Europees strafrecht

Vervolgings-EAB uit Duitsland. Officier van justitie niet-ontvankelijk omdat het EAB is ingetrokken.

Rechtbank Amsterdam, 12 december 2024

Zaakgegevens

Op 12 december 2024 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
12 december 2024
Datum publicatie
18 december 2024
Zaaknummer
13-246895-24
Procedure
Eerste en enige aanleg
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2024:7917
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vervolgings-EAB uit Duitsland. Officier van justitie niet-ontvankelijk omdat het EAB is ingetrokken.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-246895-24

Datum uitspraak: 12 december 2024

UITSPRAAK

op de vordering van 16 oktober 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 17 juni 2024 door het Amtsgericht Bamberg, Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[BRP adres] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1 Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 12 december 2024, in aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. V. Poelmeijer, advocaat in Amsterdam.

De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting van 12 december 2024 gesloten en direct uitspraak gedaan.

2 Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3 Ontvankelijkheid officier van justitie

Bij e-mail van 12 december 2024 heeft het Openbaar Ministerie meegedeeld dat de uitvaardigende justitiële autoriteit het EAB heeft ingetrokken. De raadsman en officier van justitie hebben daarom ter zitting gevorderd dat de officier van justitie niet-ontvankelijk wordt verklaard.

De rechtbank is met de raadsman en officier van justitie van oordeel dat de officier van justitie niet kan worden ontvangen in haar vordering tot het in behandeling nemen van het EAB, omdat het EAB inmiddels is ingetrokken.

4 Beslissing

Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in haar vordering tot het in behandeling nemen van het EAB;

Stelt vast dat de – geschorste – overleveringsdetentie van rechtswege is vervallen.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. M. van Mourik, voorzitter,

mrs. J.P.W. Helmonds en D.A. Segbedzi, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland en Ç.H. Dede, griffiers,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 12 december 2024.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zie artikel 23 Overleveringswet.