Europees strafrecht
Vervolgings-EAB Letland: De detentiegarantie is voldoende. Het voorwaardelijke verzoek tot aanhouding van de…
Rechtbank Amsterdam, 27 oktober 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:10665 · Rechtbank Amsterdam · 27 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/europees-strafrecht/eerste-en-enige-aanleg/ecli-nl-rbams-2026-10665
Zaakgegevens
Op 27 oktober 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over europees strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 27 oktober 2026
- Datum publicatie
- 29 oktober 2026
- Zaaknummer
- 13-240039-26
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Europees strafrecht
- Procedure
- Eerste en enige aanlegEerste en enige aanlegEr is maar één rechter die over de zaak beslist; hoger beroep is niet mogelijk.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2026:10665
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vervolgings-EAB Letland: De detentiegarantie is voldoende. Het voorwaardelijke verzoek tot aanhouding van de raadsman wordt verworpen, aangezien eerdere uitspraken waarin sprake is geweest van Letse detentiegaranties die door de rechtbank voldoende zijn bevonden gepubliceerd zijn en dus voor en ieder te raadplegen. De overleveing is toegestaan.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13-240039-26
Datum uitspraak: 27 oktober 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 28 augustus 2026 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 15 mei 2026 door the Prosecutor General's Office of the Republic of Latvia, Letland, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1996 in [geboorteplaats] (Letland),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1 Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 13 oktober 2026, in aanwezigheid van mr. J.I.P. Hofstee, officier van justitie. De opgeëiste persoon is, in strijd met zijn schorsingsvoorwaarden, niet verschenen en is vertegenwoordigd door mr. J.P.A. van Schaik, advocaat in Veenendaal, die daartoe gemachtigd is.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de opheffing van de schorsing van de overleveringsdetentie en de gevangenhouding bevolen. Deze bevelen zijn afzonderlijk opgemaakt.
2 Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Letse nationaliteit heeft.
3 Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een arrestatiebevel van the Riga City Court van 9 september 2025 met referentie 10910035723.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Lets recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB.
4 Strafbaarheid ; feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het strafbare feit niet aangeduid als lijstfeit. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, als – kort gezegd – voldaan is aan de vereisten dat op het feit naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
.
het aan iemand die, anders dan als ambtenaar, werkzaam is in dienstbetrekking of
optreedt als lasthebber, naar aanleiding van hetgeen deze in zijn betrekking of bij de
uitvoering van zijn last heeft gedaan, een gift doet onder zodanige omstandigheden,
dat hij redelijkerwijs moet aannemen dat deze handelt in strijd met zijn plicht.
5 Artikel 11 OLW: detentieomstandigheden
Inleiding
In andere zaken die zagen op Letse EAB’s heeft de rechtbank geoordeeld, onder meer in haar uitspraken van 21 februari 2024 en 19 september 2024, dat sprake is van een algemeen reëel gevaar dat gedetineerden in Letland aan een onmenselijke of vernederende behandeling zullen worden blootgesteld. Het algemeen gevaar ziet met name op het bestaan van een informele hiërarchie onder gedetineerden (het ‘kastenstelsel’) in de Letse gevangenissen, met geweld tegen, en een vernederende behandeling van, gedetineerden in de lagere kasten als gevolg.
The European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment (hierna: CPT) heeft op 26 februari 2025 een wederom zeer kritisch rapport uitgebracht over Letland naar aanleiding van het bezoek dat van 24 tot 31 mei 2024 heeft plaatsgevonden. Zoals de rechtbank eerder heeft geoordeeld, geeft dit rapport geen aanleiding om anders te oordelen over het eerder vastgestelde reële gevaar van schending van artikel 4 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest) voor gedetineerden in Letland.
De Letse autoriteiten (The Department of Imprisonment Institutions) hebben op 9 september 2026 onder meer het volgende geantwoord op de door het Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC) in dit kader gestelde vragen:
“(…) The Administration informs that, in case of extradition of [de opgeëiste persoon] to the Republic of Latvia, he will be initially placed in the remand prison ward of the Liepāja Prison. The person’s placement will then be determined in accordance with the criteria set out in the laws and regulations referred to below in this letter, as well as taking into account the location of the person directing the proceedings.
(…) The Administration informs that specific and systematic measures are taken in prisons to prevent violence among inmates. The new infrastructure at Liepāja Prison feature small (double-occupancy) cells that significantly reduce the risk of violence and conflict among inmates. The prison infrastructure features modern security systems – CCTV, motion sensors and other technologies – as well as ergonomic, functionally adapted facilities for inmates, staff and the resocialisation process. Infrastructure and technology make it possible to identify and prevent potential security threats in good time. (…)
This approach strengthens the implementation of the principle of dynamic security, as it increases the number of contact hours between officials and inmates. Regular mutual communication enables officials to get to know inmates better, identify potential risks at an early stage and prevent conflict situations from arising, thereby promoting a safer environment in the prison. Security controls and surveillance are stepped up in Liepāja Prison thus ensuring safety of inmates. Staff receive targeted training in conflict resolution to be able to swiftly identify and prevent dangerous situations. (…)
The CCTV system is used to identify incidents, aggressive behaviour or conflicts in timely manner, ensuring a prompt response from staff. Video surveillance systems allow more effective analysis of events and preventive decision-making. Prisoner placement commissions have been set up to place prisoners in cells on the basis of medical, security and crime prevention criteria. (…)
(…), relocation to another cell or unit to prevent direct contact with persons potentially causing threats. Transfer to another building if higher level of protection is required. Transfer to another place of detention if other measures are not sufficiently effective or appropriate. In situations where transfer is not possible or effective, prison officials will carry out increased supervision (monitoring) of the prisoner, including regular checks of cells and the unit. CCTV cameras are also used to identify conflict and threat situations. (…)
An intercom system in each cell enables inmates to contact the official on duty in the relevant post at any time.
In view of the above, continuous and effective supervision is ensured in Liepāja Prison, and the number of officials is sufficient there to respond adequately in all situations, guaranteeing the safety of inmates and preventing dangerous situations. We also state that, where an inmate is subject to risk of inhuman or degrading treatment, transfer to another cell or ward is carried out immediately, as soon as a threat is identified or an objectively demonstrable risk to the inmate’s safety exists. (…)
The Administration also states that the cells in Liepāja Prison are designed to accommodate one or two inmates. The net area of a single-occupancy cell is 9.40 m2, while that of a double-occupancy cell - 10.00 m2. The area of personal space is calculated by dividing the net area of the cell proportionally according to the number of inmates housed in it. Consequently, in a double-occupancy cell, each inmate has 5.00 m2 of personal space.
The area of the toilet facilities is not included in the area of the personal space. (…)”
Op 21 september 2026 hebben de Letse autoriteiten naar aanleiding van vragen van het IRC onder meer de volgende informatie verstrekt:
“(…)
The Department informs that [de opgeëiste persoon] , if surrendered to the Republic of Latvia, will initially be placed in the Remand Prison Unit in the Liepāja Prison. Thereafter, the relocation of the person will be determined in accordance with the criteria set forth in the regulatory enactments referred to below in this letter, as well as taking into account the location of the person directing the proceedings.
(…)
Having regard to the above and the fact that [de opgeëiste persoon] will initially be placed in the
Remand Prison of the Liepāja Prison, the Department states that the place of sentence
serving for [de opgeëiste persoon] will be determined in the Liepāja Prison.
In the Liepāja Prison, prisoners are held in cells intended for 2 persons. The Liepāja Prison does not have bigger cells. In the cell for 2 persons, one prisoner may be allocated, if needed, and such cells are usually used for the prisoners who need enhanced supervision or who, due to their personality, the nature of crime and their behaviour, cannot be placed together with other prisoner.
Please be advised that one prisoner is guaranteed a minimum residential area of 5m2
(excluding sanitary facilities) in the Liepāja Prison.
(…)
In order to prevent abuse between inmates and, as much as possible, between non-official leaders of prison hierarchies – accomplices of respective persons and other prisoners who adversely affect others shall be held separately from other more vulnerable prisoners. Non-official leaders of prison hierarchies shall be isolated in separate floors and separate closed cells.
In all Latvian prisons, prisoners are assessed taking into consideration their violence potential or violence risk to which respective persons may be exposed, and depending on the stated risks, prisoners are grouped and placed into cells to ensure their safety. Prison staff uninterruptedly monitor the atmosphere among inmates and take preventive measures to prevent violent conflicts in case of any type of potential violent conflict risk among inmates or when the information is received about such risk, including by separating such inmates between whom there is such violent conflict, changing their placement in cells or isolating the respective prisoners. Prison staff, who notice any violent patterns, including verbal and psychological violence among imprisoned or convicted persons, shall assess the situation and take measures to prevent any violent acts.
Prisoners are taken for a walk with other prisoners from the same cells. [de opgeëiste persoon] will be placed in the cell together with other prisoners only after stating that there is no risk of conflict between them and that they can live in the cell together. It should be noted that the activities in prisons are organised according to the plan made before, that excludes any possibility for prisoners who have potential risk of conflict to meet in common rooms and/or during activities. Safety of [de opgeëiste persoon] in prison, when he will be outside his cell, i.e. in the common rooms or in the yard, will be ensured as follows: with the assistance of officers who work in their posts and monitor the atmosphere (microclimate) among the arrested, thus promptly identifying any potential pre-conditions of violent conflicts and taking measures to prevent such conflicts before they have occurred; monitoring the situation using video cameras installed in the most part of the prison common rooms with the direct contact to
provide any necessary assistance.
Microclimate among prisoners shall be monitored through communication between officers and prisoners, gathering information about incidents and their mutual relations, and analysing, assessing and exchanging substantial information with other staff members Respective conversations and consultations about issues important to them shall be held. Preventive conversations may be held, and prisoners may be involved in social activities important to them. Measures taken before relocation or isolation of prisoners are described above.
(…)”
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de gegeven detentiegarantie niet concreet ziet op de opgeëiste persoon en daarmee onvoldoende is om het algemene reële gevaar weg te nemen. Subsidiair heeft de raadsman een voorwaardelijk verzoek tot aanhouding gedaan, omdat het IRC in haar e-mail aan de Letse autoriteiten heeft verwezen naar een uitspraak en een detentiegarantie in een andere zaak, maar deze uitspraak en detentiegarantie niet zijn overgelegd. Het was daarom niet mogelijk om de in deze uitspraak kennelijk voldoende bevonden detentiegarantie te vergelijken met de gegeven detentiegarantie.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat artikel 11 OLW niet aan overlevering in de weg staat. De rechtbank heeft onlangs de overlevering toegestaan op basis van een nagenoeg identieke detentiegarantie. Bovendien is de garantie voldoende specifiek met betrekking tot de opgeëiste persoon.
Oordeel van de rechtbank
Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in de hiervoor geciteerde garantie. De rechtbank is, gelet op de garantie van de Letse autoriteiten, van oordeel dat het vastgestelde algemene reële gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden voor de opgeëiste persoon is weggenomen. Het algemene gevaar dat de rechtbank heeft aangenomen, wordt door deze garantie namelijk uitgesloten ten aanzien van de opgeëiste persoon. De rechtbank vindt daarbij het volgende van belang.
De opgeëiste persoon zal na overlevering naar alle waarschijnlijkheid worden geplaatst in the Remand (Investigation) Prison Section of the Liepāja Prison. De rechtbank stelt op grond van voornoemde aanvullende informatie vast dat in the Liepāja Prison gedetineerden niet worden gedetineerd in dormitory-style rooms, nu the Liepāja Prison alleen over cellen beschikt die geschikt zijn voor maximaal twee personen. Daarbij is een persoonlijke leefruimte van 5 m2 (exclusief sanitair) gegarandeerd. Bovendien is iedere cel voorzien van een intercom, waarmee op elk moment direct contact met een beveiliger tot stand kan worden gebracht. De opgeëiste persoon zal pas in een cel worden geplaatst met een andere gedetineerde nadat is vastgesteld dat er geen risico is op conflicten, waarbij leiders en gedetineerden met een negatieve invloed apart worden gehouden. Ook worden activiteiten georganiseerd ‘according to the plan made before’, wat de mogelijkheid van ontmoetingen in persoon met een risico op conflicten uitsluit. De rechtbank stelt daarom vast dat de Letse autoriteiten garanties hebben gegeven die de veiligheid van de opgeëiste persoon binnen en buiten de cel waarborgen en de negatieve gevolgen van het kastenstelsel ondervangen. Anders dan de raadsman heeft betoogd, is de rechtbank voorts van oordeel dat de gegeven garantie, gelet op de verstrekte informatie van 21 september 2026, concreet op de opgeëiste persoon ziet nu de naam van de opgeëiste persoon meermaals in deze informatie wordt vermeld. Artikel 11 OLW staat daarom niet aan overlevering in de weg.
De rechtbank ziet geen aanleiding om het onderzoek aan te houden teneinde de raadsman in de gelegenheid te stellen de verstrekte detentiegarantie te vergelijken met de garantie in een andere overleveringszaak waarnaar het IRC heeft verwezen in de e-mail van 17 september 2026. Eerdere uitspraken waarin sprake is geweest van Letse detentiegaranties die door de rechtbank voldoende zijn bevonden, waaronder de uitspraak over deze detentiegarantie, zijn namelijk gepubliceerd op www.rechtspraak.nl en dus voor een ieder te raadplegen. Het verweer wordt verworpen.
6 Slotsom
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. De rechtbank staat daarom de overlevering toe.
7 Toepasselijke wetsartikelen
De artikelen 328ter Wetboek van Strafrecht, en 2, 5 en 7 OLW.
8 Beslissing
STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan the Prosecutor General's Office of the Republic of Latvia (Letland) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. L. Sanders, voorzitter,
mrs. M.C.M. Hamer en M.W. Speksnijder, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.H. Wisgerhof, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 27 oktober 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.