Vreemdelingenrecht

Dublin Duitsland. 8:57 Awb. Beroep niet-ontvankelijk. MOB, geen procesbelang.

Rechtbank Den Haag, 30 oktober 2024

Zaakgegevens

Op 30 oktober 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
30 oktober 2024
Datum publicatie
30 oktober 2024
Zaaknummer
NL24.36676
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:17730
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dublin Duitsland. 8:57 Awb. Beroep niet-ontvankelijk. MOB, geen procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.36676

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 oktober 2024 in de zaak tussen

[naam], eiser,

geboren op [geboortedatum],

van Gambiaanse nationaliteit,

V-nummer: [v-nummer:],

(gemachtigde: mr. F.H. Gart),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

Bij besluit van 18 september 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de opvolgende

asielaanvraag van eiser van 14 juli 2024 niet in behandeling genomen omdat Duitsland

verantwoordelijk is voor de inhoudelijke behandeling ervan.

Eiser heeft op 19 september 2024 tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De minister heeft geen inhoudelijk verweerschrift ingediend, maar de rechtbank op

14 oktober 2024 gevraagd om te beoordelen of er nog sprake is van procesbelang.

De rechtbank heeft, na hiervoor toestemming te hebben gekregen van partijen, bepaald dat

een zitting achterwege blijft. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dat betekent dat het beroep

van eiser niet inhoudelijk wordt behandeld en het bestreden besluit in stand blijft. Hierna

legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

2. Met het bericht van 14 oktober 2024 heeft de minister te kennen gegeven dat eiser

met onbekende bestemming (MOB) is vertrokken. Bij dit bericht is een schermafbeelding

van het interne systeem van de minister (Indigo) overgelegd waaruit blijkt dat eiser op

8 oktober 2024 zelfstandig zijn woonruimte heeft verlaten. Nu eiser MOB is, ligt de vraag

voor of hij nog procesbelang heeft bij deze procedure.

3. De rechtbank overweegt dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van

State (Afdeling) recent heeft overwogen dat de bestuursrechter voorzichtig moet omgaan

met het niet-ontvankelijk verklaren van een beroep op basis van een MOB-melding. Dit in

het licht van het fundamentele belang van het recht op toegang tot de rechter en het bieden

van doeltreffende en effectieve rechtsbescherming. Zolang de gemachtigde contact heeft

met de vreemdeling, mag ervan worden uitgegaan dat de vreemdeling belang heeft bij zijn

procedure om een verblijfsrecht in Nederland te verkrijgen.

4. De gemachtigde van eiser heeft bij schrijven van 15 oktober 2024 de rechtbank

laten weten dat hij geen contact meer onderhoudt met eiser. Gelet hierop moet er in beginsel

vanuit gegaan worden dat de behandeling van het beroep niet meer van feitelijke betekenis

is en eiser geen belang heeft bij de beoordeling van het beroep. Voorts is door eiser niet

gesteld dat sprake is van geleden schade door het bestreden besluit. Dat betekent dat eiser

geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij de beoordeling van het bestreden besluit,

het procesbelang hangende deze procedure is komen te ontvallen en het beroep daarom niet-

ontvankelijk is.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat het beroep tegen de buiten

behandeling stelling van de asielaanvraag van eiser niet inhoudelijk wordt beoordeeld.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van

mr. S. Strating, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie

op rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze

partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend

binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Kan de indiener de

behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de

indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van

State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Uitspraak van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.