Vreemdelingenrecht

Dublin, niet-ontvankelijk, buiten zitting, MOB

Rechtbank Den Haag, 20 december 2024

Zaakgegevens

Op 20 december 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
20 december 2024
Datum publicatie
23 december 2024
Zaaknummer
NL24.40485 en NL24.40486
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:21955
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Dublin, niet-ontvankelijk, buiten zitting, MOB

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummers: NL24.40485 en NL24.40486


uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen


[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)

(gemachtigde: mr. P.R. van de Water),

en

de Minister van Asiel en Migratie,

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De voorzieningenrechter beoordeelt in deze uitspraak het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser. Verweerder heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 16 oktober 2024 niet in behandeling genomen omdat Roemenië ervoor verantwoordelijk is.

Beoordeling door de rechtbank

Geen zitting

2. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.

3. De rechtbank beoordeelt of het beroep ontvankelijk is.

Heeft eiser nog procesbelang?

4. Verweerder heeft in het bericht van 18 november 2024 aan de rechtbank laten weten dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. De rechtbank heeft de gemachtigde van eiser tweemaal via berichten in het digitale dossier, op 5 december 2024 en 16 december 2024, verzocht om hierop te reageren. De gemachtigde heeft hier niet of gereageerd.

4.1

Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat als de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken, er in beginsel van uit mag worden gegaan dat hij geen prijs meer stelt op de door hem gezochte bescherming in Nederland. De vreemdeling heeft in dat geval geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Dit is alleen anders als een vreemdeling laat weten dat hij nog contact met zijn gemachtigde heeft en dus nog steeds prijs stelt op de door hem verzochte bescherming. Dit impliceert dat de gemachtigde weet dat een vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en dat de gemachtigde nog contact heeft met de vreemdeling over de voortgang van de procedure en de keuzes die daarin moeten worden gemaakt.

4.2

Gelet op deze rechtspraak en het feit dat de gemachtigde van eiser geen reactie heeft gegeven op de berichten van de rechtbank, concludeert de rechtbank dat eiser ook kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Eiser heeft daarom geen procesbelang meer bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.

6. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk,

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens-Fockens, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van J. Dommerholt, griffier.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak op het beroep, kunt u een brief sturen naar de

rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U

moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is

verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw

verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dit mogelijk. Zie bijvoorbeeld de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579.