Vreemdelingenrecht

P-V mondelinge uitspraak, MOB, geen procesbelang, beroep niet-ontvankelijk

Rechtbank Den Haag, 1 december 2023

Zaakgegevens

Op 1 december 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
1 december 2023
Datum publicatie
12 december 2023
Zaaknummer
NL23.31795
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:19488
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

P-V mondelinge uitspraak, MOB, geen procesbelang, beroep niet-ontvankelijk

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL23.31795


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. E.S. van Aken),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. N.L. Schoonbrood).

Procesverloop

Bij besluit van 6 oktober 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 1 december 2023 op zitting behandeld. Eiser is, met bericht vooraf, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

  1. Bij brief van 17 oktober 2023 heeft verweerder bericht dat eiser op 4 oktober 2023 met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van eiser geeft in zijn schriftelijke reactie van 2 november 2023 aan dat hij sinds het instellen van beroep geen contact meer heeft gehad met eiser. Eiser en zijn gemachtigde zijn ook niet verschenen op de zitting. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat de gemachtigde geen contact meer heeft met eiser en dat hij ook niet op de hoogte is van de verblijfplaats van eiser.

  2. Gelet op vaste jurisprudentie neemt de rechtbank dan aan dat eiser niet langer prijs stelt op de aanvankelijk gezochte internationale bescherming in Nederland. Eiser heeft geen belang meer bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.

3. Het beroep is niet-ontvankelijk.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 1 december 2023 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

ABRvS 22 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579.