Strafrecht overig
Beslissing op verzoek opheffing subsidiair schorsing van de voorlopige hechtenis
Rechtbank Amsterdam, 30 oktober 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:10733 · Rechtbank Amsterdam · 30 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbams-2026-10733
Zaakgegevens
Op 30 oktober 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 30 oktober 2026
- Datum publicatie
- 30 oktober 2026
- Zaaknummer
- 13-015830-26
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2026:10733
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beslissing op verzoek opheffing subsidiair schorsing van de voorlopige hechtenis
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Strafrecht
Zittingsplaats Amsterdam
parketnummer : 13-015830-26
Beslissing op verzoek opheffing subsidiair schorsing van de voorlopige hechtenis van de rechtbank, meervoudige kamer in strafzaken, van 30 oktober 2026
(artikel 69 en 80 Wetboek van Strafvordering)
in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] (Roemenië),
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[adres]
feitelijk verblijfsadres:
[adres] ,
nu gedetineerd in [detentieplaats] .
Raadsman mr. S. Ben Tarraf.
Procedure
Op de zitting van 27 oktober 2026 heeft de raadsman opheffing subsidiair schorsing van de voorlopige hechtenis verzocht.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafdossier en heeft de officier van justitie, de verdachte en de raadsman op de zitting gehoord.
Beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat de ernstige bezwaren en gronden, die tot het verlenen van het bevel tot voorlopige hechtenis hebben geleid, onverkort aanwezig zijn.
Ernstige bezwaren
Ten aanzien van feit 1 is de indruk van de rechtbank dat [naam 1] concrete, consistente en gedetailleerde verklaringen heeft afgelegd en daarmee in deze fase van het proces als voldoende betrouwbaar kan worden aangemerkt om de ernstige bezwaren mee vorm te geven. Haar verklaring bevat duidelijke elementen van seksuele uitbuiting en nadrukkelijk niet een veilige liefdesrelatie of gelijkwaardige samenwerking in de prostitutie. Zij verklaart onder andere het volgende. Zij heeft verdachte via internet ontmoet en hij heeft haar beloofd samen een huis te kopen in Roemenië. [naam 1] is toen op initiatief van verdachte naar Nederland gekomen om in de prostitutie te werken. Verdachte heeft een gesprek voor haar geregeld om een raam te krijgen en zij heeft geld aan hem gegeven als hij daarom vroeg. [naam 1] was inmiddels bang voor verdachte en hij zou haar hebben bedreigd. Zij heeft de geboortedag van verdachte op haar been getatoeëerd waarvan zij veel spijt heeft en zij werd door een familielid van verdachte in de gaten gehouden als ze aan het werk was. De verklaring van [naam 1] wordt ondersteund door andere onderzoeksbevindingen in het dossier, waaronder verklaringen van andere vrouwen, politiemutaties, overboekingen van geld en chatgesprekken tussen [naam 1] en verdachte waarin hij haar bang maakt, bedreigt en instructies geeft over hoe zij haar werkzaamheden moet uitvoeren.
Ten aanzien van feit 2 heeft [naam 2] in het licht van het huidige dossier concreet en consistent verklaard over haar ontmoeting met verdachte via internet en zijn belofte om samen een gezin te stichten. Ook haar verklaring kan tot nu toe als voldoende betrouwbaar worden aangemerkt om in deze fase van het proces de kern te vormen van de ernstige bezwaren. In haar verklaring zegt zij onder meer het volgende. Verdachte heeft [naam 2] naar Amsterdam laten komen en via een vriend voor haar een BSN-nummer en een inschrijving bij de Kamer van Koophandel geregeld om prostitutiewerk te kunnen verrichten. [naam 2] moest die vriend iedere maand geld betalen om haar adres en papieren te behouden. Ook heeft [naam 2] verdachte geld gegeven zodat hij eten en kleding kon kopen, naar het casino kon gaan en drugs kon gebruiken. Verdachte deed alsof hij schulden had die moesten worden afbetaald. [naam 2] hield verdachte op de hoogte van wat zij verdiende en hij had toegang tot haar bankrekening. Het geld dat zij verdiende gaf zij contant aan verdachte. [naam 2] verklaart ook dat verdachte haar heeft mishandeld door haar te slaan op haar hoofd en benen. De verklaring van [naam 2] wordt ondersteund door andere onderzoeksbevindingen uit het dossier, waaronder overboekingen van geld, whatsappgesprekken, foto’s van letsel, stills van camerabeelden dat verdachte [naam 2] naar de keel grijpt en telefoontjes van [naam 2] naar de prostitutielijn.
Ten aanzien van feit 3, de deelneming aan een criminele organisatie gericht op seksuele uitbuiting van vrouwen, blijkt uit het dossier dat verdachte zich in wisselende samenstellingen met zijn medeverdachten over de Wallen beweegt en er zijn verschillende slachtoffers die verklaren dat deze groep ‘pooiers’ bepaalt wat er gebeurt. Er worden vrouwen uit Duitsland, Oostenrijk en Roemenië overgebracht naar Nederland, zij worden aan andere vrouwen voorgesteld om hen wegwijs te maken, er worden BSN-nummers en KvK-inschrijvingen geregeld om prostitutiewerk te kunnen uitvoeren en er worden beschermingsgelden gevraagd en betaald. De verklaringen van de vrouwen vertonen overeenkomsten. Zij vertellen dat zij tijdens hun werkzaamheden door de leden van de groep worden gecontroleerd, geïnstrueerd en geïntimideerd. Toen bekend werd bij de groep dat er vrouwen waren die met de politie hebben gesproken, is door een van hen tegen de vrouwen gezegd dat ze niet over verdachte mochten verklaren. Ook is verdachte met een aantal medeverdachten lid van een chatgroep genaamd “ [chatgroep] ” waarin een video is gedeeld van een incident op de Dam waarbij een andere groep Roemeense mannen wordt bespuugd en vernederd, omdat zij schijnbaar ook vrouwen op de Wallen tewerk zouden hebben gesteld. In die chatgroep wordt gevraagd of medeverdachte [medeverdachte] hiervoor toestemming heeft gegeven.
Gronden
De rechtbank is van oordeel dat alle gronden die eerder door de rechter-commissaris en de raadkamer gevangenhouding van de rechtbank zijn vastgesteld nog steeds van toepassing zijn. Het gaat daarbij om het volgende.
Uit bepaalde omstandigheden blijkt van een gewichtige reden van maatschappelijke
veiligheid die de onverwijlde vrijheidsbeneming van de verdachte vordert.
Er is sprake van verdenking van een feit waarop naar de wettelijke omschrijving een
gevangenisstraf van twaalf jaren of (gelet op het tenlastegelegde medeplegen) meer is gesteld en de rechtsorde is door dat feit ernstig geschokt. De rechtbank betrekt daarbij de persaandacht die een zaak als deze trekt en plaatst die ook in de sleutel van de aard en ernst van de verdenking. De verdachte wordt verdacht betrokken te zijn geweest bij het organiseren en profiteren van seksuele uitbuiting van meerdere vrouwen uit Roemenië, die zich in een kwetsbare positie bevinden en vooralsnog niet laten vergelijken met de situatie waarin een mondige prostituee in Nederland zou moeten verkeren. Seksuele uitbuiting vormt een ernstige inbreuk op de menselijke waardigheid en integriteit en heeft een grote, groeiende, ondermijnende maatschappelijke impact. Gelet hierop is aannemelijk dat de vrijlating van de verdachte in deze fase van de procedure zal leiden tot maatschappelijke onrust.
Verder moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte een misdrijf zal
begaan waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaren of
meer is gesteld. Er moet ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte een misdrijf zal begaan waardoor de gezondheid of veiligheid van personen in gevaar kan worden gebracht nu ernstige bezwaren aanwezig zijn voor uitbuiting van prostituees in georganiseerd verband gedurende een lange periode. Het lijkt erop dat verdachte in zijn inkomen voorziet door deze misdrijven waardoor voor herhaling moet worden gevreesd.
Ten slotte wordt overwogen dat de voorlopige hechtenis nog steeds in redelijkheid noodzakelijk is voor het, anders dan door verklaringen van de verdachte, aan de dag brengen van de waarheid. Het onderzoek is immers nog steeds niet afgerond en de verdachte kan de voortgang hiervan belemmeren.
De rechtbank is van oordeel dat een situatie als bedoeld in artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering op dit moment nog niet aan de orde is.
Het verzoek om opheffing van de voorlopige hechtenis wordt daarom afgewezen.
Verzoek schorsing
De persoonlijke omstandigheden die aan het verzoek ten grondslag zijn gelegd wegen minder zwaar dan de belangen die gediend worden met het voortduren van de vrijheidsbeneming van de verdachte.
Daarom wijst de rechtbank ook het verzoek om schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis af.
Beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek in al zijn onderdelen af.
Deze beslissing is gegeven op 30 oktober 2026 door:
mr. A.M. Loots, voorzitter,
mr. C. Klomp en D.M.S. Gribling, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. I. van Heusden, griffier.
De oudste rechter en de jongste rechter zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.