Europees strafrecht
AVT Duitsland. De rechtbank verleent op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, en derde lid…
Rechtbank Amsterdam, 13 oktober 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:10066 · Rechtbank Amsterdam · 13 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/europees-strafrecht/eerste-en-enige-aanleg/ecli-nl-rbams-2026-10066
Zaakgegevens
Op 13 oktober 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 13 oktober 2026
- Datum publicatie
- 13 oktober 2026
- Zaaknummer
- 13-224508-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Europees strafrecht
- Procedure
- Eerste en enige aanlegEerste en enige aanlegEr is maar één rechter die over de zaak beslist; hoger beroep is niet mogelijk.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2026:10066
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
AVT Duitsland. De rechtbank verleent op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, en derde lid, OLW toestemming voor uitbreiding van de vervolging.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13-224508-25
Datum beslissing: 29 september 2026
BESLISSING
op de vordering op grond van artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 8 september 2026, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, OLW. Dit verzoek met referentienummer 242 RHs 49/26 is ingediend door de Rechtbank Keulen (Duitsland) op
2 juni 2026 en betreft:
[de overgeleverde persoon]
geboren op [geboortedag] 1985 in [geboorteplaats] (voormalig Joegoslavië),
thans gedetineerd in Duitsland,
hierna te noemen: de overgeleverde persoon.
1 Beoordeling
Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen.
Het verzoek betreft een feit waarvoor op grond van de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan.
De overgeleverde persoon heeft (ook) de Nederlandse nationaliteit. De rechtbank stelt vast dat de overgeleverde persoon daarnaast zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel voor het feit waarop het verzoek betrekking heeft opgelegde straf, uit het oogpunt van sociale re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. De rechtbank kan daarom toestemming verlenen voor uitbreiding van de vervolging, wanneer is gewaarborgd dat de overgeleverde persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, deze straf in Nederland mag ondergaan.
De Staatsanwaltschaft Köln heeft per e-mail van 14 september 2026 de volgende garantie gegeven:
“(…) It is guaranteed that, in the event of a final conviction in the Federal Republic of Germany, the person being prosecuted will be subject to the provisions of the current version of Council Framework Decision 2008/ 909/JI of November 27, 2008, on the application of the principle of mutual recognition to judgments in criminal matters imposing a custodial sentence or measure involving deprivation of liberty, for the purposes of their enforcement in the European Union (OJ L 327, Dec. 5, 2008, page 27), is to be transferred back to the Netherlands for the purpose of further enforcement of the sentence.”
Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.
De rechtbank zal daarom het verzoek toewijzen.
2 Beslissing
De rechtbank:
verleent op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder g, en derde lid, OLW toestemming voor uitbreiding van de vervolging van [de overgeleverde persoon] voor het feit zoals vermeld in het verzoek.
Deze beslissing is genomen op 29 september 2026 door,
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. E. de Rooij en L. Sanders, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.F.A. Reuvekamp, griffier.