Vreemdelingenrecht
Terugkeerbesluit Turkije - vertrekplicht voldaan - procesbelang - hoorplicht niet geschonden - beroep ongegrond.
Rechtbank Den Haag, 25 oktober 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:17614 · Rechtbank Den Haag · 25 oktober 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2024-17614
Zaakgegevens
Op 25 oktober 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 25 oktober 2024
- Datum publicatie
- 29 oktober 2024
- Zaaknummer
- NL24.33766
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:17614
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Terugkeerbesluit Turkije - vertrekplicht voldaan - procesbelang - hoorplicht niet geschonden - beroep ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.33766
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
(gemachtigde: mr. L. Leenders),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding
1. In deze uitspraak oordeelt de rechtbank over het beroep van eiser tegen het aan hem opgelegde terugkeerbesluit (hierna: het bestreden besluit).
Met het bestreden besluit van 13 augustus 2024 heeft verweerder aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd, gericht op vertrek naar Turkije met een vertrektermijn van vier weken.
Eiser heeft tegen dit bestreden besluit beroep ingesteld bij de rechtbank.
Beoordeling door de rechtbank
Geen zitting
2. De rechtbank houdt in dit beroep geen zitting, omdat dat op grond van de wet in deze zaak niet nodig is.
Waar gaat deze zaak over?
3. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1996 en heeft de Turkse nationaliteit. Verweerder heeft aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd, omdat eiser geen rechtmatig verblijf heeft sinds hij de vrije termijn van zijn Schengenvisum heeft overschreden.
Vast staat dat eiser op 20 november 2023 de Europese Unie is ingereisd met een Schengenvisum, geldig voor 90 dagen. Ten tijde van het gehoor en het opleggen van het terugkeerbesluit op 13 augustus 2024 verbleef eiser nog steeds op het grondgebied van de Europese Unie. De geldigheidsduur van het visum was toen reeds ruim overschreden.
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Eiser voert in beroep aan dat het vanwege persoonlijke omstandigheden niet mogelijk was om binnen 90 dagen te vertrekken naar Turkije. Volgens eiser zijn deze persoonlijke omstandigheden op het moment van het opleggen van het terugkeerbesluit niet aan het licht gekomen, omdat hij niet is gehoord. Eiser is van mening dat hij de gelegenheid had moeten krijgen om zijn persoonlijke situatie op een later moment toe te lichten.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. Niet in geschil is dat eiser de vrije termijn na afloop van zijn Schengenvisum (ruimschoots) heeft overschreden en dat eiser binnen de aan hem gestelde vertrektermijn van vier weken de Europese Unie heeft verlaten. Door te voldoen aan de vertrekplicht is het terugkeerbesluit van 13 augustus 2024 uitgewerkt. De rechtbank beoordeelt eerst of eiser nog procesbelang heeft bij de behandeling van zijn beroep.
6. Uit vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter volgt dat het procesbelang bij een uitspraak op een beroep tegen een terugkeerbesluit gelegen kan zijn in de mogelijkheid dat het terugkeerbesluit in de toekomst ook ten grondslag zal worden gelegd aan een inreisverbod. Om deze reden heeft eiser belang bij een oordeel van de rechtbank over de rechtmatigheid van het terugkeerbesluit.
7. In de stelling van eiser dat hij niet in de gelegenheid is gesteld om zijn persoonlijke situatie toe te lichten, vindt de rechtbank geen aanleiding om te oordelen dat het terugkeerbesluit onrechtmatig is. Deze stelling van eiser is namelijk evident onjuist, want uit het dossier blijkt dat eiser op 13 augustus 2024 voorafgaand aan het opleggen van het terugkeerbesluit is gehoord. In dat gehoor is gevraagd of er bijzondere omstandigheden zijn waarom zou moeten worden afgezien van het opleggen van een terugkeerbesluit. Eiser heeft deze vraag ontkennend beantwoord evenals de vraag of hij wenst nader te worden gehoord. Dat verweerder de gestelde persoonlijke omstandigheden van eiser – wat daar ook van zij – niet heeft kunnen betrekken in de besluitvorming, komt daarom voor eigen rekening en risico van eiser.
Conclusie en gevolgen
8. De beroepsgronden slagen niet. De rechtbank twijfelt daar niet over. Het beroep is kennelijk ongegrond en het opgelegde terugkeerbesluit blijft in stand.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens-Fockens, rechter, in aanwezigheid van mr. M.J.J. Roks, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en de uitspraak is verzonden op:
Informatie over verzet
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de
rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U
moet dit verzetschrift bij deze rechtbank indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet de datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw
verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.