Bestuursrecht overig
Afwijzing wrakingsverzoek zonder zitting. Verzoeker vindt de rechter vooringenomen omdat deze zijn…
Rechtbank Den Haag, 1 augustus 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:18220 · Rechtbank Den Haag · 1 augustus 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/wraking/ecli-nl-rbdha-2023-18220
Zaakgegevens
Op 1 augustus 2023 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 1 augustus 2023
- Datum publicatie
- 27 november 2023
- Zaaknummer
- C/09/651076/KG RK 23-974
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:18220
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Afwijzing wrakingsverzoek zonder zitting. Verzoeker vindt de rechter vooringenomen omdat deze zijn aanhoudingsverzoek heeft afgewezen. Een rechtelijke beslissing kan echter geen grond vormen voor wraking. Het verzoek is daarom ongegrond en voor een behandeling ter zitting bestaat geen reden.
Uitspraak
Rechtbank den haag
Wrakingskamer
wrakingnummer 2023-86
zaak- /rekestnummer: C/09/651076 / KG RK 23-974
Beslissing van 1 augustus 2023
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. G.J. Ebbeling,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit het schriftelijke wrakingsverzoek van 24 juli 2023.
2 Het wrakingsverzoek
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer SGR AWB 22/4939 IB/PVV tussen verzoeker en de inspecteur van de Belastingdienst (hierna: de hoofdzaak).
Verzoeker heeft aan zijn wrakingsverzoek ten grondslag gelegd dat de rechter zijn verzoek om aanhouding van de op 25 juli 2023 geplande zitting in de hoofdzaak ten onrechte heeft afgewezen. Naar de wrakingskamer begrijpt stelt verzoeker dat hij vanwege medische redenen niet in staat was op die zitting te verschijnen en niet over de technische mogelijkheden beschikt om via een videoverbinding contact op te nemen. De afwijzing van zijn aanhoudingsverzoek is volgens verzoeker in strijd met artikel 1, lid 1 van de Grondwet, artikel 6 EVRM en zijn patiëntenrechten.
3 De beoordeling
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij of zij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid.
Verzoeker vindt de rechter vooringenomen omdat deze zijn aanhoudingsverzoek heeft afgewezen. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen brengt echter mee dat een rechterlijke (tussen)beslissing als zodanig nimmer grond kan vormen voor wraking: wraking is geen verkapt rechtsmiddel. Het gerecht dat over het wrakingsverzoek moet oordelen (de wrakingskamer) komt geen oordeel toe over de juistheid van de (tussen)beslissing (noch over een verzuim te beslissen). Dat oordeel is voorbehouden aan de rechter die in geval van de aanwending van een rechtsmiddel belast is met de behandeling van de zaak. Hieruit volgt dat het wrakingsverzoek, voor zover het is gebaseerd op de beslissing van de rechter om de zitting niet aan te houden, niet toewijsbaar is.
Het wrakingsverzoek is ongegrond. Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.
4 De beslissing
De wrakingskamer
wijst het verzoek af;
bepaalt dat de behandeling van de onder 2.1 vermelde hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek;
beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 8:18, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt toegezonden aan:
• verzoeker;
• de wederpartij in de hoofdzaak;
• de rechter.
Deze beslissing is gegeven door mrs. S.M. Krans, M. Kramer en R. Cats, in tegenwoordigheid van de griffier mr. T.A.E. Scheers en in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2023.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.