Vreemdelingenrecht
Dublin, Zweden, gegrond, minderjarige broertje
Rechtbank Den Haag, 14 februari 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:12654 · Rechtbank Den Haag · 14 februari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2025-12654
Zaakgegevens
Op 14 februari 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 14 februari 2025
- Datum publicatie
- 15 juli 2025
- Zaaknummer
- NL24.50649
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:12654
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dublin, Zweden, gegrond, minderjarige broertje
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.50649 en NL24.50650
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer [v-nummer 1] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)
(gemachtigde: mr. F.J.E. Hogewind),
en
de Minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De voorzieningenrechter beoordeelt in deze uitspraak het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser. Verweerder heet de aanvraag met het bestreden besluit van 13 december 2024 niet in behandeling genomen omdat Zweden verantwoordelijk is voor de aanvraag.
De rechtbank heeft het beroep van eiser op 4 februari 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen met zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Fawzy. Verweerder is niet op zitting verschenen.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1995 en heeft de Syrische nationaliteit. Op 8 september 2024 heeft eiser in Nederland asiel aangevraagd. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat hij eerder in Zweden asiel heeft aangevraagd. Zweden is daarom volgens verweerder verantwoordelijk voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser.
Wat vindt eiser in beroep?
3. Eiser voert aan dat hij samen met zijn minderjarige broertje ( [minderjarige] v-nummer: [v-nummer 2] ) heeft gereisd en dat zij tegen hun wil van elkaar zijn gescheiden. Om de familieband aannemelijk te maken, heeft eiser een gezinsregistratie-uittreksel uit het Burgerlijk Register voor Syrische Arabische burgers en een vertaling daarvan overgelegd.
Verder geeft eiser aan dat zijn broertje getraumatiseerd is geraakt door de oorlog en hij hier verder niemand heeft, daarom is het voor eiser van groot belang dat ook eiser hier in Nederland zijn aanvraag kan doen. Eiser heeft ter staving hiervan een verklaring van de voogd/jeugdbeschermer van [instantie] van zijn broertje overgelegd. Eiser heeft betoogd dat verweerder de belangen van zijn niet begeleide minderjarige broertje diende te onderzoeken en dat verweerder dit heeft nagelaten. Verder stelt eiser dat verweerder tijdens het aanmeldgehoor en in het voornemen de gelegenheid had om aan eiser nader bewijs te vragen van de gestelde familiebanden indien verweerder daaraan twijfelde.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De rechtbank geeft eiser gelijk. Hieronder legt de rechtbank uit hoe en waarom zij tot deze conclusie is gekomen.
5. Verweerder heeft in het bestreden besluit het beroep van eiser op de bepalingen in de Dublinverordening die zien op het bijeenhouden en het bijeenbrengen van het gezin verworpen met de enkele overweging dat de gestelde familieband niet met documenten is onderbouwd. Gelet op de in beroep overgelegde stukken uit het bevolkingsregister en gelet op de stukken ontvangen van het [instantie] kan zonder nader onderzoek niet worden volgehouden dat de belangen van [minderjarige] zich niet verzetten tegen de overdracht naar Zweden.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is gelet op het voorgaande reeds gegrond. De overige beroepsgronden behoeven daarom geen verdere bespreking. Het besluit van 13 december 2024 wordt vernietigd. De minister moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak. Nu er op het beroep is beslist, zal het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk worden verklaard vanwege een gebrek aan connexiteit.
7. De rechter veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de (voorzieningen)rechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatige verleende rechtsbijstand vast op €2.721,00. (1 punt voor het verschijnen ter zitting en 1 punt voor het indienden van de voorlopige voorziening met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 13 december 2024;
- draagt verweerder op een nieuw besluit op eisers asielaanvraag te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt vereerder tot betaling van € 2.721,00,- aan proceskosten aan eiser.
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens-Fockens, rechter, in aanwezigheid van mr. K. El Mahsini, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.