Vreemdelingenrecht

MOB, mondelinge uitspraak, geen procesbelang

Rechtbank Den Haag, 16 mei 2023

Zaakgegevens

Op 16 mei 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
16 mei 2023
Datum publicatie
22 mei 2023
Zaaknummer
NL23.4632
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:7293
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

MOB, mondelinge uitspraak, geen procesbelang

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL23.4632


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres

v-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. S. Selbach),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. C.H.H.P.M. Kelderman).


Procesverloop
Bij besluit van 10 februari 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 15 mei 2023 op zitting behandeld. Eiseres en haar gemachtigde zijn niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of eiseres nog procesbelang heeft bij haar beroep.

2. Bij brief van 5 april 2023 heeft verweerder de rechtbank meegedeeld dat eiseres met onbekende bestemming is vertrokken. Daarbij heeft verweerder een schermafdruk overgelegd van zijn systeem. Hieruit blijkt dat eiseres met ingang van 28 maart 2023 zelfstandig de woonruimte heeft verlaten. Bij bericht van 25 april 2023 heeft gemachtigde van eiseres desgevraagd medegedeeld dat zij geen contact meer heeft met eiseres.

3. Verder blijkt uit de overgelegde stukken dat eiseres momenteel in Duitsland verblijft en dat zij daar een asielaanvraag heeft ingediend. Uit het feit dat zij daar ook een asielaanvraag heeft ingediend, leidt de rechtbank af dat eiseres geen prijs meer stelt op een inhoudelijke behandeling van haar asielaanvraag in Nederland.

4. Uit het voorgaande moet dan ook worden afgeleid dat eiseres kennelijk geen prijs meer stelt op asielrechtelijke bescherming in Nederland nu zij met onbekende bestemming is vertrokken, geen contact meer onderhoudt met haar gemachtigde en een asielaanvraag in Duitsland heeft ingediend. Eiseres heeft daarom geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het door haar ingestelde beroep tegen het bestreden besluit.

5. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 mei 2023 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Zie onder meer de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579.