,
mrs. P. Van Kesteren en mr. G.M. Beunk, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.J.F. Ceelie, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 3 januari 2023.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.